Tag: belastingdienst

  • De WHOA: wat doet dit ogenschijnlijke wondermiddel nu precies?

    De WHOA: wat doet dit ogenschijnlijke wondermiddel nu precies?

    De WHOA: wat doet dit ogenschijnlijke wondermiddel nu precies?

    10 juni 2024, door Derk van Geel

     

    De WHOA is niet te missen. De media rapporteren over een groot aantal bedrijven dat zich reorganiseert met behulp van dit instrument. Dat varieert van retail tot voetbalclubs en van een restaurantketen tot een hotel. Maar wat doet dit ogenschijnlijke wondermiddel nu precies?

    WHOA staat voor ‘wet homologatie onderhands akkoord’. Een mond vol, maar het komt erop neer dat deze wet bedrijven in staat stelt om hun schuldenlast te reduceren door middel van een schuldenakkoord. Bij een schuldenakkoord doet het bedrijf in moeilijkheden de schuldeisers, aan wie een schuld bestaat die (te) zwaar drukt op het bedrijf, een voorstel tot afkoop van de schuld.

    Waarom was de WHOA nodig?

    Tot voor kort was het zo dat je alleen tot zo’n schuldenakkoord kon komen als alle schuldeisers daaraan meewerken. Als alleen de meerderheid meewerkt, kon de minderheid (of zelfs één crediteur) het akkoord tegenhouden en zo de reorganisatie frustreren, met als gevolg dat het bedrijf failliet ging en ook schuldeisers vaak minder overhielden. Het alternatief was dat een akkoord tot stand kwam via een speciale procedure van surseance van betaling. Langs die weg kon de rechter een minderheid dwingen om mee te doen aan het akkoord, zodat er geen ‘vetorechten’ bij schuldeisers bestonden. Het probleem daarbij was dat surseance van betaling in de praktijk vrijwel altijd een voorportaal is voor faillissement, terwijl het idee nu juist is om het bedrijf te redden.

    Er moest dus een regeling komen, die enerzijds buiten surseance van betaling of faillissement werkt en waarbij anderzijds tegenstemmende schuldeisers wél gedwongen kunnen worden om deel te nemen aan het akkoord. En dat is precies wat de WHOA is geworden.

    WHOA van kop tot staart

    Een WHOA-akkoord komt tot stand nadat een in de wet beschreven proces is gevolgd. Om het proces goed te doorlopen is bijstand van een advocaat en een financieel adviseur nodig. Vaak begint een WHOA-proces met het deponeren van een ‘startverklaring’. Daarmee laat het bedrijf aan de rechtbank zien dat het officieel begint met een WHOA-proces. Vanaf dat moment wordt het uiteindelijke akkoord voorbereid. Er moet eerst worden bepaald wie op dat moment de schuldeisers zijn en wat zij te vorderen hebben. Ook moet worden bekeken wat hun wettelijke rang is. Aan de hand daarvan worden crediteuren ingedeeld in groepen (genaamd ‘klassen’). Als de crediteuren zijn gegroepeerd, moet worden bekeken wat hun perspectief is als het bedrijf failliet gaat. Ofwel: wat zouden de klassen in dat geval van de curator uitgekeerd krijgen? Via het akkoord mag geen voorstel worden gedaan dat lager is dan deze ondergrens. Verder moet worden bekeken wat de méérwaarde is die wordt gecreëerd als het bedrijf door het WHOA-akkoord wordt gered. Het idee is dat die meerwaarde via het voorstel dat wordt gedaan naar de schuldeisers vloeit, zodat zij meeprofiteren van de redding van het bedrijf.

