Categorie: Vastgoedrecht

  • Zorgvuldigheid troef bij de verwerking van persoonsgegevens

    Zorgvuldigheid troef bij de verwerking van persoonsgegevens

    Houdt u of uw onderneming zich op enigerlei wijze bezig met de verwerking van persoonsgegevens? Dan is het van groot belang dat u voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten en waarborgen.

    Dit wordt onderstreept door een recente uitspraak van de Rechtbank Groningen over de uitwisseling van persoonsgegevens van huurders tussen verschillende woningcorporaties, in verband met de beëindiging van huurovereenkomsten wegens hennepteelt.

    Hennepconvenant

    De verhuurder in kwestie, een woningcorporatie, is partij bij een hennepconvenant tussen de gemeenten Groningen en Haren, de daar werkzame woningcorporaties, de regiopolitie, het Openbaar Ministerie en Essent. Dit convenant beoogt de thuisteelt van hennep tegen te gaan.

    Het hennepconvenant bepaalt dat een voormalig huurder van een woningcorporatie na beëindiging van de huurovereenkomst vanwege hennepkweek, een aantal jaar niet meer in aanmerking komt voor een woning van één van de woningcorporaties in de gemeente Groningen.

    Ter uitvoering van dit convenant plaatsten de bij het convenant aangesloten woningcorporaties een aantekening bij de gegevens van hun gewezen huurders op Woningnet. Zo ook de verhuurder in kwestie. Daarmee was het voor andere woningcorporaties kenbaar dat een eerdere huurovereenkomst was beëindigd in verband met hennepteelt.

    Strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens

    De rechtbank merkt dit aan als de verwerking van strafbare gegevens van de huurder ten behoeve van derden, die in dit geval niet is toegestaan. Het door de huurder gevorderde verbod op deze verwerking van zijn persoonsgegevens wordt daarom toegewezen. Onder meer omdat voor de wijze waarop deze gegevens werden verwerkt, niet de door de Wet bescherming persoonsgegevens (“Wbp”) voorgeschreven procedure was gevolgd. De woningcorporatie had conform de Wbp melding gedaan bij het College bescherming persoonsgegevens van het feit dat zij persoonsgegevens op Woningnet verwerkt. In strijd met de Wbp had zij echter het doel van de onderhavige gegevenswerwerking – het tegengaan van hennepteelt in sociale huurwoningen – als het soort persoonsgegevens – strafrechtelijke gegevens – niet in deze melding opgenomen.

    Wees alert op de regelgeving!

    Het beleid ter bestrijding van thuisteelt werd hier flink doorkruist. Dat was niet nodig geweest als de door de Wbp voorgeschreven procedures in acht waren genomen.

    Wees er daarom bij de verwerking van – al dan niet strafrechtelijke – persoonsgegevens alert op dat u niet in strijd handelt met de Wbp en andere toepasselijke regelgeving. Daarmee voorkomt u vervelende complicaties.

  • Zorgplicht van makelaars bij de selectie van kandidaat-huurders

    Zorgplicht van makelaars

    In Nederland kiezen steeds meer huiseigenaren ervoor om hun te koop staande woning tijdelijk te verhuren. In veel gevallen wordt voor de bemiddeling bij de verhuur een makelaars- of bemiddelingskantoor ingeschakeld.

    Onbetrouwbare huurders

    Deze tijdelijke verhuur is nooit vrij van risico’s. Eigenaren hebben natuurlijk belang bij nette huurders die tijdig de huurpenningen betalen en aan het einde van de huur de woning volgens afspraak opleveren. Toch gebeurt het met regelmaat dat huurders nalatig blijven met het betalen van de huur ofwel met de noorderzon blijken te zijn vertrokken. Ook komt het op steeds grotere schaal voor dat huurders de woning uitsluitend huren om daar een hennepplantage aan te leggen. De schade aan de woning is vaak aanzienlijk.

