Categorie: Ondernemingsrecht

  • De comeback van de pre-pack?

    De comeback van de pre-pack?

    Op 17 april 2020 heeft de Hoge Raad een belangrijk tussenarrest gewezen dat de pre-pack mogelijk nieuw leven in blaast.

    De pre-pack

    Het flitsfaillissement, de voorgekookte doorstart, of toch de meeste bekende naam: de pre-pack. De naam van de pre-pack is afgeleid van ‘pre-packaged sale’, wat letterlijk ‘voorverpakte verkoop’ betekent. De pre-pack betreft – kort gezegd – het voorstadium van een faillissement, waarin een ‘deal’ wordt uitonderhandeld, die direct na het uitspreken van het faillissement wordt beklonken. In feite is een pre-pack dus niets meer dan een doorstart vanuit faillissement die al voorafgaand aan het faillissement is voorbereid.

    Sinds de pre-pack in 2012 is overgewaaid van Engeland naar Nederland is er regelmatig gebruik gemaakt van deze methode. Winkelketen Schoenenreus, lingeriefabrikant Marlies Dekkers en het Ruwaard van Putten Ziekenhuis; alle drie maakten zij een doorstart die reeds voorafgaand aan het faillissement op deze manier was voorbereid.

    Voor- en tegenstanders

    De pre-pack kent zowel voor- als tegenstanders. Enerzijds zien voorstanders de pre-pack als een effectief middel om de schade van een faillissement te beperken. Het realiseren van een snelle doorstart zou de waarde van de onderneming zo veel mogelijk behouden en daarmee de opbrengst voor de boedel maximaliseren. Anderzijds zien tegenstanders de pre-pack als een middel dat gemakkelijk misbruikt kan worden om op een goedkope manier van werknemers af te komen. Bij een normale doorstart vanuit faillissement is de koper namelijk vrij om personeel wel of niet over te nemen. De Wet Overgang Onderneming (WOO) geldt dan niet. Een pre-pack werkt alleen als de WOO ook dan niet van toepassing is.

    Het Smallsteps-arrest

    Op 22 juni 2017 oordeelde het Europese Hof dat WOO wel geldt bij een pre-pack, omdat in dat geval de procedure niet gericht zou zijn geweest op liquidatie van het vermogen – maar op continuïteit van de onderneming. Als gevolg van deze conclusie zouden alle werknemers van de gefailleerde vennootschap automatisch – onder dezelfde voorwaarden – in dienst zijn getreden bij de doorstartende partij. Dat legde een bom onder de pre-pack.

    Sinds dit arrest bestaat er onzekerheid over de toepassing van de pre-pack. Geen doorstartende partij durfde een pre-pack nog aan vanwege het risico dat achteraf mogelijk al het personeel in dienst zou zijn getreden. Ook de wetgever heeft het wetsvoorstel dat de pre-pack een wettelijke basis moest geven uitgesteld naar aanleiding van dit arrest.

    Heiploeg-(tussen)arrest

    De soep wordt echter niet zo heet gegeten, als zij wordt opgediend. Op 17 april 2020 oordeelde de Hoge Raad in een tussenarrest dat de pre-pack toch wel gericht zal zijn op liquidatie en de WOO dan niet van toepassing is. Daarvoor is volgens de Hoge Raad wel vereist dat de pre-pack wordt toepast nadat vaststaat dat het faillissement onafwendbaar was. Door de doorstart voorafgaand aan het faillissement voor te bereiden, werd (slechts) voorkomen dat de onderneming kwam stil te liggen, waardoor de onderneming uiteindelijk verkocht kon worden voor een zo hoog mogelijke opbrengst. Dit maakt volgens de Hoge Raad dat de procedure wel degelijk gericht was op liquidatie. De feiten zullen moeten bepalen of dit ook echt het geval is.

    Mogelijk blaast de Hoge Raad met dit (tussen)arrest nieuw leven in de pre-pack. Gelet op de vele (corona-)faillissementen die vermoedelijke zullen volgen, is dat geen slechte timing. 

    Mocht u in de toekomst voorzien dat u uw schulden niet meer kunt betalen, dan lichten onze advocaten Insolventierecht & Herstructurering u graag uw mogelijkheden toe.

  • Overmacht vanwege het Coronavirus?

    Overmacht vanwege het Coronavirus?

    Het coronavirus grijpt om zich heen. Het aantal besmettingen loopt sterk op en de overheid heeft vergaande maatregelen afgekondigd om verspreiding van het virus tegen te gaan. Het openbare leven is als gevolg hiervan nagenoeg stilgevallen. Ook het bedrijfsleven heeft te lijden onder de uitzonderlijke situatie waar Nederland en grote delen van de wereld in terecht zijn gekomen. Het ligt in de verwachting dat veel ondernemingen als gevolg daarvan op enig moment hun contractuele verplichtingen niet meer (volledig) zullen kunnen nakomen. Hun wederpartijen zullen daar op hun beurt weer schade van ondervinden.