    Als dit is vastgesteld, kan ook worden bepaald welk voorstel aan de verschillende klassen wordt gedaan. Dat voorstel wordt dan in stemming gebracht bij de crediteuren. Nadat de klassen zich via de stemprocedure hebben uitgelaten over het akkoord, kan worden bekeken hoeveel draagvlak er is voor het akkoord. Als er voldoende draagvlak is, kan het bedrijf naar de rechtbank stappen en vragen om het akkoord ook verbindend te verklaren voor die crediteuren of klassen die hebben tegengestemd. Dat heet ‘homologatie’. Als de rechtbank dat doet, is het akkoord geslaagd en kan het worden uitgevoerd. Het hele proces duurt meestal zo’n drie tot zes maanden.

    Voor wie is de WHOA?

    De WHOA is toegankelijk voor bedrijven die enerzijds te kampen hebben met een ondraaglijke schuldenlast, maar aan de andere kant wel levensvatbaar zijn. Dat laatste betekent dat het bedrijf in staat moet zijn om de lopende kosten te betalen en dat aannemelijk is dat het bedrijf ook op langere termijn bestaansrecht heeft. In de praktijk vergt dit doorgaans ofwel het bestaan van een positieve cashflow ofwel de steun van een aandeelhouder (of financier).

    WHOA en Belastingdienst

    De WHOA wordt momenteel heel veel toegepast omdat er veel bedrijven zijn met coronaschulden. Het is namelijk ook mogelijk om die coronaschulden te betrekken bij het WHOA-akkoord. Zowel Belastingdienst als UWV hebben daarvoor een regeling.

    Wettelijke hulpmiddelen

    Wat de WHOA verder zo effectief maakt, is dat de wet verschillende hulpmiddelen kent om het proces te bevorderen. Een van de belangrijkste is een ‘afkoelingsperiode’. Tijdens een afkoelingsperiode mogen schuldeisers geen maatregelen nemen die het bedrijf kunnen schaden, zoals beslagleggen, pandrecht uitwinnen of levering stoppen. Zelfs banken mogen het krediet dan niet opzeggen. Op die manier kan vanuit relatieve rust het akkoord worden voorbereid.

    Kortom

    WHOA is niet voor niets een populair instrument om bedrijven te bevrijden van te hoge schulden. Let wel, een gedegen voorbereiding en een goed gestructureerd proces zijn essentieel voor succes.

    Heeft u behoefte aan meer informatie of advies over de WHOA? Neem vrijblijvend contact op met Derk van Geel, partner insolventierecht & herstructuring via derk.vangeel@actlegal-fort.com.

  • Tijdelijke kwijtscheldingsregeling Belastingdienst loopt 1 april af

    Tijdelijke kwijtscheldingsregeling Belastingdienst loopt 1 april af

    Tijdelijke kwijtscheldingsregeling Belastingdienst loopt 1 april af

    14 februari 2024, door Derk van Geel

     

    Op 6 februari verscheen een rapport van de Algemene Rekenkamer met een overzicht van de wegens corona uitgestelde belastingschulden. Van de oorspronkelijke € 40 miljard 2 aan coronaschulden is inmiddels € 26 miljard afgelost. Er staat dus nog € 14 miljard (status 1-1-2024) open, bij maar liefst 210.000 ondernemers. Het rapport vermeldde ook dat de Belastingdienst te weinig capaciteit heeft om deze schulden te incasseren. En met name die uitkomst haalde de media. Dit laatste schetst echter een verkeerd beeld bij ondernemers. De Belastingdienst gaat deze schulden zeker innen, maar het duurt alleen wat langer. Ondernemers kunnen daardoor het idee krijgen dat ze méér tijd hebben, maar dat is een foute gedachte.

    Nu in actie komen

    De tijdelijke soepele kwijtscheldingsregeling bij de Belastingdienst raakt namelijk op zijn einde. De huidige regeling loopt nog tot 1 april 2024 en vooralsnog wordt deze niet verlengd. Dit betekent dat bedrijven met (corona)schulden nu nog onder zeer gunstige voorwaarden tot kwijtschelding kunnen komen, maar dan moet wel vóór 1 april 2024 een verzoek worden ingediend. Daarna is het niet alleen een stuk lastiger om kwijtschelding te krijgen, maar ook een stuk duurder.

