Tag: koopovereenkomst

  • Het Weens Koopverdrag in de franchisepraktijk

    Het Weens Koopverdrag in de franchisepraktijk

    Het Weens Koopverdrag in de franchisepraktijk

    24 april 2023, door Asmara Kalter

    Sommige overeenkomsten bevatten een (rechtskeuze)bepaling waarin is opgenomen: “Alleen Nederlands recht is van toepassing op deze overeenkomst. De toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag op de overeenkomst wordt uitdrukkelijk uitgesloten”. Of vertaald naar het Engels: “Only Dutch law applies to this agreement. The applicability of the Vienna Sales Convention (CISG) is explicitly excluded”. Ook in franchiseovereenkomsten of koopovereenkomsten komt zo’n bepaling soms terug. Maar wat is het Weens Koopverdrag nu eigenlijk? En in hoeverre moeten franchisegevers en -nemers daar nu rekening mee houden?

    Toepasselijkheid WKV

    Het Weens Koopverdrag, ook wel het WKV, is een internationaal verdrag tussen (momenteel) 95 landen. Dit zijn de zogeheten WKV-lidstaten. Voor Nederland is het WKV in 1992 in werking getreden. Het geeft uniforme koopregels wanneer twee of meer commerciële partijen een internationale koopovereenkomst voor roerende zaken sluiten. Het verdrag is automatisch van toepassing op zo’n internationale koopovereenkomst als (i) de betrokken commerciële partijen uit verschillende WKV-lidstaat komen of (ii) het recht van een WKV-lidstaat op de overeenkomst van toepassing is volgens internationaal privaatrecht. Partijen kunnen tegelijkertijd aan de werking van het WKV ontkomen door de toepasselijkheid daarvan in hun overeenkomst uit te sluiten.

    Gevolgen WKV

    Het WKV verschilt op diverse punten van Nederlands recht en dat heeft zo zijn voor- en nadelen. Zo is het WKV meer verkopersvriendelijk en stuurt het aan op instandhouding van de koopovereenkomst. Wordt een gebrekkig product door de verkoper geleverd, dan heeft de koper onder het WKV in beginsel recht op schadevergoeding, terwijl je onder Nederlands recht als koper ook recht op vervanging of herstel zou kunnen hebben. Ook is het onder het WKV lastiger om verplichtingen op te schorten of de overeenkomst te beëindigen dan onder het Nederlands recht. Een ander verschil is de klachttermijn: onder het WKV lijkt een koper sneller over het gekochte product te moeten klagen dan onder het Nederlands recht.

    WKV bij franchise

    Een Nederlandse franchisegever of -nemer die huishoudartikelen verkoopt en daarvoor producten rechtstreeks inkoopt bij een Duitse leverancier, kan met het WKV te maken krijgen. Op de koopovereenkomst die de Nederlandse partij met de Duitse leverancier sluit, is het WKV namelijk in beginsel van toepassing. Dit is alleen anders als zij de toepasselijkheid van het WKV hebben uitgesloten.

    Maar hoe zit het dan met internationale franchiseovereenkomsten op grond waarvan bijvoorbeeld een Nederlandse franchisenemer zijn huishoudartikelen kan of moet inkopen bij zijn Duitse franchisegever? Uit een rechtspraakoverzicht van het WKV (ook wel: Digest of Case Law UN CISG) volgt dat franchiseovereenkomsten en distributieovereenkomsten in beginsel buiten het toepassingsbereik van het WKV vallen. Toch is er rechtspraak, onder andere van het Hooggerechtshof van het kanton Luzern (Zwitserland), waaruit volgt dat een enkele (ver)koop krachtens een franchiseovereenkomst en/of distributieovereenkomst alsnog onder de reikwijdte van het WKV kan vallen. Dat betekent dus dat op het onderdeel uit de franchiseovereenkomst dat ziet op de (ver)koop van roerende zaken, het WKV van toepassing zou kunnen zijn, terwijl op het overige deel uit de franchiseovereenkomst het Nederlands recht (zoals de Wet Franchise) van toepassing is.