    De vraag rijst of de coronapandemie en de in verband daarmee opgelegde overheidsmaatregelen een beroep op overmacht rechtvaardigen en, zo ja, welk gevolgen een geslaagd beroep op overmacht met zich brengen.

    1. Wat staat er in de wet over overmacht?
      Als een schuldenaar tekort komt in de nakoming van een verplichting, is volgens de wet sprake van overmacht als de tekortkoming niet aan hem kan worden toegerekend. Dat is het geval als de tekortkoming niet te wijten is aan zijn schuld, en ook niet op grond van het contract of volgens maatschappelijke opvattingen voor zijn rekening komt.
      In de praktijk komt dit er kort gezegd op neer dat de schuldenaar zijn verplichting niet kan nakomen als gevolg van een belemmering die niet aan hem is toe te rekenen.
      [vcex_spacing size=”20px”]
    2. Kunnen partijen in een contract van de wettelijke overmachtregeling afwijken?
      Contractspartijen kunnen ervoor kiezen van de wettelijke regeling omtrent overmacht af te wijken. In de praktijk wordt hier vaak gebruik van gemaakt. In veel (Nederlandse en internationale) contracten wordt omschreven wat partijen onder overmacht verstaan en welke gevolgen zij daaraan verbinden. Partijen kunnen bijvoorbeeld omstandigheden die volgens de wet niet kwalificeren als overmacht toch aanmerken als overmacht. Zo komt het met enige regelmaat voor dat overheidsmaatregelen of overmacht bij toeleveranciers als overmacht wordt gekwalificeerd. Het is dan een kwestie van contractsuitleg of bijvoorbeeld de verplichte sluiting van horecagelegenheden onder het contractuele overmachtsbegrip valt. Als dat zo is, wil dit nog niet meteen zeggen dat een beroep op overmacht succesvol zal zijn. Er moet ook voldoende verband zijn tussen de betreffende omstandigheid (de overheidsmaatregel) en de onmogelijkheid om de betreffende verplichting na te komen. Het gaat daarbij dus steeds om de uitleg van de overeenkomst en de toepassing van de concrete situatie.Als eenmaal is vastgesteld dat volgens het contract sprake is van overmacht, zal bezien moeten worden of het contract afspraken bevat over de gevolgen daarvan. Partijen kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen de bevoegdheden van de wederpartij ten opzichte van de wet in te perken of juist uit te breiden. Dit kan in algemene bewoordingen of juist heel exact zijn omschreven. Te denken valt aan (eenzijdige) wijziging of opzegging van de overeenkomst, maar ook aan de verplichting om wachttermijnen in acht te nemen of maatregelen te nemen om de gevolgen van overmacht zoveel mogelijk te beperken. De contractuele regeling gaat voor op de wet en het is dus van belang daar als eerste naar te kijken.
      [vcex_spacing size=”20px”]
    3. Als in een contract niets is opgenomen over overmacht, geldt dan de wettelijke regeling?
      Bepaalt het contract niets over overmacht, dan is de wettelijke regeling beslissend. Uit de rechtspraak blijkt dat hoge eisen worden gesteld aan overmacht. De belemmering om de verplichting na te komen moet zodanig zijn dat het voor de schuldenaar praktisch onmogelijk is om na te komen, dan wel moet nakoming zo nadelig zijn dat dit niet van de schuldenaar kan worden gevergd. Overmacht dient bewezen te worden door degene die zich daarop beroept. Dat is meestal degene die moet presteren maar dit niet kan, ofwel de schuldenaar.
      [vcex_spacing size=”20px”]
    4. Is de coronacrisis een grond voor overmacht?
      Het is niet op voorhand te zeggen of de coronacrisis of de in verband daarmee genomen overheidsmaatregelen een beroep op overmacht rechtvaardigen. Er zal steeds in elk individueel geval gekeken moeten worden naar de inhoud van de betreffende verplichting, of nakoming daadwerkelijk onmogelijk is en of de oorzaak van die onmogelijkheid gelegen is in de coronacrisis of de in verband daarmee opgelegde maatregelen. Alle concrete omstandigheden dienen daarbij betrokken te worden. Als bijvoorbeeld met gebruik van een hulpmaatregel van de overheid de verplichting wel nagekomen zou kunnen worden, zal een beroep op overmacht vermoedelijk niet slagen. Indien nakoming van de verplichting de gezondheid van de schuldenaar, zoals mogelijk het coronavirus, in gevaar brengt, wordt de kans op een succesvol beroep op overmacht vergroot. Ten tijde van de vogelgriepcrisis in 2005 heeft een rechter overmacht aangenomen toen de schuldenaar vanwege een vervoersverbod van overheidswege niet in staat was eieren van zijn leverancier af te nemen.
      [vcex_spacing size=”20px”]
    5. Wat gebeurt er als vaststaat dat er sprake is van overmacht?
      Als vaststaat dat sprake is van overmacht, kan de schuldeiser geen aanspraak meer maken op nakoming van de betreffende verplichting. Ook kan de schuldeiser geen vergoeding van geleden schade vorderen. Dit geldt zolang de overmachtssituatie voortduurt. De schuldeiser staat echter niet geheel met lege handen. Hij kan er in de regel voor kiezen de overeenkomst dan geheel of gedeeltelijk te ontbinden, zodat hij van zijn eigen verplichtingen bevrijd is. Eventuele vooruitbetalingen kan hij na ontbinding terugeisen. Heeft de schuldenaar een voordeel vanwege het feit dat hij zijn verplichting niet uitvoert, dan kan de schuldeiser in beginsel ook dit voordeel opeisen. Het voordeel wordt wel gemaximeerd op de schade van de schuldeiser en is alleen toewijsbaar voor zover dit redelijk is. Ook hier spelen de concrete omstandigheden een belangrijke rol.