    Na 1 april: lastiger en duurder

    Na 1 april 2024 zal je ofwel via de WHOA moeten saneren of via het reguliere beleid. Dit laatste is vrijwel onmogelijk, blijkt in de praktijk. De WHOA is effectief, maar een stuk kostbaarder. Daarnaast is het beleid nu dat de Belastingdienst bij kwijtschelding afziet van de normale eis dat ze het ten opzichte van andere schuldeisers dubbele percentage wil krijgen. Met andere woorden: ‘U krijgt 50% korting maar deze actie loopt nog tot 1 april’.

    Als bedrijven er nu van uit gaan dat het wel los loopt omdat de Belastingdienst nu niet gaat innen, dan gaat het mis. Er bestaat dus nog korte tijd de mogelijkheid om te proberen schulden te verlichten. Vooral voor bedrijven die op zichzelf levensvatbaar zijn, maar nog coronaschulden hebben, is dit echt een unieke kans.

    Niet de kop in het zand steken

    In de praktijk zien we dat veel ondernemers hopen dat het nog goed komt, zeker nu de indruk bestaat dat de fiscus niet incasseert. Het huidige beleid is nog soepel en de ervaring leert dat het goed mogelijk is om te saneren. Dit lukt alleen als de aanvraag precies voldoet aan de regelingen. Dat vergt in de meeste gevallen een samenwerking tussen de accountant of financieel specialist en een advocaat. De Belastingdienst kijkt immers naar de financiële en juridische kanten.

    Heeft u behoefte aan meer informatie of advies bij het indienen van het een verzoek tot kwijtschelding? Neem vrijblijvend contact op met Derk van Geel, partner insolventierecht & herstructuring via derk.vangeel@actlegal-fort.com.

  • Duidelijkheid positie Belastingdienst met betrekking tot WHOA-akkoorden

    Duidelijkheid positie Belastingdienst met betrekking tot WHOA-akkoorden

    Duidelijkheid positie Belastingdienst met betrekking tot WHOA-akkoorden

    20 juli 2021, door Lauran van Hoof

     

    De Belastingdienst heeft beleidsregels gepubliceerd met betrekking tot zijn houding in WHOA-akkoorden. Sinds de invoering van de WHOA op 1 januari 2021 was het onduidelijk of en onder welke voorwaarden de Belastingdienst een WHOA-akkoord zou steunen. Op 1 juli 2021 is de Leidraad Invordering 2008 gewijzigd. Er zijn meerdere wijzigingen doorgevoerd. In deze blog worden de wijzigingen die samenhangen met de WHOA besproken.

    Lees ook de blog van mijn kantoorgenoot Sylvain Caris over het saneren van belastingschulden met behulp van de WHOA.

    Aan de Leidraad Invordering 2008 is een artikel toegevoegd dat volledig ziet op het WHOA-akkoord. De Belastingdienst stemt voor een WHOA-akkoord als aan drie voorwaarden is voldaan:

    • het WHOA-akkoord is schriftelijk aangeboden en voldoet aan de formaliteiten;
    • de Belastingdienst is in een klasse ingedeeld waar zijn wettelijke preferentie voldoende tot uiting komt; en,
    • het is aannemelijk dat het akkoord door de rechtbank wordt gehomologeerd.

    Afwijkingen van de bestaande beleidsregels

    Alle bestaande beleidsregels voor het kwijtschelden van belastingen blijven verder van toepassing, tenzij in het nieuwe artikel daarvan is afgeweken. Ik bespreek vier afwijkingen.