    Zorgplicht makelaar

    De makelaar die in opdracht van de verhuurder bemiddelt bij de verhuur heeft een zorgplicht jegens de verhuurder. Hij moet onderzoek doen naar de solvabiliteit en geschiktheid van de kandidaat-huurder. Concreet houdt dit in dat een makelaar in ieder geval moet proberen te achterhalen op welke manier de kandidaat-huurder zijn inkomen verkrijgt, bijvoorbeeld door het opvragen van een werkgeversverklaring en een recente loonstrook bij de kandidaat-huurder. Zie voorbeeld van deze uitspraak van het gerechtshof Arnhem. Er valt veel voor te zeggen dat deze zorgplicht nog verder reikt en dat de makelaar ook moet vragen naar het voorgenomen gebruik. Als de makelaar ook de huurpenningen incasseert, zal deze alert moeten zijn dat de persoon die betaalt dezelfde is als de huurder. Als dat niet zo is, kan dat een indicatie zijn voor verboden onderverhuur, verboden ingebruikgave of zelfs georganiseerde hennepteelt.

    Persoonsverificatie door extern bureau

    Sommige makelaars kiezen ervoor om de persoonsverificatie te laten uitvoeren door een extern bureau. Als later blijkt dat dit bureau fouten heeft gemaakt bij de verificatie dan is het makelaarskantoor hier jegens de verhuurder toch voor aansprakelijk. Dit neemt niet weg dat er grond zal kunnen zijn voor het makelaarskantoor om op haar beurt het extern bureau aan te spreken voor de schade.

    Dit alles geldt natuurlijk behoudens andersluidende afspraken tussen de makelaar en diens opdrachtgever. De makelaar doet er verstandig aan dergelijke afspraken schriftelijk vast te leggen zodat hij deze kan bewijzen.

  • Opschorten / 5% regeling

    Opschorten / 5% regeling

    Opschorten (opschortingsrecht) / 5% regeling

    Als opdrachtgever of aannemer kan het opschortingsrecht voor u een goed pressiemiddel zijn. Denk aan de opdrachtgever die zijn betalingsverplichting opschort omdat de aannemer zijn werk niet goed uitvoert. Of de aannemer die zijn werkzaamheden opschort, omdat de opdrachtgever hem niet betaalt.

    Speciaal voor de consument-opdrachtgever kent artikel 7:768 BW een bijzonder opschortingsrecht; de 5%-regeling. De consument kan bij oplevering maximaal de laatste 5% van de aanneemsom in depot storten bij de notaris, in plaats van aan de aannemer te betalen. Daarvoor hoeft hij niet aan te tonen dat de aannemer zijn werkzaamheden niet naar behoren heeft uitgevoerd.

    Consumentenbescherming

    Van deze regeling mag niet ten nadele van de consument worden afgeweken. Heeft een aannemer de regeling uitgesloten in bijvoorbeeld zijn algemene voorwaarden, dan is een dergelijk beding vernietigbaar.

    De regeling is alleen bedoeld als zekerheid voor herstel van gebreken die bij oplevering of in de eerste drie maanden daarna zijn geconstateerd. In zoverre is de bescherming die de regeling beoogd te bieden maar van beperkte duur. Bovendien wijst de praktijk uit dat de meest ernstige gebreken pas na drie maanden aan het licht komen.

    Na verloop van die drie maanden valt het depot (automatisch) vrij aan de aannemer, tenzij de consument de notaris laat weten het depot langer te willen handhaven. Bijvoorbeeld omdat de aannemer gebreken weigert te herstellen.

    Betaling (langer) opschorten

    Wil de consument het depot ook na drie maanden nog handhaven, dan zal hij alsnog moeten voldoen aan de wettelijke vereisten voor opschorting. Dit betekent onder meer dat de opschorting in redelijke verhouding moet staan tot de tekortkoming(en) van de aannemer. Handhaving van het depot moet dus proportioneel zijn.

    Het is bepaald geen uitzondering dat het depot ten onrechte (langer) wordt gehandhaafd. In dat geval kan de aannemer recht hebben op schadevergoeding. Deze schadevergoeding bestaat dan uit (maximaal) de wettelijke rente over het bedrag dat ten onrechte in depot wordt gehandhaafd.

    Heeft u vragen over de 5%-regeling? Of wordt u als aannemer geconfronteerd met een opdrachtgever die zijn betaling opschort? Wij adviseren u graag over uw (juridische) positie.