    Op dit moment zijn er nog geen rechterlijke uitspraken op het gebied van overmacht als gevolg van de corona-uitbraak gepubliceerd. Het is dus afwachten hoe rechters hiermee in het concrete geval zullen omgaan. Wij zullen u hiervan op de hoogte houden.

    Indien u vragen heeft over de gevolgen van de coronacrisis op uw contract, dan kunt u contact opnemen met partner ondernemingsrecht Berth Brouwer via 020-6645111 of berth.brouwer@actlegal-fort.com.

  • ‘Het leukst vind ik om de hele levenscyclus van een bedrijf mee te maken’

    ‘Het leukst vind ik om de hele levenscyclus van een bedrijf mee te maken’

    Dit artikel is geschreven door Fambizz, het platform voor de ondernemer in het familiebedrijf en verschenen in de december-editie van het blad.

    Met een klantenportfolio waar veel familiebedrijven tussen zitten, kennen de advocaten en partners van Fort Advocaten de dynamiek binnen het door families aangestuurde groot-mkb als geen ander. We praten met expert Terry Steffens van FORT Advocaten over vraagstukken die spelen rondom bedrijfsopvolging en -overdracht. “Het leukst vind ik om de hele levenscyclus van een bedrijf mee te maken.”

    Als expert in fusies en overnames komt Terry Steffens om uiteenlopende redenen en op verschillende momenten met het familiebedrijfsleven in aanraking. Maar bij M & A houdt het niet op voor het Amsterdamse kantoor Fort Advocaten. “We werken voor hen ook rond bijvoorbeeld franchise- en vastgoedrecht: veel familiebedrijven zijn al jarenlang klant bij ons”, legt Steffens uit. Met in totaal dertig advocaten focust Fort zich op het grote mkb en heeft het kantoor relatief veel partijen uit de retail-, leisure- en horecasector binnen het portfolio. “En daar zitten behoorlijk wat familiebedrijven tussen.”

    Wanneer we het hebben over bedrijfsoverdracht en -opvolging zijn de bijhorende vraagstukken uiteenlopend van aard. Steffens: “Een ondernemer wil bijvoorbeeld acquisities plegen om zijn bedrijf uit te bouwen: dat kan zowel horizontaal als verticaal. Maar de eigenaar van een familiebedrijf kan er bijvoorbeeld ook over nadenken om bepaalde onderdelen van de onderneming af te stoten, of om het gehele bedrijf te verkopen. Dan is het weer de vraag of er binnen de familie een geschikte opvolger aanwezig is, of dat we buiten de familie naar een nieuwe directeur moeten zoeken.”

    Bedrijfsoverdracht

    Wanneer het gaat over bedrijfsoverdracht, dus van binnen naar buiten de familie, zit je als advocaat tussen de verkopende en kopende partij in. Volgens Steffens is het vooral heel belangrijk om de ondernemer gedurende het hele verkoopproces mee te nemen. “Het familiebedrijf is vaak toch wel het kindje van de ondernemer, dus je moet hem of haar echt aan het idee laten wennen dat er straks iemand anders, buiten de familie, aan het roer staat.” Doe je dat niet, dan kan zo’n verkoopproces wel behoorlijk gaan haperen. “Mensen kunnen gaan twijfelen: is dit wel het juiste moment? Is dit wel de beste partij? Kan ik niet beter wachten? Links en rechts zijn er uiteindelijk wel behoorlijk wat mensen betrokken binnen een familiebedrijf.”