    De eerste afwijking hangt samen met de bekende beleidsregel van het dubbele percentage. De Belastingdienst stemt grofweg in met een schuldeisersakkoord als zij het dubbele percentage ontvangt van wat aan reguliere schuldeisers wordt betaald. In de WHOA-regeling is opgenomen dat MKB-schuldeisers minstens 20% moeten ontvangen. Op grond van de oude beleidsregels zou dit betekenen dat de Belastingdienst pas akkoord gaat met een WHOA-akkoord als zij minstens 40% ontvangt. Dat is voor veel schuldenaren simpelweg niet haalbaar.  De nieuwe Leidraad Invordering 2008 biedt de mogelijkheid voor de Belastingdienst om ook in te stemmen met een akkoord dat niet voldoet aan de eis van het dubbele percentage.

    De tweede afwijking ziet op de situatie dat een WHOA-akkoord wordt aangeboden aan een deel van de schuldeisers. De Belastingdienst kan ook in die situatie instemmen. Dat was onder de oude regels niet mogelijk.

    De derde afwijking verruimt de mogelijkheid voor de Belastingdienst om in te stemmen met een WHOA-akkoord waarbij een debt for equity swap plaatsvindt. Voorheen stemde de Belastingdienst niet in met akkoorden waarbij schulden van bepaalde schuldeisers werden omgezet in aandelenkapitaal. Door de nieuwe regels kan de Belastingdienst wel instemmen met een dergelijk akkoord. De belastingschuld zelf mag echter niet worden omgezet in aandelenkapitaal.

    De vierde en laatste afwijking houdt in dat belastingschulden waarvoor eigenlijk geen kwijtschelding wordt verleend – vb. motorrijtuigenbelasting – wel in een WHOA-akkoord kunnen worden betrokken. In het verleden was een schuldeisersakkoord beperkt tot de vennootschaps-, omzet- en loonbelasting.

    Gevolgen van een WHOA-akkoord voor belastingschulden

    Als de Belastingdienst instemt met een WHOA-akkoord en dit akkoord wordt gehomologeerd dan scheldt de Belastingdienst de onbetaalde belastingschulden kwijt. Mocht een derde aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de onbetaalde belastingschuld dan kan de Belastingdienst toezeggen dat hij geen verdere invorderingsmaatregelen richting die derde zal nemen.

    Als de Belastingdienst niet instemt met een WHOA-akkoord en dit akkoord wordt toch gehomologeerd dan vindt geen kwijtschelding plaats van de onbetaalde belastingschulden, maar verklaart de Belastingdienst dat zij geen verdere invorderingsmaatregelen zal nemen. Hiermee houdt de Belastingdienst de mogelijkheid open om de onbetaalde belastingschulden te incasseren bij een derde die aansprakelijk is.

    Afsluiting

    Door de introductie van deze nieuwe beleidsregels is meer duidelijkheid gecreëerd over de positie van de Belastingdienst bij WHOA-akkoorden. Onduidelijk blijft wel wat de Belastingdienst precies verstaat onder: ‘een klasse waar zijn wettelijke preferentie voldoende tot uiting komt’. Het is in ieder geval niet langer per definitie het dubbele percentage. Eerder dit jaar is de Belastingdienst akkoord gegaan met een akkoord waarbij de reguliere schuldeisers 16% kregen en de Belastingdienst 21%. De toekomst zal uitwijzen of dit een representatief percentage is voor alle WHOA-akkoorden.

    Wilt u gebruik maken van een WHOA-akkoord of betrekt een schuldenaar u in een WHOA-akkoord? Neem dan contact op via +31 (0)20 664 51 11 en vraag naar een van onze advocaten van de afdeling Insolventierecht & Herstructurering.

  • Saneren van belastingschulden met behulp van de WHOA

    Saneren van belastingschulden met behulp van de WHOA

    Saneren van belastingschulden met behulp van de WHOA

    9 juni 2021, door Sylvain Caris

     

    Tot en met 30 juni 2021 geldt het zogenaamd bijzonder uitstel van betaling van de Belastingdienst. Achterstallige belastingschulden van vóór 1 juli 2021 moeten per oktober 2022 worden voldaan. Alle belastingschulden die nadien verschuldigd zijn moeten in beginsel gewoon worden betaald. De Belastingdienst heeft een coulant terugbetaalbeleid van 60 maanden. Ook dit ruimhartige beleid zal echter niet voor iedere ondernemer voldoende zijn. Het kabinet heeft bij brief van 27 mei 2021 de Tweede Kamer laten weten dat zij geen belastinschulden generiek (geheel of gedeeltelijk) zal kwijtschelden. Zij ziet meer in zogenaamde “gerichtere steun”.

