Tag: financiering

  • Track record Berth adviseren aandeelhoudersgeschil verkoop verzekeringsmaatschappij

    Track record Berth adviseren aandeelhoudersgeschil verkoop verzekeringsmaatschappij

    Adviseren bij een aandeelhoudersgeschil over de verkoop van een verzekeringsmaatschappij door conflicterend management.

  • Het hotel in bijzonder beheer

    Het hotel in bijzonder beheer

    Het hotel in bijzonder beheer

    24 september 2020, door Derk van Geel

     

    Veel hotels die gefinancierd worden door een bank, maakten gebruik van de uitstel en opschortingsregels voor rente en aflossingsverplichtingen. Die periode loopt nu af, per 1 oktober 2020. Onder meer ABN AMRO heeft daarover al brieven gestuurd. Steeds meer hotels worden nu door de bank overgeplaatst naar haar afdeling Bijzonder Beheer. Wat betekent dit, en hoe moet je daarmee om gaan?

    Wat doet Bijzonder Beheer?

    Over Bijzonder Beheer bestaan veel indianenverhalen. Soms ook terecht. Bijzonder Beheer komt in beeld als de bank vindt dat het kredietrisico groter wordt. Dat kan allerlei oorzaken hebben. De teruggevallen omzet, lagere bezettingsgraad en prijzen, brancheontwikkelingen, dalende waarde van onderpand. Vaak is het een combinatie. Momenteel is het zo dat overheidsregelingen soberder worden en rente en aflossing spoedig weer betaald moet worden, terwijl de omzet nog op een laag niveau is. Dat zal veelal de oorzaak zijn.

    Belangrijk om te realiseren is, dat Bijzonder Beheer er op de eerste plaats is voor de bank. De afdeling is dan ook vooral bezig om het risico van de bank in te dammen. De belangen van de kredietnemer staan op de tweede plaats. De misvatting is vaak, dat een ondernemer verwacht dat hij hulp gaat krijgen van de bank. Maar daar is Bijzonder Beheer niet voor. Bijzonder Beheer is er vooral om te monitoren dat de oplossingen die de ondernemer aandraagt, reëel zijn en dat het risico voor de bank beheersbaar is.

    Bijzonder Beheer kent twee interne afdelingen: restructuring en recovery. In eerste instantie kom je bij restructuring. Die afdeling is bedoeld om de klantrelatie in stand te houden en mee te kijken welke oplossingen kunnen worden bereikt. Recovery komt aan de orde als de bank het krediet opzegt en uitwint. Belangrijk is dus om te weten wie de behandelaren zijn en welke afdeling zij vertegenwoordigen.

    Het verbetertraject

    De bank zal eerst allerlei informatie opvragen om te zien waar de ondernemer staat. De bank wil cijfers zien en zal die spiegelen aan eigen branchegegevens. De hotelbranche in Amsterdam is wezenlijk anders dan in andere delen van Nederland. Hetzelfde geldt voor een inschatting van de kostenstructuur. Als het pand waarin het hotel gevestigd is, onderdeel in eigen beheer is, zal de bank vaak een taxatie wensen.

    Vervolgens wil de bank dat de ondernemer laat zien grip te hebben op de zaak en een verbeterplan heeft. Dat plan moet erop gericht zijn de problemen te onderkennen en op te lossen. Natuurlijk kan omzetstijging in coronatijd niet door de ondernemer worden opgelost. Het plan zal dus over andere zaken moeten gaan. Bijvoorbeeld: welke kosten kan je reduceren? Voor afvloeiïng van personeel is een investering nodig en daarover kan wellicht met de bank worden gesproken (bijvoorbeeld een GO-krediet). Ook een nadere opschorting van rente en aflossing kan worden besproken, mits er een goede bestemming is voor de daarmee vrij gekomen liquiditeit. Als de bank onvoldoende vertrouwen heeft dat de ondernemer dit zelf kan, zal de bank aandringen op het inschakelen van een adviseur.

    De doorlooptijd van Bijzonder Beheer is niet eenduidig. Dit hangt sterk af van de situatie. Soms is het snel duidelijk, en in andere gevallen is een langer traject aan de orde.

