Tag: herstructurering

  • Wijzigen of beëindigen van overeenkomsten middels de WHOA

    Wijzigen of beëindigen van overeenkomsten middels de WHOA

    Het wijzigen of beëindigen van overeenkomsten middels de WHOA

    7 juni 2022, door Florentijn Verhagen

     

    Op 1 januari 2021 is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (de “WHOA”) in werking getreden. Deze wet biedt ondernemingen die gebukt gaan onder een te zware schuldenlast de mogelijkheid om hun schulden te saneren. Soms is het saneren van schulden echter niet voldoende om een onderneming weer financieel gezond te maken, bijvoorbeeld omdat de onderneming ook nog te kampen heeft met (te) zware lopende verplichtingen uit overeenkomsten. Denk daarbij aan een huurovereenkomst of een leaseovereenkomst die als een molensteen om de nek van de onderneming hangt. Ook daar biedt de WHOA een oplossing voor! De WHOA biedt namelijk ook de mogelijkheid om, naast het saneren van schulden, lopende overeenkomsten te wijzigen of te beëindigen. Hoe dat werkt, licht ik toe in deze blog.

    Hoe werkt het?

    De eerste stap is dat de onderneming een voorstel doet aan de wederpartij tot wijziging of beëindiging van de desbetreffende overeenkomst. Het staat de wederpartij vrij om daar al dan niet mee in te stemmen. Als de wederpartij daar niet mee instemt, biedt de WHOA de onderneming de mogelijkheid om de overeenkomst eenzijdig op te zeggen. De overeenkomst wordt dan geheel beëindigd, eenzijdige wijziging of gedeeltelijke beëindiging is niet mogelijk.

    De onderneming kan een overeenkomst eenzijdig opzeggen, indien voldaan is aan twee voorwaarden:

    • dat de rechter toestemming verleent voor de tussentijdse opzegging; en
    • dat de rechter het akkoord verbindend verklaart.

    Uit de wet blijkt dat de rechter het verzoek tot beëindiging van de overeenkomst slechts zal afwijzen, indien geen sprake is van dreigende insolventie. De wederpartij hoeft dus niet in te stemmen met de opzegging. De wederpartij kan de rechter enkel verzoeken om de toestemming te weigeren, omdat er geen sprake is van dreigende insolventie.

    Verleent de rechter toestemming voor de opzegging en homologeert hij het akkoord, dan vindt de eenzijdige opzegging van rechtswege plaats op de dag waarop het vonnis tot homologatie van het akkoord is gewezen en tegen de termijn die de schuldenaar heeft voorgesteld, tenzij de rechter deze termijn onredelijk acht. In dat laatste geval zal de rechter de opzeggingstermijn vaststellen. Die termijn is in ieder geval niet langer dan drie maanden.

    *uitzondering: werknemers zijn uitgezonderd van de WHOA. Arbeidsovereenkomsten kunnen dus niet worden gewijzigd of beëindigd middels de WHOA.

    Schadevergoeding

    De kans bestaat dat de wederpartij schade lijdt als gevolg van de opzegging van de overeenkomst. Deze schadevergoedingsvordering kan de onderneming direct meenemen in het akkoord. Het voordeel daarbij is dat de schuld kan worden gesaneerd. Het nadeel is dat de wederpartij het recht krijgt om over het akkoord te stemmen. Dit geeft de wederpartij de mogelijkheid om tegen het akkoord te stemmen.

    Voorbeeld uit de rechtspraak

    Een voorbeeld uit de praktijk waarin een duurovereenkomst middels de WHOA met succes is beëindigd, is de uitspraak van de rechtbank Limburg van 8 oktober 2021 (ECLI:NL:RBLIM:2021:8851). In deze uitspraak besloot de onderneming haar activiteiten te beëindigen. Om die reden wilde de onderneming de nog lopende huurovereenkomst beëindigen. De verhuurder stemde daar echter niet mee in, waarna de onderneming de rechter verzocht om toestemming te verlenen om de huurovereenkomst eenzijdig op te zeggen. De schadevergoedingsvordering die voortvloeide uit de vroegtijdige beëindiging van de huurovereenkomst, heeft de onderneming meegenomen onder het akkoord. Concreet betekende dit dat de verhuurder 3% van zijn schadevergoedingsvordering ontving, net zoals de andere concurrente crediteuren. De rechter heeft het akkoord gehomologeerd en de onderneming toestemming gegeven voor het opzeggen van de huurovereenkomst.