    Het kabinet onderschrijft echter ook dat alle schuldeisers, waaronder dus ook de Belastingdienst, zich soepel en coulant dienen op te stellen en: “mogelijk zelfs hun vordering geheel of gedeeltelijk kwijtschelden (sanering).” Als oplossing voor de sanering van de schulden lijkt het kabinet te doelen op kwijtschelding door middel van het aanbieden van een akkoord op basis van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) of andere wettelijke mogelijkheden. In mijn vorige blog ging ik reeds in op onder welke voorwaarden de Belastingdienst instemt met een akkoord.

    Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)

    Per 1 januari 2021 is een nieuwe wet ingevoerd die de mogelijkheid biedt om alle of een gedeelte van de schuldeisers onder omstandigheden te laten instemmen met een (percentage)akkoord tegen kwijtschelding van het restant. Uit een gepubliceerde uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 19 februari 2021 blijkt dat Belastingdienst heeft ingestemd met een homologatieakkoord. De Belastingdienst kreeg op basis van het akkoord 21 procent uitgekeerd. De concurrente crediteuren daarentegen 16 procent. Uit deze uitspraak blijkt dat de Belastingdienst dit saneringsverzoek met een welwillende blik heeft beoordeeld, en daarbij bereid is geweest af te wijken van haar eigen (beleids-)regels, waaronder dat zij normaliter alleen genoegen neemt met een uitkering van minimaal het dubbele van de concurrente crediteuren.

    Om een akkoord aan te bieden aan de schuldeisers is echter ook geld nodig. Om dit mogelijk te maken heeft het kabinet een kredietfaciliteit ter beschikking gesteld, het time-out-arrangement (TOA).

    Time-out-arrangement (TOA)

    Om akkoorden onder de WHOA te financieren heeft het kabinet 200 miljoen euro uitgetrokken. Het TOA-krediet wordt door Qredits verstrekt. Qredits biedt ondernemers daarnaast twaalf maanden gratis coaching en ondersteuning bij het op orde brengen van het bedrijf.

    Een onderneming kan maximaal 100.000 euro aanvragen om een akkoord aan te bieden. Het krediet bestaat uit twee delen, een deel werkkapitaal en een deel achtergesteld vermogen. Het doel van het achtergesteld vermogen is om het voor ondernemers makkelijker te maken vervolgfinanciering aan te trekken. Dit alles is bedoeld om levensvatbare ondernemingen te helpen deze crisis door te komen.

    Belastingschulden

    Indien een  ondernemer voornemens is een akkoord onder de WHOA aan te bieden aan haar schuldeisers doet zij er verstandig aan om bij de inrichting van het akkoord rekening te houden met wat de fiscale gevolgen zijn van een akkoord. De omzetbelasting die reeds in vooraftrek is genomen, dient in beginsel te worden terugbetaald als gevolg van het (gedeeltelijk) kwijtschelden van de vorderingen door de crediteuren. Verder beschouwt de Belastingdienst het voordeel dat als gevolg van kwijtschelding wordt genoten, in principe als (kwijtscheldings-)winst voor de vennootschapsbelasting. Deze fiscale winst kan in de regel worden verrekend met het opgebouwd compensabel verlies. Onder omstandigheden kan het compensabel verlies echter ‘verdampen’ als gevolg van het aangeboden akkoord onder de WHOA. Voor de aandeelhouder speelt nog een ander (fiscaal) risico. In het geval van een faillissement kan de aandeelhouder zijn investering ‘nemen’ als fiscaal verlies, wat leidt tot (toekomstig) compensabel verlies. In het geval van een akkoord onder de WHOA kan een aandeelhouder echter niet onder alle omstandigheden zijn investering boeken als fiscaal verlies, als gevolg waarvan hij (toekomstig) compensabel verlies misloopt. Met dit alles dient bij de inrichting van het akkoord rekening te worden gehouden.