     

  • Vastgoed en faillissement: opzeggen of niet?

    Vastgoed en faillissement: opzeggen of niet?

    Een professionele verhuurder weet dat het onverstandig kan zijn, om aan een curator de huur op te zeggen. Dat heeft te maken met de vraag, of een opleveringsverplichting een boedelschuld is en dus bij voorrang door de curator moet worden betaald. Over deze kwestie is een nieuw arrest van de Hoge Raad verschenen en omdat er de komende drie jaar nog heel wat huurders failliet zullen gaan, geef ik een korte samenvatting.

    Als een huurder failliet gaat, kunnen zowel de curator als de verhuurder opzeggen met een termijn van drie maanden. De tot het einde van de opzegtermijn verschuldigde huur is een boedelschuld. Omdat een boedelschuld eerder moet worden betaald dan een faillissementschuld, is dat voordelig voor de verhuurder.
    Dat voordeeltje was welkom, want verhuurders komen er in een faillissement bekaaid vanaf. Om aan de gevolgen van de korte drie maanden termijn te ontkomen, zijn allerlei constructies bedacht. Een goed voorbeeld daarvan is de vooraf verstrekte bankgarantie die geldt voor een langere periode. De Hoge Raad heeft het gebruik daarvan ernstig beperkt.

    Een verhuurder mist echter niet alleen huurinkomsten, maar wordt vaak ook geconfronteerd met opleveringsperikelen. De kosten van reparatie, fysiek herstel en milieuverontreiniging kunnen immers flink oplopen. Deze kosten werden wel aangemerkt als boedelschuld, maar alleen als het de curator was die had opgezegd, dus niet als de verhuurder dat had gedaan. Daarom lieten curatoren soms de huurovereenkomst doorlopen om aan de hogere boedelschuld te ontkomen. In de praktijk leidde dat soms tot een soort wedstrijd: wie kan het langst zijn adem inhouden?
    Deze gang van zaken is ontstaan na het arrest Circle Plastics. Daar was in de gehuurde bedrijfsruimte van de failliet 5000 ton vervuild landbouwplastic. Dat plastic was een grondstof, die werd verwerkt tot schone korrels. Na het faillissement werd de productie gestaakt en moest het vervuilde plastic met inachtneming van milieuvoorschriften worden afgevoerd. De curator weigerde dat, zodat de verhuurder daartoe zelf moest overgaan. De verwijdering kostte ƒ 400.000,– en de Hoge Raad bepaalde dat sprake was van een boedelschuld:
    “Zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 28 september 1990, nr. 13976, NJ 1991, 305 en in zijn (…) arrest van 12 november 1993, moet een verplichting die is ontstaan als gevolg van een door de curator ten behoeve van de boedel verrichte rechtshandeling als boedelschuld worden aangemerkt. Dit wordt niet anders doordat de desbetreffende verplichting mede haar grond vindt in een al voor de faillietverklaring bestaande rechtsverhouding. Voor heroverweging van deze oordelen ziet de Hoge Raad geen aanleiding.”

    De Hoge Raad denkt daar nu anders over; hij is ‘om’. In het arrest van 19 april 2013 (te vinden als LJN nummer BY6108 onder rechtspraak.nl) komt de Hoge Raad wel tot een heroverweging. Vanaf nu geldt, dat als een curator een huurovereenkomst opzegt, de schadevergoedingsverplichting die ontstaat om het gehuurde bij het einde van de huur te herstellen, geen boedelschuld is. Daarbij wordt een nuancering aangebracht: de verhuurder mag van de curator wel verlangen dat tot de boedel behorende zaken uit het gehuurde worden verwijderd. Doet de curator dat niet, dan kan een boedelschuld ontstaan.

    Is de grens duidelijk te trekken? Nee. Maar de conclusie is wel, dat een verhuurder er nu verstandig aan doet om snel op te zeggen.

    Verhuurders gaan er met deze uitspraak niet op vooruit en zullen moeten zoeken naar andere methodes om hun belangen veilig te stellen.