    WKV uitsluiten?

    Ben je een franchisegever of -nemer die wel eens internationale overeenkomsten aangaat voor de (ver)koop van roerende zaken en wil je niet te maken krijgen met verdragenrecht zoals het WKV? Sluit dan voor de zekerheid de toepasselijkheid van het WKV uit en bepaal dat (bijvoorbeeld) uitsluitend Nederlands recht van toepassing is. Voor een franchisegever die ook roerende zaken verkoopt aan internationale franchisenemers, zou het WKV in bepaalde situaties echter wel eens gunstiger kunnen zijn dan het Nederlands recht. In dat geval is het verstandig een weloverwogen beslissing te maken over het wel of niet uitsluiten van het WKV.

  • Letter of Intent, Memorandum of Understanding: (vrij)blijvend?

    Letter of Intent, Memorandum of Understanding: (vrij)blijvend?

    Een bedrijfsovername is vaak een complex proces. Hoewel bij bedrijfsovernames in zekere mate vaak sprake is van een vast stramien, is dat zeker niet altijd het geval. In de beginfase, wordt in veel gevallen een Letter of Intent (“LOI”) tussen de kopende en verkopende partij gesloten. Ook wordt wel gesproken van een Memorandum of Understanding of, in goed Nederlands, van een Intentieovereenkomst of Intentieverklaring. Ik gebruik hierna gemakshalve alleen nog de term Letter of Intent.

    Wel of niet bindend

    Het komt niet zelden voor dat een cliënt zich bij mij meldt, met een getekende Letter of Intent. De cliënt is dan in de veronderstelling nog van de overname af te kunnen zien, want er is immers ‘slechts’ een Letter of Intent. Kortom, er is niet meer dan een intentie en dus geen juridische gebondenheid.

    Maar is dat wel zo? Wat is een Letter of Intent precies? Is een Letter of Intent daadwerkelijk niet-bindend? Met andere woorden: kun je nog van de overname af als een LOI is getekend?

    Zuivere Letter of Intent

    In de zuivere LOI wordt alleen een aantal procedureafspraken vastgelegd. Deze afspraken hebben bijvoorbeeld betrekking op: de verschillende te maken stappen in het overnameproces; de mate waarin en voorwaarden waaronder door de potentiële verkoper informatie wordt verschaft aan de potentiële verkoper (geheimhouding) en de wijze waarop zal worden omgegaan met andere potentiële kopers (exclusiviteit).

    De LOI bepaalt eigenlijk de weg en voorwaarden waaronder de partijen naar een koopovereenkomst toewerken. De koopovereenkomst zelf zal – indien daar ook overeenstemming wordt bereikt – uiteindelijk in een apart document worden vastgelegd.

    Feitelijk een koopovereenkomst

    In de praktijk worden echter onder de noemer ‘Letter of Intent’ afspraken vastgesteld die veel verder gaan en die ook veel verstrekkender gevolgen kunnen hebben. Belangrijk is dat een document met name wordt beoordeeld op de inhoud daarvan en niet (slechts) op basis van de titel. Indien een letter of intent bepaalt dat partijen overeenkomen dat een onderneming tegen een zekere prijs wordt verkocht dan is feitelijk sprake van een koopovereenkomst en dan zijn partijen daaraan in beginsel ook gebonden en is er geen weg terug.

    In mijn praktijk heb ik inmiddels vele voorbeelden voorbij zien komen waarbij de Letter of Intent feitelijk een koopovereenkomst inhield en een partij zich zonder zich dat goed te realiseren, had gecommitteerd zodat geen ruimte voor onderhandelingen meer bestond.

    Lees voor meer informatie over de LOI “Bindende bepalingen in een Letter of Intent“.