Tag: nieuwe wet

  • (G)een oplossing voor belastingschulden

    (G)een oplossing voor belastingschulden

    (G)een oplossing voor belastingschulden: de WHOA

    4 maart 2021, door Sylvain Caris

     

    Miljarden aan uitgestelde belastingen tikkende tijdbom voor bedrijven in nood”: een kop uit het Het Financieel Dagblad van 17 februari 2021. De krant baseert zich hierbij op de Bijzonder Beheer Barometer, een initiatief van PwC en Universiteit Leiden. Uit het onderzoek door experts blijkt dat een faillissementsgolf aanstaande is; de overheidssteunmaatregelen zorgen slechts voor uitstel. De verwachting is dat de sector horeca, waar de hotellerie onder valt, zal zorgen voor de grootste instroom bij de bijzonder beheer afdelingen van banken.

    Volgens de experts kan een instroom worden voorkomen door verlenging van de periode waarover belastinguitstel en terugbetaling mogelijk is. Uit onderzoek van Het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat per 31 december 2020 het totaal aan uitgestelde belastingen ruim 13 miljard euro bedraagt. De horeca neemt hiervan bijna 800 miljoen euro (!) voor haar rekening.

    Een gedeelte van deze schuld rust waarschijnlijk op uw hotelonderneming. Zoals iedere andere schuld zal ook deze schuld in eerste instantie betaald moeten worden. Zoals iedere onderneming zal u bij aanvang van de COVID-pandemie uitstel van betaling hebben aangevraagd.

    Een oplossing

    Op basis van de wet kan kwijtschelding van een belastingschuld worden verleend indien deze geheel of gedeeltelijk niet betaald kan worden. Dit is mogelijk indien de middelen ontbreken om de belastingschuld te betalen en indien ook niet verwacht wordt dat deze betaling binnen afzienbare tijd alsnog gedaan kan worden. Ook kunnen volgens de toelichting op de wet zich andere omstandigheden voordoen die maken dat betaling redelijkerwijs niet kan worden gevraagd.

    De wet biedt aldus ruimte om kwijtschelding van de belastingschuld te vragen aan de Belastingdienst. Het kabinet heeft inmiddels de Tweede Kamer ook laten weten dat het zich realiseert dat ondanks de ruimhartige terugbetalingsregeling van 36 maanden, dit niet voor iedere ondernemer voldoende zal zijn. Het kabinet heeft dan ook aangegeven dat de Belastingdienst nu binnenkomende saneringsverzoeken binnen de bestaande wettelijke kaders met een welwillende blik zal beoordelen.

    Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)

    Een andere optie voor uw onderneming is de schuldeisers, waaronder ook de Belastingdienst, een akkoord aan te bieden. De Belastingdienst heeft zich zichzelf regels opgelegd waaronder zij zal instemmen met een akkoord (de Leidraad Invordering). Kort samengevat, zal de Belastingdienst slechts instemmen met een schuldeiserakkoord indien:

    • Zij minimaal het dubbele percentage krijgt van de ‘gewone’ crediteuren;
    • Zij gelijk wordt behandeld met de overige bevoorrechte crediteuren (denk hierbij aan het UWV);
    • Uw onderneming vanaf het moment dat zij een verzoek doet, haar belastingen betaalt; en
    • Na het slagen van het akkoord er een reëel vooruitzicht bestaat wat betreft de voortzetting van uw onderneming.

    Per 1 januari 2021 is een nieuwe wet ingevoerd die de mogelijkheid biedt om uw schuldeisers onder omstandigheden te laten instemmen met een akkoord (de WHOA). Uit een recent gepubliceerde uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 19 februari 2021 blijkt dat De Belastingdienst heeft ingestemd met een homologatie akkoord. De Belastingdienst kreeg op basis van het aangeboden akkoord 21 procent uitgekeerd. De concurrente crediteuren daarentegen 16 procent. Hieruit blijkt eens te meer dat De Belastingdienst saneringsverzoeken met een welwillende blik beoordeelt, en daarbij bereid is af te wijken van haar eigen (beleids-)regels.