  • Huurder is failliet. Kan verhuurder altijd opzeggen?

    Huurder is failliet. Kan verhuurder altijd opzeggen?

    Als een huurder failliet gaat, kunnen de verhuurder en de curator van de huurder de huurovereenkomst tussentijds opzeggen.

    Zoals Derk van Geel in zijn blog van 5 april 2013 terecht aangaf, is het van belang dat de verhuurder bij het faillissement van de huurder nagaat of het juist wel of niet verstandig is om de huurovereenkomst zelf op te zeggen (https://www.actlegal-netherlands.com/verhuurder-laat-de-curator-opzeggen/). Onder bepaalde omstandigheden kan het voor de verhuurder juist nuttig zijn om de huurovereenkomst niet op te zeggen en af te wachten of de curator daartoe overgaat.

    De verhuurder is in principe vrij in zijn keuze om de huurovereenkomst al dan niet op te zeggen, maar hij mag de huurovereenkomst niet altijd opzeggen.

    Zo mag de verhuurder de huurovereenkomst niet opzeggen als dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is of als dit misbruik van recht oplevert.

    Stel dat de verhuurder de winkelruimte die de failliete huurder huurt aan een ander wil verhuren omdat hij een hogere huur kan krijgen. De verhuurder heeft er dan belang bij om zo snel mogelijk van de lopende huurovereenkomst af te komen, zodat hij een nieuwe huurovereenkomst kan sluiten. Als de curator een doorstart wil maken en een overnemende partij heeft gevonden, wil de curator waarschijnlijk niet dat de huurovereenkomst eindigt. Voor een overnemende partij is het namelijk essentieel dat hij de huurovereenkomst kan voortzetten. De curator zal de verhuurder dan vragen om hiermee in te stemmen. Doet de verhuurder dat niet (vrijwillig), dan kan de curator vorderen dat hij wordt gemachtigd om de overnemende partij (tegen de wil van de verhuurder) in de plaats te stellen van de huurder (indeplaatsstelling).

    Als er onder deze omstandigheden geen huurachterstand is of als de overnemende partij garant staat voor de betaling van de huurachterstand, kan de opzegging van de verhuurder naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn of misbruik van recht opleveren. De indeplaatsstelling kan dan toch worden toegewezen, ook al heeft de verhuurder opgezegd. Wel moet uiteraard aan alle wettelijke vereisten voor indeplaatsstelling worden voldaan (http://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/Boek7/Titel4/Afdeling6/Artikel307/geldigheidsdatum_23-07-2012).

    Dus, verhuurder wees erop bedacht dat u niet altijd kunt opzeggen als de huurder failliet gaat.

    Jodit de Bruin

  • 5 Belangrijke wijzigingsvoorstellen voor een transparante executieveiling

    Als iemand zijn schulden niet meer kan betalen zal er een moment aanbreken dat schuldeisers zich willen verhalen op het onroerend goed van de schuldenaar. Daarvoor zal het onroerend goed geveild worden. De schuldenaren worden daarna uit de opbrengst voldaan. Voor particulieren zijn er meerdere drempels om mee te bieden op een veiling, zo vinden er bijvoorbeeld nauwelijks bezichtigingen plaats voor te veilen woningen. Ook hangt rondom de onroerend goed veilingen een sfeer van illegale prijsafspraken waarbij handelaren het aanbod ‘verdelen’. Dat is natuurlijk nadelig voor schuldeisers (die minder hebben om zich op te verhalen) en voor de schuldenaren (die groot belang hebben bij een zo hoog mogelijke opbrengst). Om de veilingen voor een breed publiek toegankelijk te maken is eind vorig jaar een wetsvoorstel ingediend.

    Voor een compleet overzicht van de wijzigingsvoorstellen vindt u hier de tekst. Hieronder vindt u vijf belangrijke wijzigingen:

    Aankondiging executieveiling
    1. De aankondiging van de executieveiling zal voortaan op een website worden gedaan (bijvoorbeeld: www.veilingnotaris.nl). Hiermee wordt de ‘ouderwetse’ bekendmaking via een advertentie in een regionaal dagblad en de ‘aanplakking’ van een pand vervangen.