    Tips and trics

    Omgaan met Bijzonder Beheer is een aparte tak van sport. Zowel in de omgang als in de juridische situatie is het erg delicaat. Dat vereist een foutloze aanpak. Een paar tips zijn:

    • Stel altijd een agenda voor een gesprek op. Zo voorkom je ter plaatse te worden overvallen door onderwerpen of vragen.
    • Zorg dat je de ins and outs van het bedrijf kent. Als de bank vraagt naar de omzet, bezettingsgraad en prijsontwikkeling van kamers over de afgelopen zes maanden, moet dat meteen kunnen worden opgedreund en in een mooie grafiek zichtbaar zijn.
    • Let op bij brieven en e-mails ter bevestiging. Het is gebruikelijk dat een verslag wordt gemaakt, maar de bankmedewerkers zijn er bedreven in om met de vastlegging ten gunste van de bank het dossier te bouwen. Zorg aan de andere kant dat belangrijke afspraken, uitspraken en bespreekpunten, goed worden vastgelegd. Dat komt erg nauw.
    • Voorkom conflicten. Het zoeken naar een redelijke oplossing is steeds de beste oplossing. Ook als de bank onwelgevallige eisen stelt, is het belangrijk rustig en coöperatief te handelen.
    • Neem niet te snel een advocaat mee. Beter is om een advocaat op de achtergrond te laten adviseren. Een advocaat aan tafel zorgt snel voor verkramping van een overleg. Het kan echter zo zijn, dat op een bepaald punt een breekijzer nodig is.
  • Bank kan niet zomaar van trustkantoor af

    Het beleid van een bank is niet heilig. Uit een recente uitspraak volgt dat een bank vanwege gewijzigd beleid niet snel de relatie met een cliënt kan opzeggen. Het is een steun in de rug voor partijen die geconfronteerd worden met de opzegging van de relatie door hun bank.

    Wat speelde er?
    Het ging hier om een klein trustkantoor -twee werknemers- dat is gevestigd in Amsterdam en de gebruikelijke trustactiviteiten verricht. Na verschillende onderzoeksrapportages van DNB (De Nederlandse Bank) over integriteitsrisico’s bij kleine trustkantoren, heeft ING Bank haar beleid gewijzigd. Dat nieuwe beleid komt erop neer dat de bank alleen nog grotere trustkantoren als klant wil hebben. Enerzijds om te voorkomen dat zij zelf slachtoffer wordt van integriteitrisico’s van kleine trustkantoren en anderzijds vanwege de toenemende compliancekosten bij de kleine trustkantoren. Overigens is gelijksoortig beleid door andere grote banken (ABN AMRO, SNS, Rabobank) ook toegepast.

    De bank was op grond van de overeenkomsten die met het trustkantoor waren gesloten, bevoegd om de overeenkomst om welke reden dan ook op te zeggen als er maar een opzegtermijn van 60 dagen in acht werd genomen. Dat heeft de bank gedaan. De bank heeft onder verwijzing naar haar gewijzigde beleid met 60 dagen de relatie opgezegd.

    Het trustkantoor kwam in het geweer en voerde aan dat zij daardoor onrechtvaardig werd getroffen in haar belangen. Het trustkantoor stelde dat het voor haar van groot belang is om aangesloten te zijn bij een grote (systeem)bank als ING Bank. Daaruit ontleent zij ook integriteit en dat is voor haar als trustkantoor belangrijk. Bovendien zou het trustkantoor klanten verliezen als zij naar een kleinere bank moest verhuizen. In de kern commerciële belangen dus.

    Oordeel rechter
    De rechter oordeelde, na afweging van de belangen, dat het de bank niet vrij stond om vanwege haar gewijzigde beleid de relatie op te zeggen. Met name was van belang dat bij het trustkantoor geen sprake was van twijfel aan de integriteit en de rechter oog had voor de commerciële belangen van het trustkantoor aangesloten te zijn bij een systeembank.

    Hoewel ook de belangen van ING Bank (toenemende kosten en integriteit) gerechtvaardigd zijn, meende de rechter dat het belang van het trustkantoor voorrang moest krijgen boven dat van de bank. De bank mocht dus niet opzeggen en moest de relatie voortzetten.

    Opzegging
    Over de opzegging van de (krediet)relatie door banken is de laatste tijd veel te doen. Denk aan Deutsche Bank. Ook daar lag een beleidsbeslissing ten grondslag aan de opzegging van veel relaties. Uit verschillende uitspraken blijkt dat een bank niet zomaar mag opzeggen. Er moet goed rekening worden gehouden met de belangen van de cliënt. De maatschappelijke positie van de bank brengt dat met zich mee. Iedereen moet in principe toegang hebben tot het bancaire systeem.