    De grote hoeveelheid documentatie is een ander aspect waar je de ondernemers goed op voor moet bereiden, weet Steffens uit eigen ervaring. “In korte tijd krijgt de eigenaar veel mails binnen met allemaal flinke bijlagen toegevoegd. Gaat hij of zij dit allemaal uitprinten en doornemen, dan wordt het hem of haar al gauw te veel. Aan ons als juridisch expert de taak om hetgeen de ondernemer kan verwachten met diegene te bespreken en de risico’s tijdig in kaart te brengen.”

    Bedrijfsopvolging

    Blijkt er zich uiteindelijk onder de familieleden wél een geschikte opvolger te vinden, dan ontvouwt zich een geheel andere route. Niet per se minder complex dan een overdracht. “Gaat het hierbij om één familielid, of zijn er meerdere opvolgers? Wie heeft dan welke verantwoordelijkheid? Hoe zit het met de financiering? Onderschat ook het governance-aspect niet. Wil het uittredende familielid bijvoorbeeld nog wel wát invloed hebben op de onderneming, of ziet de opvolgende generatie dit helemaal niet zitten?” Meestal zijn veel van die aspecten bij voorbaat al duidelijk. Maar dan nog is het goed om dit alles nog eens op papier te zetten. Steffens: “Op het moment dat zaken zwart op wit komen te staan, gaan er vaak toch nog wel wat wenkbrauwen fronsen. ‘Klopt het wel zoals we het daar hebben neergezet?’ Daarom is het goed om alles nogmaals onderling te bespreken.”

    Eén van Steffens werkzaamheden is om dit soort gesprekken tussen familieleden te faciliteren. De hoedanigheid verschilt nog weleens. “Soms ben je echt de neutrale derde partij, soms behandelen familieleden dit liever en petit committee en moet je het later alleen maar in uitgangspunten samenvatten en soms wordt het echt gewaardeerd wanneer je als ‘trusted advisor’ je mening geeft.” Zeker in het geval van een jarenlange samenwerking komt het laatst geregeld voor: dat ook naar Steffens visie wordt gevraagd. “De ene keer doen ze daar wel wat mee, de andere keer niet. Dat moet je ook leren accepteren.”

    Directe beslissers

    Wanneer we het met Steffens hebben over cases die hem echt bij zijn gebleven, klinkt zijn enthousiasme overduidelijk in zijn stem door. “Zonder op namen in te gaan, heb ik ooit eens een familiebedrijf van twee broers bijgestaan. Van de opbouwfase en het moment dat ze een joint venture werden totdat dit niet meer het geval was. Het leukst vind ik om de hele levenscyclus van een bedrijf mee te maken. Dat zijn heel waardevolle contacten en dierbare momenten waarin je veel met elkaar meemaakt.”

    Wat Steffens echt opvalt aan het familiebedrijf? “Dat ze sneller beslissingen nemen en directer communiceren dan niet-familiebedrijven. Hierbij kan het ook behoorlijk botsen hoor: ik zit regelmatig bij een bijeenkomst van een familie waarvan ik denk: ‘dit gaat wel écht hard tegen hard’. Maar dat is goed: des te sneller kom je tot de kern van het verhaal en kan het bedrijf ook weer verder.”

  • Practitioners’ Guide for Labour Law in Europe

    Vraag een gratis exemplaar aan

    U kunt de Practitioners’ Guide for Labour Law in Europe kosteloos aanvragen.Vul hieronder uw gegevens in, dan sturen wij u het boek zo snel mogelijk per post toe.

    [contact-form-7 id=”42665″ title=”39676″]
  • Stappenplan tegenstrijdig belang

    Stappenplan tegenstrijdig belang

    In deze tweede blog in de reeks over het tegenstrijdig belang neemt advocaat ondernemingsrecht Laukje van Delft je mee door het volledige stappenplan inclusief voorbeeldsituaties en tips.

    Gebruik de navigatie onderaan het stappenplan om verder in te zoomen en door het stappenplan heen te scrollen.  Lees ook het blog in deze serie over het voorkomen en genezen van een tegenstrijdig belang.

    [pdf-embedder url=”https://www.actlegal-netherlands.com/wp-content/uploads/Blog-Laukje.pdf” title=”Tegenstrijdig belang”]

  • Tegenstrijdig belang – voorkomen en genezen

    Tegenstrijdig belang – voorkomen en genezen

    Een bestuurder heeft de wettelijke taak om de B.V. of de N.V. te vertegenwoordigen. Daarbij dient hij of zij altijd het belang van de vennootschap voorop te stellen. Maar het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een bestuurder bij bepaalde transacties ook een persoonlijk belang heeft. Hoe voorkom je dat je in een tegenstrijdig belang situatie terecht komt? En wat zijn de gevolgen en de stappen die je moet ondernemen als er van tegenstrijdig belang sprake is? 