    Advies

    Wilt u meer weten over de mogelijkheden die de WHOA biedt of heeft u vragen naar aanleiding van het lezen van bovenstaand artikel? Neemt contact op met een van onze specialisten van de sectie Insolventierecht & Herstructurering.

  • Versnelde invoer WHOA

    Versnelde invoer WHOA?

    19 maart 2020, door Derk van Geel

     

    De impact van het coronavirus op de economie is onontkoombaar. Veel ondernemers moeten? sluiten, en de kans is groot dat dit een domino-effect zal geven. Of dit zal leiden tot een nieuwe crisis als in 2008, is de vraag maar velen verwachten toch dat bedrijven in zwaar weer komen. Door de voorzienbare gevolgen van het coronavirus is juist nu de versnelde invoer van de WHOA nodig, omdat de wet de nadelige effecten kan helpen bestrijden.

    Bedrijven hebben juist in deze situatie behoefte aan reorganisatiemogelijkheden. Die mogelijkheden zijn onder de huidige Nederlandse wetgeving beperkt. Er is de mogelijkheid van buitengerechtelijk schuldeisersakkoord, surseance van betaling of faillissement. Experts en de overheid menen dat deze mogelijkheden tekortschieten en dat levensvatbare bedrijven, die door omstandigheden in de problemen raken, beter in staat zouden moeten zijn zich te reorganiseren om zo nadelige effecten van een lastig economisch klimaat te verzachten.

    Al enkele jaren is de wetgever bezig met het construeren van een nieuwe wet, genaamd: Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Deze wet moet het mogelijk maken om buiten een insolventieprocedure tot een dwangakkoord te komen met crediteuren. Enkele dwarsliggers kunnen een reorganisatie dan niet voorkomen (zoals dat nu wel vaak het geval is). De wet is al in behandeling bij de Tweede Kamer maar de invoering laat op zich wachten.

    Door de voorzienbare gevolgen van het coronavirus ontstaat een ‘sense of urgency’. Een aantal experts heeft daarom opgeroepen de wet versneld in te voeren. Deze brief leest u hier.

    Wij juichen dit initiatief toe. Het zal een extra instrument zijn om de gevolgen van het virus te bestrijden. Overigens zal de wet niet zaligmakend zijn. Slechts in bepaalde gevallen kan de wet een oplossing -bieden. Het is geen wondermiddel.

    Meer weten over de WHOA? Neem contact op met Derk van Geel, partner insolventie & herstructurering via: derk.vangeel@actlegal-fort.com of via tel. 020-664 5111. Voor meer informatie zie ook:  www.wbrt.nl.

  • Insolventie & herstructurering begrippen: Het opschortingsrecht

    Insolventie & herstructurering begrippen: Het opschortingsrecht

    In een reeks blogs belichten de insolventie- en herstructureringsdeskundigen van FORT juridische begrippen en do’s en don’ts die nuttig kunnen zijn indien u te maken krijgt met een wederpartij die in financiële nood verkeert. In dit blog zal ik het opschortingsrecht bespreken.

    Het opschortingsrecht toegelicht

    Stel, u bestelt goederen maar ontvangt slechts een deel van de bestelling. Uw leverancier verlangt evengoed volledige betaling. Een tweede voorbeeld: U spreekt af om regelmatig goederen aan een klant te leveren en na enige tijd loopt uw klant achter op het afgesproken betalingsschema. Uiteraard wilt u het risico vermijden dat u betaalt voor goederen die nooit worden geleverd óf dat u goederen levert die onbetaald blijven.

    Dit risico ontstaat met name wanneer u wordt geconfronteerd met een wederpartij die niet bereid of in staat is diens afspraken na te komen. Dan rijst de vraag of u verplicht bent uw deel van de afspraken na te komen. Het antwoord hierop is kort: nee! Onder bepaalde voorwaarden kunt u gebruik maken van uw opschortingsrecht en uw deel van de afspraken opschorten (uitstellen).