    Meer weten over de mogelijkheden om een uw schulden te saneren of heeft u een andere vraag naar aanleiding van het lezen van bovenstaand artikel? Neem contact op met Sylvain Caris, advocaat Insolventie & Herstructurering via: sylvain.caris@actlegal-fort.com of via tel. +31 (0)20 664 51 11.

  • (G)een oplossing voor belastingschulden

    (G)een oplossing voor belastingschulden

    (G)een oplossing voor belastingschulden: de WHOA

    4 maart 2021, door Sylvain Caris

     

    Miljarden aan uitgestelde belastingen tikkende tijdbom voor bedrijven in nood”: een kop uit het Het Financieel Dagblad van 17 februari 2021. De krant baseert zich hierbij op de Bijzonder Beheer Barometer, een initiatief van PwC en Universiteit Leiden. Uit het onderzoek door experts blijkt dat een faillissementsgolf aanstaande is; de overheidssteunmaatregelen zorgen slechts voor uitstel. De verwachting is dat de sector horeca, waar de hotellerie onder valt, zal zorgen voor de grootste instroom bij de bijzonder beheer afdelingen van banken.

    Volgens de experts kan een instroom worden voorkomen door verlenging van de periode waarover belastinguitstel en terugbetaling mogelijk is. Uit onderzoek van Het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat per 31 december 2020 het totaal aan uitgestelde belastingen ruim 13 miljard euro bedraagt. De horeca neemt hiervan bijna 800 miljoen euro (!) voor haar rekening.

    Een gedeelte van deze schuld rust waarschijnlijk op uw hotelonderneming. Zoals iedere andere schuld zal ook deze schuld in eerste instantie betaald moeten worden. Zoals iedere onderneming zal u bij aanvang van de COVID-pandemie uitstel van betaling hebben aangevraagd.

    Een oplossing

    Op basis van de wet kan kwijtschelding van een belastingschuld worden verleend indien deze geheel of gedeeltelijk niet betaald kan worden. Dit is mogelijk indien de middelen ontbreken om de belastingschuld te betalen en indien ook niet verwacht wordt dat deze betaling binnen afzienbare tijd alsnog gedaan kan worden. Ook kunnen volgens de toelichting op de wet zich andere omstandigheden voordoen die maken dat betaling redelijkerwijs niet kan worden gevraagd.

    De wet biedt aldus ruimte om kwijtschelding van de belastingschuld te vragen aan de Belastingdienst. Het kabinet heeft inmiddels de Tweede Kamer ook laten weten dat het zich realiseert dat ondanks de ruimhartige terugbetalingsregeling van 36 maanden, dit niet voor iedere ondernemer voldoende zal zijn. Het kabinet heeft dan ook aangegeven dat de Belastingdienst nu binnenkomende saneringsverzoeken binnen de bestaande wettelijke kaders met een welwillende blik zal beoordelen.

    Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)

    Een andere optie voor uw onderneming is de schuldeisers, waaronder ook de Belastingdienst, een akkoord aan te bieden. De Belastingdienst heeft zich zichzelf regels opgelegd waaronder zij zal instemmen met een akkoord (de Leidraad Invordering). Kort samengevat, zal de Belastingdienst slechts instemmen met een schuldeiserakkoord indien:

    • Zij minimaal het dubbele percentage krijgt van de ‘gewone’ crediteuren;
    • Zij gelijk wordt behandeld met de overige bevoorrechte crediteuren (denk hierbij aan het UWV);
    • Uw onderneming vanaf het moment dat zij een verzoek doet, haar belastingen betaalt; en
    • Na het slagen van het akkoord er een reëel vooruitzicht bestaat wat betreft de voortzetting van uw onderneming.