    Ook deze uitspraak toont aan dat als een opgezegde cliënt van een bank kan onderbouwen wat de vergaande gevolgen zijn van de opzegging, hij een goede kans maakt om de opzegging aan te vechten.

    Derk van Geel  is advocaat binnen de sectie Ondernemingsrecht van FORT. Hij is gespecialiseerd in faillissementsrecht en treedt vaak op als curator in faillissementen. Voor vragen is hij bereikbaar op 020 – 664 5111 of via mail.

  • Pandhouder mag innen, maar niet schikken

    De pandhouder van een stil verpande vordering heeft het recht om het pandrecht ‘openbaar te maken’ wanneer zijn schuldenaar in verzuim verkeert. Hij stuurt de debiteur van de vordering waarop het pandrecht rust, een brief en doet mededeling van zijn pandrecht.

    Veelal gaat het om de bank die een bedrijf financiert en als zekerheid daarvoor een pandrecht heeft verkregen op de debiteuren van het bedrijf. De bank mag dan, wanneer het bedrijf in verzuim raakt, de verpande vorderingen op de debiteuren van dat bedrijf, zelf gaan innen.

    Verifiëren van het pandrecht

    De debiteuren kunnen na de mededeling van het pandrecht alleen nog bevrijdend betalen aan de pandhouder (de bank). De wet zegt namelijk dat de pandhouder vanaf dat moment exclusief bevoegd is om de betaling te ontvangen. Debiteuren doen er goed aan wanneer zij een brief krijgen van een partij die zegt pandhouder te zijn, dat recht te verifiëren. Wanneer zij aan de verkeerde partij betalen, kunnen ze gehouden zijn om nogmaals (aan de juiste partij) te betalen.

    Terug naar de pandhouder.

    De pandhouder mag dus de vordering innen. Maar mag hij ook meer? Mag de pandhouder bijvoorbeeld een schikking treffen met een debiteur die verweer voert? Mag de pandhouder een afbetalingsregeling treffen, of zelfs de vordering aan een derde overdragen?

    Banken hebben de neiging om die rechten wel uit te oefenen. Maar recentelijk heeft de Hoge Raad bevestigd dat de pandhouder dit niet mag. De Hoge Raad oordeelt (terecht) dat de pandhouder alleen de in de wet genoemde bevoegdheden mag uitoefenen. Niets meer, niets minder. En dat betekent dat de pandhouder wel mag innen  maar niet mag schikken of de vordering mag overdragen. Voor de beslaglegger geldt overigens hetzelfde. Ook die mag niet meer doen dan de in de wet gegeven bevoegdheden (dus wel innen maar niet schikken).

    Bevoegdheden pandgever

    De pandgever blijft aan de andere kant bevoegd handelingen te verrichten zoals het verlenen van kwijtschelding, het treffen van een afbetalingsregeling en het omzetten van de vordering tot nakoming in een schadevergoeding. Ook blijft de pandgever bevoegd tot ontbinding en beëindiging van de overeenkomst waaruit de vordering voortkomt, wat ook weer gevolgen voor de vordering kan hebben.

    Als debiteur die aan de pandhouder moet betalen, biedt dit wellicht mogelijkheden.

    Derk van Geel  is advocaat binnen de sectie Ondernemingsrecht van FORT. Hij is gespecialiseerd in faillissementsrecht en treedt vaak op als curator in faillissementen. Voor vragen is hij bereikbaar op 020 – 664 5111 of via mail.

  • Noodfinanciering minder snel paulianeus

    Het komt vaak voor dat bedrijven in moeilijkheden aankloppen bij een financier, zoals een bank om een aanvullende financiering te krijgen zodat zij een moeilijke periode kunnen overbruggen. De financier zal dan altijd zekerheden vragen zoals pandrechten op bedrijfsactiva. Waar mogelijk wordt het zekerhedenpakket van de bank dus uitgebreid vanwege de aanvullende financiering.

    Wanneer geen sprake is van een faillissement, levert deze gang van zaken geen problemen op. Maar, niet zelden gaat het alsnog mis en gaat het bedrijf alsnog failliet.

    Als het wel misgaat
    De curator en de crediteuren zijn dan misschien wel slechter af: zij zien zich geconfronteerd met een situatie waarbij niet maar een deel maar alle activa zijn verpand aan de bank. Dit is namelijk gebeurd in het kader van de noodfinanciering. De opbrengst van de activa zal dan vrijwel geheel naar de financier gaan en niet naar de overige crediteuren. Bovendien is dit allemaal gebeurd in de periode kort voor het faillissement.