    Meer weten over de mogelijkheden om een uw schulden te saneren, of heeft u een andere vraag naar aanleiding van het lezen van bovenstaand artikel? Neem contact op met Sylvain Caris, advocaat Insolventie & Herstructurering via: sylvain.caris@actlegal-fort.com of via tel. 020-664 5111.

  • Wet franchise in werking per 1 januari 2021

    Wet franchise in werking per 1 januari 2021

    Wet franchise in werking per 1 januari 2021

    29 januari 2021, door Dirk van den Berg en Katinka Verdurmen

     

    De nieuwe Wet franchise is op 1 januari in werking getreden. De franchiseovereenkomst is hierdoor een uitdrukkelijk in het Burgerlijk Wetboek geregelde overeenkomst geworden (net als bijvoorbeeld huur, koop en agentuur).

    Een aantal onderdelen van de Wet franchise heeft onmiddellijke werking voor lopende franchiseovereenkomsten. Andere onderdelen worden voor lopende contracten pas in januari 2023 van kracht.

    Alle franchiseovereenkomsten die na 1 januari 2021 worden gesloten vallen direct in volle omvang onder de Wet franchise.

    Deze wet legt de nadruk op vier onderwerpen:

    1. De precontractuele uitwisseling van informatie.
    2. De tussentijdse wijziging van een lopende franchiseovereenkomst.
    3. De beëindiging van de franchisesamenwerking.
    4. Het overleg tussen de franchisegever en zijn franchisenemers.

    De nieuwe spelregels hebben aanzienlijke gevolgen voor de franchiserelatie. Franchisegevers en franchisenemers doen er verstandig aan om daarover in gesprek te gaan. Het franchiseteam van FORT heeft een overzichtelijk schema van de hoofdlijnen van de wet gemaakt, dat daarbij behulpzaam kan zijn.

    Directe werking / uitgestelde werking

    Verschillende artikelen van de Wet franchise zijn direct van kracht voor alle lopende en nieuwe franchiseovereenkomsten. Dat betreft de verplichtingen tot informatieverstrekking en overleg in zowel de precontractuele fase als tijdens een lopende franchiseovereenkomst.

    De wet bevat ook bepalingen over het instemmingsrecht van de franchisenemer met wijzigingen van de overeenkomst (drempelwaarden), de waardebepaling van de goodwill van de franchisenemer en concurrentiebedingen. Die zullen voor lopende overeenkomsten pas in 2023 gaan gelden, maar zijn direct van toepassing voor overeenkomsten die vanaf 1 januari 2021 worden gesloten.

    Drempelwaarden (uitgestelde werking)

    Extra aandacht behoeven de artikelen in de Wet die zien op het plegen van investeringen en de mate en wijze waarop de franchisegever dit van de franchisenemer kan verlangen. Er wordt – kort gezegd – een systeem van contractuele “drempelwaarden” geïntroduceerd.

    Dit houdt in dat een franchisegever niet zonder instemming van de franchisenemer(s) een wijziging kan doorvoeren die negatieve financiële impact heeft voor de franchisenemer (investeringen of kosten). Slechts voor zover de financiële impact blijft onder een vooraf contractueel afgesproken drempelwaarde, kan de franchisegever de franchisenemer verplichten tot deze wijziging of investering.

    Bij wijzigingen met een impact boven de drempelwaarde, is instemming vereist van:
    – de meerderheid van de franchisenemers (50% + 1), of
    – de franchisenemer(s) die het betreft.

    Het is van belang goed na te denken over de hoogte van drempelwaarden. Deze mogen in ieder geval niet zo hoog worden vastgesteld, dat er feitelijk nooit instemming is vereist.

