Tag: MKB

  • Deutsche Bank zegt krediet op: wat te doen?

    Gevolgen kredietcrisis voor kredietverlening

    De overvloed aan liquiditeit die voorafgaande aan de crisis voorradig was tegen historisch zeer gunstige prijzen, resulteerde in een onstuimige groei van kredietverlening aan onder meer het midden- en kleinbedrijf (mkb). Voor de vastgoedsector in het bijzonder kwam daarbij dat er geen grenzen leken te bestaan aan de prijsontwikkeling van het onderliggende onderpand. Ook banken uit het buitenland betraden de markt.

    Met de kredietcrisis kwam een abrupt einde aan deze ontwikkeling. Financiële instellingen voelden als eerste de pijn van het wegvallen van het onderlinge vertrouwen tussen banken. Een fors aantal buitenlandse banken heeft zich inmiddels teruggetrokken uit de Nederlandse markt sinds het uitbreken van de kredietcrisis.

    Deutsche Bank en mkb

    Ook Deutsche Bank neemt maatregelen: zij heeft aangekondigd afscheid te zullen nemen van 16.000 mkb-ondernemers. Het gaat om ondernemers met een rekening-courantkrediet. Deze ondernemers kwamen in 2009 gedwongen bij Deutsche Bank terecht toen deze bank onderdelen van ABN AMRO overnam.

    Deutsche Bank heeft de mkb-ondernemers inmiddels brieven verstuurd waarin zij de bancaire relatie en de rekening-courantkredieten opzegt tegen een opzegtermijn van 6 maanden.

    Duizenden mkb-ondernemers komen hierdoor in ernstige, zo niet fatale, problemen. Het is momenteel vrijwel niet mogelijk naar een andere bank over te stappen, of soms slechts onder veel ongunstiger voorwaarden. Veel mkb-ondernemers komen daardoor in acute liquiditeitsnood.

    De problemen kunnen nog verergeren als de ondernemer een rente- of andere swap (een soort verzekeringsproduct) heeft afgesloten: als die swap vervroegd wordt beëindigd, moeten hoge break fees worden betaald door de mkb-ondernemer.

    Opzegging en zorgplicht

    Deutsche Bank is niet de eerste buitenlandse bank die zich terugtrekt van de Nederlandse financieringsmarkt. In mijn praktijk zijn diverse soortgelijke situaties aan de orde en aan de orde geweest.

    Deutsche Bank is echter gebonden aan rechtsregels waar het gaat om het beeindigen van kredietovereenkomsten. In de door Deutsche Bank gehanteerde algemene bankvoorwaarden is namelijk bepaald:

    “De bank neemt bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht en houdt daarbij naar beste vermogen rekening met de belangen van de cliënt. Geen van de bepalingen van deze algemene bankvoorwaarden of van de door de bank gebruikte bijzondere voorwaarden kan aan dit beginsel afbreuk doen.”

    Daarnaast is in de jurisprudentie de norm ontwikkeld dat een bank:

    “uit hoofde van de maatschappelijke functie van banken een bijzondere zorgplicht heeft […] jegens haar cliënten uit hoofde van de met hen bestaande contractuele verhouding […]”

    Wat dit laatste betreft is het vaste jurisprudentie dat de reikwijdte van die zorgplicht afhangt van de omstandigheden van het geval. De vraag of een opzegging van een krediet van een specifieke  leningnemer in strijd is met voornoemde normen, zal daarom op individuele basis en van geval tot geval moeten worden beoordeeld. Van een eenvoudige ‘one size fits all’-oplossing is beslist geen sprake.

    Voorbeelden van omstandigheden die zoal een rol kunnen spelen zijn:

    i.        de duur, de mate van exclusiviteit, de omvang en de ingewikkeldheid en het verloop van de kredietrelatie;

    ii.        welke termijn de kredietnemer krijgt om een andere (huis)bankier te zoeken en welke ernstige financiële problemen voor de
    kredietnemer (zullen) ontstaan indien hij zijn financieringsbehoefte niet op korte termijn elders kan onderbrengen;

    iii.        de wijze van besluitvorming van de bank voorafgaand aan de opzegging en de wijze waarop overleg is gevoerd met de kredietnemer en of en in welke mate de bank de kredietnemer tevoren heeft gewaarschuwd; en

    iv.        andere maatschappelijke belangen.

    Een andere mogelijke uitweg is de volgende. De wet maakt het de rechter mogelijk een kredietovereenkomst (en eventueel bijbehorende swap-overeenkomst) te wijzigen in het geval van “onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten”. In zo’n geval zou de rechter de opzeggingsbevoegdheid van deutsche Bank (al dan niet tijdelijk) kunnen uitsluiten of inperken.