    Via internet
    2. Voorgesteld wordt om de executoriale verkoop ook via het internet te laten plaatsvinden. Een executoriale verkoop zal ofwel in een veilingzaal, ofwel via internet dan wel tegelijkertijd in een veilingzaal en via internet kunnen plaatsvinden.

    Bezichtigingen
    3. De hypotheekgever (lees: de eigenaar) en/of eventuele huurders van te veilen woningen, worden verplicht mee te werken aan bezichtigingen.

    Huurbeding
    4. Als uitgangspunt zal gelden dat de hypotheekhouder (vaak: de bank) voorafgaand aan de veiling van een woning het huurbeding (dit is een verbod voor de hypotheekgever om zonder toestemming van de bank zijn woning te verhuren) zal moéten inroepen. Het gevolg daarvan is dat net als nu een huurovereenkomst die zonder toestemming van de bank is afgesloten wordt vernietigd.

    Verkorting ontruimingstermijn
    5. Als een beroep op een huurbeding tot ontruiming moet leiden, dan zal de rechter de ontruimingstermijn vaststellen op ten hoogste drie maanden (in plaats van de nu nog geldende termijn van ten hoogste één jaar).

    In februari 2013 heeft bespreking van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer plaatsgevonden. Of het wetsvoorstel wordt aangenomen, en in welke vorm moet worden afgewacht. Wordt vervolgd.

    Voor vragen over dit blog kunt u contact opnemen met de sectie Vastgoed.

    Auteur is Dick de Gelder

  • Verhuurder? Laat de curator opzeggen.

    Door het faillissement van een huurder komt de huurovereenkomst niet automatisch te vervallen. Deze moet dus nog worden beëindigd.

    Volgens de faillissementswet kunnen zowel de curator als de verhuurder de lopende huurovereenkomst opzeggen. Er geldt dan een opzegtermijn van drie maanden. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk (of per e-mail) gebeuren. Om bewijsredenen heeft schriftelijk opzeggen natuurlijk de voorkeur.

    Als een verhuurder bijvoorbeeld een nieuwe huurder op het oog heeft, kan hij belang hebben bij snelle opzegging. Ook kan hij proberen met de curator een eerdere datum van beëindiging af te spreken.

    Maar er zijn ook nadelen:

    Opleveringsverplichtingen

    Denk bijvoorbeeld aan de opleveringsverplichtingen. Alleen als de curator opzegt, vormt de opleveringsverplichting een ‘boedelschuld’. Een boedelschuld heeft een veel hogere rang dan een gewone (concurrente) schuld en zal dus eerder betaald worden.

    Bankgarantie

    Ook kan het doorlopen van de huurovereenkomst gevolgen hebben voor de bankgarantie. Wanneer er geen (of nauwelijks) huurachterstand is en de bankgarantie nog niet is ‘volgelopen’, kan de verhuurder er belang bij hebben om de huurovereenkomst nog niet op te zeggen. Zolang de huurovereenkomst loopt en er huurpenningen verschuldigd zijn, kunnen deze onder de bankgarantie worden getrokken.

    De curator kan natuurlijk ook opzeggen om de schuld te beperken. Daarop heeft de verhuurder weinig invloed (maar ook hier zijn mogeljkheden).

    Dit is met name van belang omdat de Hoge Raad heeft uitgemaakt dat leegstandschade in principe niet onder de bankgarantie kan worden verhaald. Het moet dus uit de lopende huur komen.

    Het is voor een verhuurder in ieder geval verstandig om goed na te gaan of hij beter wel of niet kan opzeggen bij het faillissement van de huurder.

  • Hypotheekakte is uitgewerkt na verkoop OG

    Hypotheekakte is uitgewerkt na verkoop onroerend goed

    Hypotheken worden vastgelegd in notariële akten. Vaak staat in de akte dat de hypotheek wordt verleend voor alles wat de klant nu en in de toekomst aan de bank verschuldigd is of zal worden. Als de bank het verhypothekeerde onroerend goed verkoopt, krijgt de bank de opbrengst. In de huidige tijd is daarmee echter helaas vaak nog niet de hele schuld voldaan. De bank wil dan graag de hypotheekakte gebruiken als executoriale titel. Dat kan, stellen banken, omdat notariële akten een executoriale titel zijn. De bank hoeft dus niet eerst naar de rechter, maar kan gewoon de hypotheekakte gebruiken.