    Een veelvoorkomend voorbeeld is wanneer een bestuurder namens de vennootschap een overeenkomst aangaat met een B.V., waarvan hij zelf (mede-)aandeelhouder is. Of wanneer hij namens de vennootschap een managementovereenkomst sluit met zichzelf (of een eigen B.V.) en zichzelf daarbij een vergoeding toekent. Dit zijn in het handelsverkeer gebruikelijke transacties. Toch is het goed om in dit soort situaties alert te zijn op een mogelijk tegenstrijdig belang. De vennootschap kan bij belangenverstrengeling namelijk sterk benadeeld worden. Procedures duren vaak lang en zijn erg kostbaar. Voorkomen is beter dan genezen, maar in deze blog bespreken we het allebei.

    Wat is een tegenstrijdig belang?

    In de rechtspraak is bepaald dat sprake is van een tegenstrijdig belang wanneer de bestuurder door de aanwezigheid van (A) een persoonlijk belang of (B) door zijn betrokkenheid bij een ander met dat van de rechtspersoon niet parallel lopend belang, niet in staat moet worden geacht het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming te bewaken op een wijze die van een integer en onbevooroordeeld bestuurder mag worden verwacht.

    Het feit dat een bestuurder ‘twee petten op heeft’ is vaak onvoldoende voor een tegenstrijdig belang. Er moet daadwerkelijk een belang bestaan dat het onmogelijk maakt voor de bestuurder zich uitsluitend door het belang van de vennootschap te laten leiden. Daarbij wordt gelet op alle omstandigheden van het geval. Hoewel dit in een individueel geval moeilijk is om vooraf te zeggen, zijn er in de rechtspraak wel een aantal omstandigheden te vinden die bij deze beoordeling van belang zijn.

    Het tegenstrijdig belang is niet altijd een direct persoonlijk belang. Een oud voorbeeld uit de rechtspraak van een indirect tegenstrijdig belang is de directeur die zijn zoon een buitensporig loon toekende. De Hoge Raad oordeelde hierover dat de voldoening die een vader haalt uit het feit dat zijn zoon een hoog salaris geniet ook een tegenstrijdig belang kan zijn.

    Voorkomen

    Wanneer mogelijk een tegenstrijdig belang speelt, is het bestuur gehouden de verschillende belangen gescheiden te houden en zoveel mogelijk openheid en zorgvuldigheid te betrachten. Voor het bestuur betekent dit dat waakzaamheid geboden is en dat in de notulen en besluiten secuur moet worden uitgewerkt of en waarom er sprake is van een belangenconflict en hoe daar binnen de vennootschap mee wordt omgegaan. De individuele bestuurder heeft de verplichting om open te zijn over een eventueel tegenstrijdig belang en de overige bestuursleden of de algemene vergadering hier tijdig over te informeren.

    Een bestuurder met een tegenstrijdig belang mag geen deel mag nemen aan de beraadslaging en de besluitvorming over het betreffende onderwerp (artikel 2:239 lid 6 BW). Het komt dan aan op de resterende leden van het bestuur. Wanneer bij alle bestuursleden een tegenstrijdig belang aanwezig is, wordt het besluit genomen door de raad van commissarissen. Wanneer deze er niet is, neemt de algemene vergadering het besluit, tenzij de statuten iets anders bepalen. Bij sommige vennootschappen is in dat geval het tegenstrijdig belang in de statuten weggeschreven en blijft het bestuur bevoegd.

    Wat zijn de gevolgen?

    Als een bestuurder met een tegenstrijdig belang toch heeft deelgenomen aan de beraadslaging en de besluitvorming dan is het besluit vernietigbaar omdat het in strijd met de wet of de statuten tot stand is gekomen (artikel 2:15 lid 1 BW). Iedere persoon die een redelijk belang  heeft kan bij de rechtbank een vordering tot vernietiging instellen. Dat zijn  medebestuurders, commissarissen en aandeelhouders. De vordering moet binnen een jaar na bekend worden met het besluit ingesteld worden. Wanneer de vordering tot vernietiging niet wordt ingesteld, blijft het besluit echter gewoon van kracht. Ook heeft de vennootschap de mogelijkheid een vernietigbaar besluit te bevestigen, waardoor het besluit van begin af aan geldig wordt.

    Dat is anders als het besluit zelf in strijd is met de wet of de statuten. Indien de vennootschap bijvoorbeeld maar één bestuurder heeft en er sprake is van een tegenstrijdig belang, dan mag deze het besluit in het geheel niet nemen. De bevoegdheid tot het nemen van een besluit komt in dat geval op grond van de wet toe aan de algemene vergadering. Is daar bij de besluitvorming geen rekening mee gehouden dan is het besluit nietig en bestaat het juridisch gezien niet.

    De aanwezigheid van een tegenstrijdig belang heeft geen invloed op de bevoegdheid van de bestuurder de vennootschap te vertegenwoordigen. Dat betekent dat de door de geconflicteerde bestuurder verrichte transacties geldig zijn. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden zullen de gevolgen van een nadelige transactie afgewend kunnen worden.