    Er valt zeker wat voor te zeggen dat de kredietcrisis een onvoorziene omstandigheid is (voor zover de kredietovereenkomst voorafgaand aan de kredietcrisis is afgesloten). De omvang en impact van de kredietcrisis overstijgt de min of meer gebruikelijke – en dus voorzienbare – conjunctuurschommelingen. Er is sprake van een unieke crisissituatie.

    Wat te doen?

    Degenen die er inmiddels in zijn geslaagd hun kredietovereenkomst over te sluiten, mogen van geluk spreken. Degenen die dat niet is gelukt, hebben gezien het voorgaande vooralsnog geen reden het hoofd in de schoot te leggen.

    In ieder geval is het noodzakelijk de voor uw onderneming relevante omstandigheden, de verwachtbare gevolgen van een opzegging door Deutsche Bank, én alle relevante clausules van uw kredietovereenkomst in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld in hoeverre en op grond van welke omstandigheden een beroep kan worden gedaan op (i) de bijzondere zorgplicht van Deutsche Bank, en/of (ii) onvoorziene omstandigheden. Deze beoordeling is maatwerk, en zal voor elk van de 16.000 anders uitpakken.

    Het is in mijn optiek niet raadzaam onvoorbereid en zonder plan van aanpak de Deutsche Bank te benaderen. Deutsche Bank heeft haar eigen belangen en zal daarnaar blijven handelen.

  • MKB: houd de bank buiten de deur

    Houd de bank buiten de deur

    Wanneer u uw bedrijfsactiviteiten door een bank laat financieren wees dan alert. Indien de bank een pandrecht op de aandelen van uw onderneming eist, kan het namelijk zijn dat u daardoor de deur openzet voor een zogenaamde ‘enquêteprocedure’.

    Kort gezegd houdt een enquêteprocedure in dat een speciaal daarvoor bevoegde rechter, namelijk de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam, één of meer onderzoekers beveelt een onderzoek te doen naar de ‘gang van zaken en het beleid’ binnen een rechtspersoon (zoals een B.V. of een N.V.). Feitelijk wordt de onderneming dan binnenstebuiten gekeerd.

    Drukmiddel
    Indien de Ondernemingskamer zo’n onderzoek naar de gang van zaken en het beleid van een rechtspersoon beveelt, heeft dat zeer ingrijpende consequenties: de kosten van het onderzoek moeten door de rechtspersoon worden betaald; bestuurders en aandeelhouders kunnen op een zijspoor worden gezet; genomen besluiten kunnen worden vernietigd en teruggedraaid; en de enquêteprocedure kan een inleiding vormen voor een tweede procedure waarbij bestuurders in privé aansprakelijk worden gesteld. Daar komt bij dat de Ondernemingskamer enquêteverzoeken vrij snel behandelt en ook vrij snel een (eerste) uitspraak doet. Door dit alles samen wordt er in de praktijk graag en regelmatig gebruik gemaakt van de enquêteprocedure, vaak zelfs uitsluitend als drukmiddel.

    De Ondernemingskamer geeft zo’n tot een onderzoek naar de gang van zaken en het beleid binnen een rechtspersoon niet zomaar. Hierom moet door zogenaamde ‘enquêtegerechtigden’ worden verzocht. De wet bepaalt wie enquêtegerechtigd zijn (sinds kort is de faillissementscurator hieraan toegevoegd).

    Uitspraak Ondernemingskamer
    Hoewel het níet met zoveel woorden in de wet staat, heeft de Ondernemingskamer in een vrij recente uitspraak bepaald dat een financierende bank óók ‘enquêtegerechtigd’ kan zijn. Een bank is dat niet onder alle omstandigheden, maar kan dat wel degelijk zijn indien aan haar een pandrecht op de aandelen in de rechtspersoon is verstrekt. Bij MKB-financieringen komt dat in de praktijk vaak voor. Daarnaast moet er sprake zijn van specifieke bepalingen in de statuten van de rechtspersoon en in de pandakte.

    Voorkom bij het aantrekken van een (bank)financiering en bij het verstrekken van pandrecht op aandelen, dat de financierende bank ‘enquêtegerechtigd’ wordt. Immers, wanneer uw vennootschap onverhoopt in betalingsmoeilijkheden komt, wilt u niet dat uw bank een enquêteprocedure begint met alle verregaande en hierboven beschreven gevolgen van dien.