    Per 1 januari 2021 is een nieuwe wet ingevoerd die de mogelijkheid biedt om uw schuldeisers onder omstandigheden te laten instemmen met een akkoord (de WHOA). Uit een recent gepubliceerde uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 19 februari 2021 blijkt dat De Belastingdienst heeft ingestemd met een homologatie akkoord. De Belastingdienst kreeg op basis van het aangeboden akkoord 21 procent uitgekeerd. De concurrente crediteuren daarentegen 16 procent. Hieruit blijkt eens te meer dat De Belastingdienst saneringsverzoeken met een welwillende blik beoordeelt, en daarbij bereid is af te wijken van haar eigen (beleids-)regels.

    Meer weten over de mogelijkheden om een uw schulden te saneren, of heeft u een andere vraag naar aanleiding van het lezen van bovenstaand artikel? Neem contact op met Sylvain Caris, advocaat Insolventie & Herstructurering via: sylvain.caris@actlegal-fort.com of via tel. 020-664 5111.

  • Fiscale tips: (3) Betalingsonmacht melden

    Als ondernemer, bent u verplicht om per maand of per kwartaal belasting en premies aan te geven bij de Belastingdienst. De aangegeven belasting en premie moet vervolgens worden afgedragen. Indien uw onderneming in financiële problemen raakt, kan het zijn dat er onvoldoende geld is om de belasting of premies te voldoen. In dat geval moet u betalingsonmacht melden.

    De melding betalingsonmacht moet “onverwijld” worden gedaan. Praktisch gezien moet de melding plaatsvinden binnen twee weken nadat de aangegeven belasting of premie had moeten worden betaald. Nadat de Belastingdienst uw melding ontvangt, beoordeelt zij deze op juistheid. Pas als de Belastingdienst u dit bevestigt, is de betalingsonmacht rechtsgeldig geregistreerd.

    Geldigheid melding betalingsonmacht

    De melding die u maakt, ziet op belasting of premies over een bepaald tijdvak. De kans bestaat dat de betalingsproblemen langer duren dan dit tijdvak, zodat u ook in de volgende tijdvakken niet kunt betalen. De melding betalingsonmacht blijft daarom geldig zolang u niet kunt betalen of totdat de Belastingdienst u laat weten dat zij van mening is dat er geen betalingsonmacht meer is. Mocht u tussentijds een (deel)betaling verrichten, dan gaat de Belastingdienst ervan uit dat u weer kunt betalen en vervalt de gemelde onmacht. Als u vervolgens opnieuw niet kunt betalen, dan moet u dus weer betalingsonmacht melden.

    Gevolgen melding betalingsonmacht

    Het gevolg van een tijdige melding is niet dat u geen aangifte meer hoeft te doen of dat de belasting niet meer verschuldigd is. Melding betalingsonmacht leidt zelfs niet tot uitstel van betaling. Indien u kwijtschelding of uitstel wil, dan moet u daar een apart verzoek voor indienen. Van uw aangifteplicht kunt u nooit worden ontslagen; blijft u dus vooral op tijd aangifte doen om naheffingen en boetes te voorkomen.

    Het belangrijkste gevolg van rechtsgeldige melding van betalingsonmacht is dat u, als bestuurder, minder makkelijk aansprakelijk kunt worden gesteld door de fiscus. Zie daarover tip 4 die binnenkort verschijnt.

    Melding betalingsonmacht

    U kunt betalingsonmacht melden via een formulier op de website van de Belastingdienst.

  • Bodemvoorrecht versterkt

    Bodemvoorrecht
    Sinds 1 januari 2013 is het zogenoemd ‘bodemvoorrecht’ van de Belastingdienst versterkt. Het bodemvoorrecht is een voorrecht van de Belastingdienst op bepaalde goederen hoger is gerangschikt dan een pandrecht op die goederen. De Belastingdienst kan haar rechten uitoefenen door beslag te leggen. Bij een faillissement wordt het bodemvoorrecht, voor de Belastingdienst, uitgeoefend door de curator.