    Genezen

    Als de vennootschap schade lijdt door het handelen van een bestuurder bij tegenstrijdig belang, kan de vennootschap deze bestuurder aansprakelijk stellen. Wanneer een bestuurder de regels omtrent het tegenstrijdig belang heeft geschonden, is hij in principe aansprakelijk voor de schade, nu deze regels bedoeld zijn om de vennootschap te beschermen.

    Ook aandeelhouders van de vennootschap die (rechtstreekse of afgeleide) schade hebben geleden door het handelen van de bestuurder, kunnen deze schade van een bestuurder vorderen. In een procedure moeten de aandeelhouders dan aantonen dat de bestuurder een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden die strekt tot bescherming van de belangen van de aandeelhouder.

    Aandeelhouders die ten minste 10% van de aandelen hebben, kunnen ook de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam vragen in te grijpen bij (dreigend) handelen van een bestuurder onder invloed van tegenstrijdige belangen.

    Bij faillissement van de vennootschap kan een curator in het geval van tegenstrijdig belang een nadelige transactie mogelijk vernietigen op grond van de zogeheten faillissementspauliana. Deze vernietiging werkt wel tegenover de wederpartij en de transactie moet bij een ingeroepen vernietiging teruggedraaid worden.

    Conclusie

    Bij een tegenstrijdig belang dienen alle betrokkenen bij de vennootschap goed op te letten dat de regels gevolgd worden. Het volgen van de regels omtrent de besluitvorming moet voorkomen dat er een beslissing wordt genomen die niet in het belang van de vennootschap is. Wanneer de regels niet gevolgd worden en een tegenstrijdig belang zich verwezenlijkt kan de vennootschap, en in sommige gevallen ook de aandeelhouder(s), de schade op de bestuurder verhalen of de Ondernemingskamer vragen in te grijpen.

  • Engelstalig procederen bij het Netherlands Commercial Court

    Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om bij internationale handelsgeschillen in het Engels te procederen bij het Netherlands Commercial Court (‘NCC’) in Amsterdam. Het NCC is een uitkomst voor buitenlandse ondernemingen die een geschil hebben met een Nederlandse partij. Daarnaast biedt het NCC Nederlandse bedrijven die een procedure willen starten tegen een buitenlandse onderneming de mogelijkheid om de zaak in Nederland te laten voorkomen. Het NCC is er op gericht zaken zo snel mogelijk te behandelen. Zowel de zittingen als de uitspraken zijn in het Engels.

  • ‘De omvang van juridische documentatie schrikt een DGA soms af’

    ‘De omvang van juridische documentatie schrikt een DGA soms af’

    Interview met Terry Steffens in Brookz magazine

    11 april 2019, Brookz magazine (april editie 2019)

     

    Het Amsterdamse Fort Advocaten is een goed alternatief voor de grote internationale kantoren, vanwege hun ondernemende mindset. ‘Wij begrijpen hoe ondernemers denken en vinden het leuk om dicht op een onderneming te zitten.’
    Het Amsterdamse Fort Advocaten, gevestigd aan de rand van het Vondelpark, is een echt nichekantoor, gespecialiseerd in vastgoed en ondernemingsrecht. ‘We verwachten van al onze advocaten dat ze een (postdoctorale) specialisatieopleiding volgen’, vertelt Terry Steffens, zelf al negentien jaar verbonden aan het kantoor, waarvan tien jaar als managing partner.

    Sinds 2018 is Fort Advocaten aangesloten bij act legal, een alliantie van onafhankelijke advocatenkantoren met vijftien vestigingen in negen Europese landen. Steffens: ‘Wij zijn het enige middelgrote kantoor met zo’n internationale footprint. Het betekent dat we, indien nodig, partnerkantoren in het buitenland kunnen inschakelen. Daarmee zijn wij een goed alternatief voor de grote internationale kantoren, ook vanuit kostenperspectief.’

    Bindende LOI

    Op het kantoor van Fort Advocaten werken 28 advocaten, waarvan zeven zich bezighouden met fusies en overnames. Veel klanten zijn afkomstig uit de retail (met name grotere ketens), leisure, vastgoed en de zakelijke dienstverlening. ‘Wat vaak voorbijkomt, zijn transacties waarbij een DGA zijn of haar bedrijf verkoopt aan een private equity-partij’, vertelt Steffens. ‘Voor een DGA is het vaak allemaal nieuw. Het legt enorm veel druk op de organisatie en dat kan overweldigend zijn. Ook de inhoud en omvang van de juridische documentatie kunnen afschrikken. Ik zie het als mijn taak om verkopers daar goed op voor te bereiden en de verwachtingen te managen.’