    Voorwaarden voor het uitoefenen van uw opschortingsrecht

    Om uw deel van de afspraken op te schorten dient te worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Ten eerste moet er een opeisbare vordering op de wederpartij bestaan. Dit houdt in dat uw wederpartij tekortschiet in bijvoorbeeld de levering of de betaling. Ook moet er een samenhang bestaan tussen de opeisbare vordering en de op te schorten afspraken. Deze samenhang wordt aangenomen indien de afspraken voortvloeien uit dezelfde of vergelijkbare overeenkomsten tussen de betrokken partijen. Tenslotte dient de opschorting in verhouding te zijn. Zo kan de levering van 200 computers niet worden opgeschort wanneer de klant een betalingsachterstand van slechts enkele dagen heeft en het een onaanzienlijk deel van de totale koopprijs betreft.

    Indien aan deze voorwaarden is voldaan dient te worden onderzocht in hoeverre het opschortingsrecht van toepassing is. Partijen kunnen afwijken van de standaard wettelijke bepaling. Zij kunnen derhalve onderling overeenkomen het opschortingsrecht te beperken, te verruimen dan wel volledig uit te sluiten. Indien uw wederpartij wenst af te wijken van de standaard wettelijke bepaling is dit gewoonlijk in diens algemene voorwaarden vermeld.

    Houd rekening met de bovengenoemde voorwaarden en de mogelijkheden voor afwijking van de wettelijke bepaling krachtens artikel 52, boek 6 van het BW. Het is zaak deze aspecten te onderzoeken alvorens uw opschortingsrecht in te roepen. Indien het opschortingsrecht onterecht is ingeroepen, kunt u aansprakelijk worden gehouden voor alle aan uw wederpartij toegebrachte schade.

    Al met al is het opschortingsrecht een effectief rechtsmiddel. Het kan schadelijke situaties, die het gevolg zijn van een tekortschieten door uw wederpartij, voorkomen.

  • Voorkomen van een faillissement via een akkoord

    Een van de manieren waarop bedrijven proberen een faillissement te voorkomen, is door schuldeisers te vragen akkoord te gaan met het (gedeeltelijk) kwijtschelden van de schuld: een herstructurering. De aanbieder van een zogenaamd buitengerechtelijk akkoord laat zijn schuldeisers dan vaak weten dat indien niet alle schuldeisers akkoord gaan, faillietverklaring volgt. Het gevolg van de  faillietverklaring is dat gewone schuldeisers niets krijgen, omdat bijvoorbeeld de Belastingdienst voorgaat. Voor gewone schuldeisers is “iets” vaak beter dan niets en zij doen daarom aan het akkoord mee.

    In de praktijk blijkt dit buitengerechtelijk akkoord vaak niet haalbaar, omdat één enkele rancuneuze schuldeiser het akkoord kan torpederen. De wet geeft geen mogelijkheden om de dwarsliggende schuldeiser aan boord te krijgen. Rechters zijn slechts onder zeer bijzondere omstandigheden bereid om een dwarsligger te dwingen aan het akkoord mee te werken.

    Er is dus grote behoefte aan een dwangakkoord. Bij de opfrisbeurt van de Faillissementswet (programma Herijking Faillissementsrecht) wordt hier ook aandacht aan besteed. Daarom is er nu een wetsvoorstel dat beoogt de herstructurering via een akkoord buiten faillissement te bespoedigen en met zo min mogelijk formaliteiten, kosten en onzekerheden gepaard te laten gaan. De voorgestelde regeling verschilt niet veel van een faillissementsakkoord: indien het akkoord door de meerderheid van schuldeisers wordt ondersteund, kunnen schuldeisers die zich er op onredelijke gronden tegen verzetten, worden gedwongen door een algemeen verbindend verklaring door de rechter. In het voorstel zijn waarborgen opgenomen, zodat schuldeisers hun stem kunnen laten horen bij eventuele onregelmatigheden. De inhoud van het akkoord is vormvrij, waardoor de voorwaarden van het akkoord per geval kunnen verschillen.

    De komende periode kunnen partijen hun visie geven op het wetsvoorstel. Het voorstel zal daarom niet voor 2015 in werking treden. Bij het aanbieden van een buitengerechtelijk akkoord kan natuurlijk wel al verwezen worden naar de aanstaande wetgeving.