    Het bodemvoorrecht vormt dus een bedreiging voor pandhouders van bodemzaken.

    Om onder het bodemvoorrecht uit te komen kiezen pandhouders (veelal banken) er wel voor hun pandrechten veilig te stellen door;
    • de goederen waarop het pandrecht rust van de bodem af te voeren;
    • een bodemverhuurconstructie aan te gaan met de belastingschuldige, zodat de goederen in hun macht komen.

    Meldingsplicht
    Sinds 1 januari van dit jaar is een meldingsplicht ingevoerd. Pandhouders en derde-eigenaren die goederen van de bodem van de belastingschuldige willen afvoeren of een bodemverhuurconstructie willen aangaan, moeten dit voornemen nu eerst melden aan de Belastingdienst. Vervolgens kan pas na vier weken wachttijd tot de gemelde actie worden overgegaan. Dat betekent dat de Belastingdienst na de melding vier weken lang de mogelijkheid heeft om alsnog bodembeslag te leggen. Indien er geen melding wordt gemaakt of eerder dan vier weken na de melding tot actie wordt overgegaan, moet de pandhouder of derde-eigenaar de executiewaarde van de betreffende bodemzaak aan de Belastingdienst afdragen.

    Uitzonderingen
    Ingevolge het nieuwe artikel 22bis van de Invorderingswet geldt de meldingsplicht alleen voor bodemzaken die een waarde hebben die hoger is dan EUR 10.000,=.

    Omdat de wetswijziging van 1 januari erg verstrekkend was, zijn er per 1 april 2013 ook enkele uitzonderingen opgenomen op de meldingsplicht in de Leidraad Invordering 2008. Indien aan alle daarin opgenomen voorwaarden is voldaan, hoeft er geen melding te worden gedaan.

  • Fiscale tips: (1) BTW terugvragen

    Fiscale tips: (1) BTW terugvragen

    Als u goederen of diensten levert, dan bent u in principe verplicht de koopprijs met BTW te verhogen. Andersom brengen uw leveranciers u BTW in rekening. De BTW die aan u wordt betaald door uw afnemers, moet u afdragen aan de Belastingdienst. De BTW die u aan uw leveranciers betaalt, mag u terugvragen. Meestal verrekent u de af te dragen en terug te vragen BTW en rekent u met de fiscus af over het saldo.

    Maar wat gebeurt er als uw crediteur uw factuur niet betaalt, terwijl u de BTW al wel heeft afgedragen?

    In dat geval kunt u de BTW terugvragen aan de Belastingdienst. Dit kunt u op zijn vroegst doen zodra duidelijk is dat uw crediteur niet zal betalen en uiterlijk wanneer u in rechte geen betaling meer kan vorderen. Omdat dit laatste moment moeilijk is te bepalen, is het handig om zo spoedig mogelijk de BTW terug te vragen.

    Indien uw crediteur failliet is verklaard, is meestal vrijwel direct duidelijk dat u niet betaald zult worden. De kans op een uitkering uit een faillissement is namelijk helaas vaak bijna nihil. Dit betekent dat u meteen de BTW kunt terugvragen over de facturen die onbetaald zijn gelaten en die u indient in het faillissement. Het terugvragen kunt u doen via uw BTW-aangifte. Het bericht van de curator waarin hij de indiening van uw vordering bevestigt, is voldoende bewijs van het feit dat uw crediteur u niet zal betalen. U hoeft niet een speciale mededeling te hebben dat niets zal worden uitgekeerd.

    En mocht u op enig moment toch een (gedeeltelijke) betaling krijgen uit het faillissement, dan kunt u eenvoudigweg opnieuw de BTW aangeven en afdragen. Zo hoeft u in elk geval niet de BTW zelf te dragen indien uw crediteur failleert.