    Het liefst wordt Steffens in een vroege fase betrokken bij het overnameproces. ‘Ik constateer dat steeds meer elementen uit de koopovereenkomst al in de LOI worden vastgelegd. Die voorfase van de onderhandelingen krijgt daarmee meer gewicht. En in tegenstelling tot wat sommige ondernemers denken, is een LOI of term sheet in de meeste gevallen wel degelijk bindend. Het is feitelijk het belangrijkste document uit het hele overnameproces, omdat het richtinggevend is voor het uiteindelijke koopcontract.’

    Langdurige relatie

    Steffens typeert Fort Advocaten als ‘onbevreesd en recht door zee’. Een kantoor met een ondernemende mindset. ‘Wij begrijpen hoe ondernemers denken en vinden het leuk om dicht op een onderneming te zitten. In veel gevallen zijn we langere tijd betrokken bij een onderneming of een
    ondernemer. Zo hebben wij vorig jaar samen met een corporate financeadviseur de verkoop van een DGA-geleide opticienketen begeleid. Wij zijn nu ook weer betrokken bij nieuwe acquisities die vanuit dit bedrijf worden gedaan.’

    Dit soort langdurige relaties met klanten bewijzen volgens Steffens dat de benadering van Fort Advocaten werkt. ‘Wij zijn tegelijkertijd klein genoeg om onze MKB-klanten op partnerniveau persoonlijke aandacht te geven en groot genoeg om complexe, internationale transacties te begeleiden. Daarin zij wij uniek.’

  • Een maatschap in het failliet verklaarde MC Slotervaart of IJsselmeerziekenhuizen, wat nu?

    Een maatschap in het failliet verklaarde MC Slotervaart of IJsselmeerziekenhuizen, wat nu?

    Het MC Slotervaart in Amsterdam en de IJsselmeerziekenhuizen in Flevoland zijn failliet verklaard. Het ziekenhuis sluit, de behandelingen stoppen en patiënten worden overgebracht naar andere ziekenhuizen. U bent onderdeel van een maatschap, werkzaam in deze ziekenhuizen en dat betekent dat er een roerige tijd aanbreekt. Maar wat moet u nu doen?

    Beëindiging maatschap bij faillissement

    Bij een faillissement stopt de samenwerking binnen de maatschap en de maatschap stopt met werken in het ziekenhuis. Als medisch specialisten kunt u uw samenwerking niet meer in het ziekenhuis voortzetten, maar mogelijk wel in een ander ziekenhuis. De vraag is dan of u dat opnieuw gezamenlijk, met andere medisch specialisten of individueel wilt gaan doen. Hoe dan ook, moeten daar nieuwe afspraken over worden gemaakt en moet de ‘oude’ maatschap eerst worden beëindigd en verdeeld.

    In principe kan elke medisch specialist de maatschapsovereenkomst beëindigen. Maar dat is nog niet alles. Het vermogen van de maatschap, bestaande uit vorderingen op derden en vorderingen op elkaar,  alsmede de goederen zoals medische apparatuur, moet worden verdeeld. Verdeling van een maatschap is complex, zeker na een plotseling faillissement van een ziekenhuis als het MC Slotervaart in Amsterdam of de IJsselmeerziekenhuizen in Flevoland.

    Afspraken binnen een maatschap

    Medisch specialisten werken vaak samen met vakgenoten met hetzelfde specialisme. Het is gebruikelijk samen een maatschap te vormen en afspraken vast te leggen in een maatschapsovereenkomst. In die overeenkomst wordt doorgaans vastgelegd in welk ziekenhuis de medisch specialisten hun beroep uitoefenen. Het ziekenhuis waar de medisch specialisten patiënten behandelen, speelt vaak een grote rol bij de afspraken en de samenwerking. Alle medisch specialisten brengen bij de samenwerking in de maatschap iets in, arbeid, geld en/of goederen. De medisch specialisten delen vervolgens het voordeel van het samenwerken.

    Vaak gelden naast de maatschapsovereenkomst ook andere regelingen, zoals een vakgroepreglement. De medisch specialisten maken afspraken over bijvoorbeeld:

    • wie de maten van de maatschap zijn en wat ze inbrengen, zoals geld, arbeid of goederen;
    • hoe de winst wordt verdeeld; en
    • wie wat mag doen, zoals wie dure aankopen mag doen.

    (Dreigend) conflict

    Bij het beëindigen van een maatschap kan de verdeling van datgene wat is ingebracht conflicten opleveren. Dergelijke maatschapsconflicten worden bij voorkeur in onderling overleg opgelost, omdat de wettelijke regeling complex, ouderwets en lang niet altijd duidelijk is. Bij beëindiging en vereffening komt het meestal aan op uitleg van de maatschapsovereenkomst.