    Precontractuele uitwisseling van informatie (directe werking)

    De Wet franchise schrijft voor welke informatie franchisegevers minimaal moeten delen met hun potentiële franchisenemers, zodat kandidaat-franchisenemers een weloverwogen beslissing kunnen nemen om zich wel of niet aan te sluiten bij de formule. Uiterlijk vier weken voor de ondertekening van de overeenkomst moet de franchisegever alle informatie verstrekken waarvan hij weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat die voor de beslissing van de franchisenemer van belang is. In deze periode mogen er geen aanvullende voorwaarden gesteld worden of wijzigingen doorgevoerd worden die mogelijk negatief of bezwarend uitpakken voor de kandidaat-franchisenemer (standstill periode). De kandidaat-franchisenemer kan in deze periode de verstrekte documenten bestuderen, zelf onderzoek doen en adviseurs raadplegen.

    Het verstrekken van een prognose is niet verplicht. Ook het ter beschikking stellen van het handboek is in deze fase nog niet verplicht. De wetgever heeft hiermee aangesloten bij geldende jurisprudentie.

    Informatie over tussentijdse wijziging van een lopende franchiseovereenkomst (directe werking)

    Wanneer de franchisegever de formule verder wil ontwikkelen (dus: wijzigen) moet hij de franchisenemers tijdig informatie verstrekken over deze wijzigingen. Dit geldt bijvoorbeeld als:
    – de franchisegever de franchiseovereenkomst wil wijzigen (de overeenkomst moet daarin dan wel voorzien);
    – de franchisenemer moet investeren in zijn onderneming (de overeenkomst moet daarin dan wel voorzien);
    – de franchisegever een afgeleide formule wil gaan uitrollen (zoals bijvoorbeeld een webshop).

    Naast informatie over voorgenomen wijzigingen in de formule moet de franchisegever ook informatie geven over hoe de diverse vergoedingen worden besteed. Zo heeft de franchisenemer de kans om te controleren of door de franchisegever gevraagde bijdragen niet onredelijk hoog zijn. De franchisegever hoeft niet alles inzichtelijk te maken, maar moet wel laten zien waaraan deze bijdragen worden besteed.

    Het overleg tussen franchisegever en zijn franchisenemers (directe werking)

    De wet bepaalt dat er tenminste één keer per jaar structureel overleg tussen franchisegever en franchisenemer plaats moet vinden. In de praktijk zullen de meeste formules dit al een aantal keer per jaar doen. De wet bepaalt ook dat franchisegevers hun franchisenemers regelmatig ondersteuning moeten bieden in het kader van de franchiseformule. Hoe ver die ondersteuning moet gaan bepaalt de wet niet.

    De beëindiging van de franchisesamenwerking (uitgestelde werking)

    Duidelijkheid over de waardebepaling van de franchisevestiging
    In de franchiseovereenkomst moet duidelijk staan hoe de waarde van de goodwill van de onderneming van de franchisenemer wordt bepaald wanneer hij zijn onderneming wil verkopen. Er kan een rekenmethodiek worden opgenomen, of – bijvoorbeeld – dat een onafhankelijke derde op een professionele manier de waarde bepaalt.

    Beperking concurrentiebeding
    De Wet franchise bepaalt dat het concurrentiebeding van de franchisenemer niet langer mag duren dan een jaar en qua gebied niet groter mag zijn dan het exclusieve werkgebied waar de ondernemer actief was. Dit beding is in lijn met de bestaande jurisprudentie.

    Advies en hulp bij aanpassing franchiseovereenkomst

    Het franchiseteam van FORT onder leiding van Katinka Verdurmen en Dirk van den Berg helpt zowel franchisegevers als franchisenemers bij het opstellen en aanpassen van franchiseovereenkomsten.

    [pdf-embedder url=”https://www.actlegal-netherlands.com/wp-content/uploads/Schema-wet-Franchise-Fort-Advocaten_2021.pdf” title=”Schema wet Franchise – Fort Advocaten_2021″]