Auteur: Irene Hofhuis

  • Elke zondag ‘koopzondag’?

    De ‘koopzondag’ is de afwijking van het verbod voor winkeliers om de deuren te openen op zon- en feestdagen. Maar wat is een regel zonder uitzondering? Er bestaan meerdere uitzonderingen op het verbod tot zondagsopenstelling, bijvoorbeeld de vrijstelling door de gemeenteraad voor maximaal 12 zon- en feestdagen per jaar, of de vrijstelling voor toeristische gebieden.

    Over de zondagsopenstelling is al jaren (politiek) gekrakeel. Aanvankelijk leidde dat tot een aanscherping van de regels: een gemeente mocht zichzelf niet al te snel tot toeristisch gebied bestempelen.

    Inmiddels waait er een andere wind: meer vrijheid op dit gebied voor gemeenten om hier hun eigen weg in te kiezen.

    Op 28 mei heeft de Eerste Kamer ingestemd met een initiatief-wetsvoorstel dat de wet wijzigt en de verantwoordelijkheid voor zondagsopenstelling bij gemeenten legt. Waarschijnlijk treedt de wijziging op 1 juli 2013 in werking.

    Maatwerk
    Betekent deze wetswijziging een permanente zondagsopenstelling? Niet per se. De bestaande vrijstellingsmogelijkheden worden uit de wet geschrapt. Gemeenten krijgen meer vrijheid, omdat ze niet meer gebonden zijn aan het maximum van 12 zon- en feestdagen of de toerismebepaling. De wetswijziging geeft de gemeente de mogelijkheid om het koopzondagenbeleid af te stemmen op de lokale economische behoeften en de belangen van de inwoners van die gemeente. Maatwerk is mogelijk.

    Er zal ongetwijfeld wederom veel discussie ontstaan over de invulling van de zondagsopenstelling. Staan we zondagsopenstelling wel of niet toe? Zo ja, welke dagen wel en welke dagen niet? Mogen alle winkels open of slechts bepaalde? Geldt de openstelling voor de hele gemeente of voor een bepaald gebied in de gemeente? En last but not least: hoe wijs je winkels aan die wel/niet de deuren mogen openen op zondag?

    Genoeg vragen die nog beantwoord moeten worden. Een ding is zeker: het begrip ‘koopzondag’ schrappen we voorlopig nog niet uit de Van Dale. Wordt vervolgd.

  • Zorgvuldigheid troef bij de verwerking van persoonsgegevens

    Zorgvuldigheid troef bij de verwerking van persoonsgegevens

    Houdt u of uw onderneming zich op enigerlei wijze bezig met de verwerking van persoonsgegevens? Dan is het van groot belang dat u voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten en waarborgen.

    Dit wordt onderstreept door een recente uitspraak van de Rechtbank Groningen over de uitwisseling van persoonsgegevens van huurders tussen verschillende woningcorporaties, in verband met de beëindiging van huurovereenkomsten wegens hennepteelt.

    Hennepconvenant

    De verhuurder in kwestie, een woningcorporatie, is partij bij een hennepconvenant tussen de gemeenten Groningen en Haren, de daar werkzame woningcorporaties, de regiopolitie, het Openbaar Ministerie en Essent. Dit convenant beoogt de thuisteelt van hennep tegen te gaan.

    Het hennepconvenant bepaalt dat een voormalig huurder van een woningcorporatie na beëindiging van de huurovereenkomst vanwege hennepkweek, een aantal jaar niet meer in aanmerking komt voor een woning van één van de woningcorporaties in de gemeente Groningen.

    Ter uitvoering van dit convenant plaatsten de bij het convenant aangesloten woningcorporaties een aantekening bij de gegevens van hun gewezen huurders op Woningnet. Zo ook de verhuurder in kwestie. Daarmee was het voor andere woningcorporaties kenbaar dat een eerdere huurovereenkomst was beëindigd in verband met hennepteelt.

    Strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens

    De rechtbank merkt dit aan als de verwerking van strafbare gegevens van de huurder ten behoeve van derden, die in dit geval niet is toegestaan. Het door de huurder gevorderde verbod op deze verwerking van zijn persoonsgegevens wordt daarom toegewezen. Onder meer omdat voor de wijze waarop deze gegevens werden verwerkt, niet de door de Wet bescherming persoonsgegevens (“Wbp”) voorgeschreven procedure was gevolgd. De woningcorporatie had conform de Wbp melding gedaan bij het College bescherming persoonsgegevens van het feit dat zij persoonsgegevens op Woningnet verwerkt. In strijd met de Wbp had zij echter het doel van de onderhavige gegevenswerwerking – het tegengaan van hennepteelt in sociale huurwoningen – als het soort persoonsgegevens – strafrechtelijke gegevens – niet in deze melding opgenomen.

    Wees alert op de regelgeving!

    Het beleid ter bestrijding van thuisteelt werd hier flink doorkruist. Dat was niet nodig geweest als de door de Wbp voorgeschreven procedures in acht waren genomen.

    Wees er daarom bij de verwerking van – al dan niet strafrechtelijke – persoonsgegevens alert op dat u niet in strijd handelt met de Wbp en andere toepasselijke regelgeving. Daarmee voorkomt u vervelende complicaties.

  • Boetebeding in ROZ huurovereenkomst bekritiseerd

    Boetebeding in ROZ huurovereenkomst bekritiseerd

    Als verhuurder van bedrijfsruimte gebruikt u waarschijnlijk de modelhuurovereenkomst met bijbehorende algemene voorwaarden van de Raad van Onroerende Zaken (“ROZ”). ‘Goed geregeld’ zult u misschien denken, maar onlangs liet de kantonrechter te Amsterdam zich op verrassende wijze uit over het boetebeding in verband met te late huurbetaling in deze algemene voorwaarden.

    Inhoud van het ROZ boetebeding
    Op grond van dit boetebeding verbeurt de huurder per kalendermaand een boete ter hoogte van een percentage van het verschuldigde per kalendermaand, met een bepaald minimum bedrag per maand.

    Voor een verhuurder is dit natuurlijk een belangrijk beding, dat ook al sinds jaar en dag in de algemene voorwaarden voorkomt. Over het overeengekomen minimum bedrag bestond nauwelijks discussie. Het is ook weer opgenomen in de nieuwste ROZ algemene voorwaarden van oktober 2012.

    ROZ boetebeding: goed geregeld?
    Met dit beding lijkt u het als verhuurder goed voor elkaar te hebben. Maar dat valt tegen. Dit blijkt uit de uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam over de uitleg van het boetebeding, dat als volgt luidde:

    “(…) verbeurt huurder aan verhuurder van rechtswege per kalendermaand (…) een direct opeisbare boete van 2% van het verschuldigde per kalendermaand, (…), met een minimum van € 300,- per maand.”

    De kantonrechter gaat aan het minimum voorbij, omdat hij de betekenis daarvan niet duidelijk vindt.

    Geef duidelijkheid in de huurovereenkomst!
    Hoe duidelijk de betekenis van het ROZ boetebeding u als verhuurder ook voorkomt, de huurder en de rechter kunnen hier anders over denken. Om zo veel mogelijk uit te sluiten dat de rechter aan het minimumbedrag voorbij gaat, waardoor de boete aanzienlijk lager kan uitvallen, adviseer ik om in de huurovereenkomst duidelijk te bepalen wat de betekenis van het boetebeding is, en u hierover juridisch goed te laten adviseren. Dit is extra relevant omdat het percentage van de boete in de nieuwste algemene voorwaarden is verlaagd van 2% naar 1%.