    Bij een (dreigend) conflict binnen een maatschap is het dan ook verstandig om in een vroeg stadium duidelijkheid te hebben over de juridische positie en de verhoudingen niet te laten escaleren. Procederen is soms noodzakelijk, maar is vanwege de vertraging, de hoge kosten en de onvoorspelbare uitkomst beter om te vermijden.

    Vraag tijdig advies

    Onze afdeling Corporate & Commercial Litigation heeft veel expertise in het afwikkelen van maatschappen van medisch specialisten en het beslechten van maatschapsconflicten. Wij kunnen u adviseren over uw juridische positie en u ondersteunen gedurende de onderhandelingen. Ook met het procederen over maatschapscontracten, zowel in arbitrage als bij overheidsrechtbanken, hebben wij veel ervaring.

    Mocht u vragen hebben over de beëindiging van uw maatschap of een maatschapsconflict? Neem dan (vrijblijvend) contact op met Berth Brouwer, Partner Corporate & Commercial Litigation, tel. +31 6 43 52 24 14 of via brouwer@fortadvocaten.nl.

  • Een opmerkelijke zaak betreffende accountantstuchtrecht

    Een opmerkelijke zaak betreffende accountantstuchtrecht

    Als een accountant opdracht wordt gegeven om een rapport op te stellen ten behoeve van een gerechtelijke procedure, is het de opdrachtgever uiteraard te doen om de bewijswaarde van dat rapport. De accountant is immers bij uitstek een deskundige op bepaalde gebieden zoals (bijvoorbeeld) de jaarrekening.

    Inleiding

    Het zal geen verbazing wekken dat wederpartijen in zulke gerechtelijke procedures zich met enige regelmaat tot de tuchtrechter wenden. De jurisprudentie op het gebied van het accountantstuchtrecht staat bol van voorbeelden waarbij het accountants wordt verweten conclusies in een rapport te hebben opgenomen zonder zogeheten “deugdelijke grondslag”. Het verwijt is dan meestal dat de accountant niet voldoende onderzoek heeft verricht om een bepaalde conclusie te rechtvaardigen of dat de resultaten van een bepaald onderzoek niet de stellige conclusies toestaan als door de accountant in het rapport werden genomen. De klager is daarbij vrijwel zonder uitzondering de wederpartij in de gerechtelijke procedure.

    De casus

    Onlangs deed zich echter een opmerkelijke zaak voor waarbij een accountant niet door de wederpartij in de procedure maar door zijn eigen opdrachtgever een verwijt werd gemaakt. De accountant had in zijn rapport niet de stellige conclusies opgenomen die zijn opdrachtgever wenste. Fort Advocaten N.V. stond de accountant in deze zaak bij.

    De opdrachtgever wilde het rapport gebruiken in een door hem als advocaat namens verschillende partijen ingestelde (collectieve) actie tegen Spaarbeleg / AEGON Garantiefonds. De opdrachtgever stelde zich in de tuchtprocedure – zakelijk weergegeven – op het standpunt dat uit de door hem aan de accountant aangeleverde informatie aanstonds volgde dat AEGON Garantiefonds niet in obligaties maar slechts in opties zou hebben belegd. Hij wilde dat de accountant dat als conclusie in zijn rapport op zou nemen. De accountant nam echter in zijn rapport op dat hij weliswaar vermoedde dat het Garantiefonds niet heeft belegd in obligaties maar dat slechts na het onderzoeken van de administratie van het Garantiefonds en de andere bij de beleggingen betrokken vennootschappen daarover meer duidelijkheid kon worden gegeven. Stelliger conclusies wilde de accountant niet opnemen in het rapport, ook niet na hardnekkig aandringen van de zijde van de opdrachtgever.

    De uitspraak

    Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde, net als eerder de accountantskamer, dat met de handelwijze van de accountant niets mis was. De tuchtklacht werd in alle onderdelen ongegrond geacht. Daaruit mag overigens niet worden geconcludeerd dat de accountant nooit een verwijt treft als hij weigert conclusies in een rapport op te nemen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven lijkt een gegronde tuchtklacht wegens té voorzichtig concluderen wel degelijk voor mogelijk te houden. Daar was echter in deze kwestie simpelweg geen sprake van. Het beschikbare materiaal stond de gewenste conclusie niet toe. De accountant in de onderhavige zaak handelde zorgvuldig door niet aan de eisen van de opdrachtgever toe te geven.

    Een saillant detail

    Erg saillant is overigens dat in een later stadium door een andere accountant wél een rapport werd opgestelde met daarin de stellige conclusies die de klager zo vurig wenste, aldus uiteraard zonder deugdelijke grondslag. Die accountant kon bovendien worden verweten hoor en wederhoor niet te hebben toegepast en dat hij ongefundeerde uitspraken had gedaan in de pers.

    De accountantskamer legde die accountant de maatregel van berisping op, een milde straf als u het mij vraagt. De accountant in die kwestie is daartegen dan ook niet in beroep gegaan.