    Gelukkig voor de klanten van de bank, is de Hoge Raad het niet helemaal eens met de bank.

    De Hoge Raad heeft in 1992 al aangegeven welke eisen gelden voordat een notariële akte als executoriale titel kan worden gebruikt. In augustus 2012 heeft de rechtbank Utrecht de Hoge Raad gevraagd nog een keertje hierover te oordelen. Dat heeft de Hoge Raad op 8 februari 2013 gedaan. In vier woorden: er is niets veranderd.

    De Hoge Raad herhaalt zijn eerdere eisen. Ten eerste moeten de vorderingen, die de bank wil innen, bestaan op het moment dat de notaris de akte maakt en in de akte worden genoemd. Een andere optie is dat de vorderingen nog niet bestaan, maar wel direct volgen uit een bestaande rechtsverhouding. Die rechtsverhouding moet dan wel worden genoemd in de akte. De tweede eis is dat de omvang van de vordering die de bank wil innen, moet worden genoemd in de akte of dat in de akte staat hoe de omvang van de vordering moet worden vastgesteld. Een hypotheekakte waarin staat dat de hypotheek strekt voor alles wat de bank te vorderen heeft of ooit te vorderen zal hebben, voldoet niet aan de eerste eis want er wordt geen concrete vordering genoemd.

    Kortom, de bank heeft pech en moet naar de rechter als hij zijn vordering, die overblijft na verkoop van het onroerend goed, wil innen.

  • Boetebeding in ROZ huurovereenkomst bekritiseerd

    Boetebeding in ROZ huurovereenkomst bekritiseerd

    Als verhuurder van bedrijfsruimte gebruikt u waarschijnlijk de modelhuurovereenkomst met bijbehorende algemene voorwaarden van de Raad van Onroerende Zaken (“ROZ”). ‘Goed geregeld’ zult u misschien denken, maar onlangs liet de kantonrechter te Amsterdam zich op verrassende wijze uit over het boetebeding in verband met te late huurbetaling in deze algemene voorwaarden.

    Inhoud van het ROZ boetebeding
    Op grond van dit boetebeding verbeurt de huurder per kalendermaand een boete ter hoogte van een percentage van het verschuldigde per kalendermaand, met een bepaald minimum bedrag per maand.

    Voor een verhuurder is dit natuurlijk een belangrijk beding, dat ook al sinds jaar en dag in de algemene voorwaarden voorkomt. Over het overeengekomen minimum bedrag bestond nauwelijks discussie. Het is ook weer opgenomen in de nieuwste ROZ algemene voorwaarden van oktober 2012.

    ROZ boetebeding: goed geregeld?
    Met dit beding lijkt u het als verhuurder goed voor elkaar te hebben. Maar dat valt tegen. Dit blijkt uit de uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam over de uitleg van het boetebeding, dat als volgt luidde:

    “(…) verbeurt huurder aan verhuurder van rechtswege per kalendermaand (…) een direct opeisbare boete van 2% van het verschuldigde per kalendermaand, (…), met een minimum van € 300,- per maand.”

    De kantonrechter gaat aan het minimum voorbij, omdat hij de betekenis daarvan niet duidelijk vindt.

    Geef duidelijkheid in de huurovereenkomst!
    Hoe duidelijk de betekenis van het ROZ boetebeding u als verhuurder ook voorkomt, de huurder en de rechter kunnen hier anders over denken. Om zo veel mogelijk uit te sluiten dat de rechter aan het minimumbedrag voorbij gaat, waardoor de boete aanzienlijk lager kan uitvallen, adviseer ik om in de huurovereenkomst duidelijk te bepalen wat de betekenis van het boetebeding is, en u hierover juridisch goed te laten adviseren. Dit is extra relevant omdat het percentage van de boete in de nieuwste algemene voorwaarden is verlaagd van 2% naar 1%.