    Onder omstandigheden kan het vestigen van die aanvullende zekerheden voor een nieuwe lening onrechtmatig ofwel ‘paulianeus’ zijn. De faillissementswet stelt de curator in staat om bepaalde rechtshandelingen te vernietigen als deze onverplicht zijn gebeurd, de schuldeisers zijn benadeeld en de beide partijen hadden behoren te weten dat die benadeling zou volgen. Bovendien wordt de curator enorm geholpen in zijn bewijspositie wanneer sprake is van een geval als bedoeld in artikel 43 van de faillissementswet (Fw).

    Daarin staan verschillende situaties vermeld die door de wetgever als ‘verdacht’ zijn aangemerkt. Is van zo’n situatie sprake dat geldt het vermoeden dat er sprake is van benadeling en van wetenschap daarvan bij beide partijen. Zoals gezegd levert dit de curator een aanzienlijk gemakkelijkere positie op.

    Oordeel Hoge Raad
    Er werd veel gediscussieerd of de hierboven beschreven situatie (het vestigen van extra zekerheden voor nieuw krediet) nu wel of niet onder artikel 43 Fw viel. Onlangs heeft de Hoge Raad beoordeeld dat dit niet het geval is.

    Dat maakt het voor de curator moeilijker zo’n constructie aan te tasten en stelt partijen in staat met minder risico’s een noodlening te verstrekken.

    Derk van Geel  advocaat binnen de sectie Ondernemingsrecht van FORT. Hij is gespecialiseerd in faillissementsrecht en treedt vaak op als curator in faillissementen. Voor vragen is hij bereikbaar op 020 – 664 5111 of via mail.

     

  • Acties tegen Deutsche Bank

    Vandaag deed Harm Wiegersma de uitspraak dat klanten van Deutsche Bank die een brief ontvingen waarin de bank het krediet opzegt, het beste naar de rechter kunnen. Deutsche Bank zegt overigens in een reactie dat de soep niet zo heet gegeten moet worden en er voor een oplossing zal worden gezorgd.

    De vraag is: Wat kan je als de bank het krediet opzegt?

    Geldlening
    Een krediet is een overeenkomst van geldlening. Geldleningen zijn er in vele soorten en maten. Zo kan het gaan om werkkapitaalkrediet (in rekening-courant) of een krediet voor de aanschaf (investering) van een machine of de bouw van een bedrijfspand. Het maken van dit onderscheid is van belang.

    Kredieten in rekening-courant zijn veelal aangegaan voor onbepaalde tijd. Dat betekent dat zonder opzegging door de bank of de klant, de lening blijft voort duren. De bank blijft dan continue gehouden de gelden te beschikking te stellen.

    Anders is dit bij een geldlening die voor bepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld. Deze leningen hebben een bepaalde looptijd en moeten aan het einde daarvan worden terugbetaald (of een nieuwe geldlening aangaan).

    Opzegging
    In de Algemene Bankvoorwaarden staan verschillende redenen opgenomen op grond waarvan de bank het krediet mag opzeggen en de lening mag opeisen. Te denken valt aan gevallen waarin de klant tekortschiet in de nakoming van de geldleningovereenkomst. In die gevallen mag de bank in principe het krediet opzeggen.

    Beperkte opzeggingsbevoegdheidDe opzeggingsbevoegdheid wordt echter wel beperkt. De bank mag immers niet van deze bevoegdheid gebruik maken wanneer de opzegging ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is’. Het gaat daarbij om een afweging tussen de belangen van de bank en die van de klant. Factoren die een rol spelen zijn bijvoorbeeld:
    – de duur en aard van de kredietrelatie,
    – het gedrag van de kredietnemer,
    – of sprake is van een tekortkoming,
    – het kredietrisico bij de bank,
    – de overlevingskansen voor de onderneming de wijze van besluitvorming en communicatie bij de bank, en
    – de betrokken maatschappelijke belangen en de belangen van derden.

    Gevolgen
    Als de bank onbevoegd opzegt, handelt de bank onrechtmatig en moet de door de klant geleden schade worden betaald. Daarbij kan het gaan om de kosten ter verkrijging van alternatieve financiering, renteverschillen, andere nadelen van de onbevoegde opzegging. Ook kan worden gevorderd dat de bank de lening gewoon tegen de overeengekomen voorwaarden moet blijven verstrekken.

    Vanwege de urgentie die met de opzegging gepaard gaat, leent een kort geding zich vaak het beste om tegen de opzegging in het geweer te komen.