Categorie: Ondernemingsrecht

  • Track record Elias Qiss-IT detachering raamovereenkomsten en ontslagzaken

    Track record Elias Qiss-IT detachering raamovereenkomsten en ontslagzaken

    Adviseren van Qiss-IT over detachering, raamovereenkomsten en diverse ontslagzaken.

  • Track record Elias Alter domus ontslag inhouse training reviewen arbeidscontracten

    Track record Elias Alter domus ontslag inhouse training reviewen arbeidscontracten

    Verschaffen van algemeen arbeidsrechtelijk advies aan Alter Domus, onder andere over ontslag van een aantal werknemers, reviewen van arbeidscontracten en geven van in-house trainingen over arbeidsrechtelijke onderwerpen.

  • Track record Elias Cytek Biosciences bedrijfstakpensioenfonds

    Track record Elias Cytek Biosciences bedrijfstakpensioenfonds

    Adviseren van Cytek Biosciences over de vraag of zij onder een bedrijfstakpensioenfonds vielen.

  • Track record Elias CWS wijzigen pensioensregeling en arbeidsvoorwaardenpakket

    Track record Elias CWS wijzigen pensioensregeling en arbeidsvoorwaardenpakket

    Adviseren van CWS over het wijzigen van de pensioenregeling en het reviewen van het arbeidsvoorwaardenpakket van het bedrijf.

  • Track record Elias ontslag bestuurder Bakker.com

    Track record Elias ontslag bestuurder Bakker.com

    Adviseren van aandeelhouders van Bakker.com over het ontslag van een bestuurder van het bedrijf.

  • Wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’

    Wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’

    10 maart 2021, door Elke ter Hart

     

    Het COVID-19-virus heeft een hoop veranderd op het gebied van thuiswerken. De coronacrisis heeft zich in een snel tempo ontwikkeld en thuiswerken is daardoor onderdeel geworden van het nieuwe normaal. Sinds de oproep van de regering om zoveel mogelijk thuis te werken, is het aantal thuiswerkers gegroeid naar 50%. Een (groot) deel van de thuiswerkers verwacht dit (voor een deel) te blijven doen nadat de crisis voorbij is. Er is dus een duidelijke verandering gaande op het gebied van thuiswerken en de acceptatie daarvan.

    De initiatiefnemers van het wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’ hebben deze verandering aangegrepen om de Wet flexibel werken te wijzigen en het recht van een werknemer om zelf de arbeidsplaats te kiezen te verstevigen. Deze wet geeft een werknemer op dit moment de mogelijkheid om een schriftelijk verzoek in te dienen bij zijn werkgever voor aanpassing van de arbeidsduur, de werktijd en de arbeidsplaats. De Wet flexibel werken stelt als voorwaarde voor een dergelijk aanpassingsverzoek dat de werknemer minimaal een half jaar bij de werkgever in dienst is. Verder moet het verzoek ten minste twee maanden voor de gewenste ingangsdatum schriftelijk bij de werkgever worden ingediend.

    Een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur en de werktijd kan de werkgever enkel afwijzen indien zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten. Deze voorwaarde geldt daarentegen niet voor een verzoek van een werknemer tot aanpassing van de arbeidsplaats. De werkgever hoeft een dergelijk verzoek slechts in overweging te nemen en bij een afwijzing ervan in overleg te treden met de werknemer. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel willen dit wijzigen. Zij willen het juridisch kader betreffende een verzoek tot wijziging van de arbeidsduur, de werktijd en de arbeidsplaats gelijk trekken. Zij stellen voor dat een werkgever een verzoek tot wijziging van de arbeidsplaats alleen kan afwijzen, indien er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen die zich tegen een wijziging van de arbeidsplaats verzetten.  

    Van zwaarwegende bedrijfs-of dienstbelangen is overigens niet snel sprake. In beginsel is hiervan enkel sprake bij economische, technische en operationele belangen van de werkgever die ernstig zouden worden geschaad, indien het verzoek van de werknemer zou worden toegewezen. Dit zou zich bijvoorbeeld kunnen voordoen in een sector waar thuiswerken gezien de aard van de arbeid niet mogelijk is.

    Door de coronacrisis lijkt er een nieuw evenwicht te zijn ontstaan tussen het thuiswerken en het werken op de overeengekomen arbeidsplaats. Veel werkgevers en werknemers hebben inmiddels ook de voordelen ondervonden van het thuiswerken. Zo is voor veel werknemers de reistijd afgenomen en kunnen veel werkgevers besparen op de reiskosten van werknemers en de huur van bedrijfsruimtes. Ook zonder wetsvoorstel acht ik het daarom goed mogelijk dat werkgever en werknemer overeenstemming kunnen bereiken over het (deels) thuiswerken in de toekomst. De vraag is derhalve of de voorgestelde wijziging van de Wet flexibel werken op dit moment nodig is.

     


     

  • Track record Dirk ‘De Grens Bereikt’ tankstations verhoging accijnzen benzine diesel

    Track record Dirk ‘De Grens Bereikt’ tankstations verhoging accijnzen benzine diesel

    Adviseren van de stichting “De Grens Bereikt!” in verband met de claim van een groot aantal eigenaren en huurders van tankstations nabij de Oost- en Zuidgrens van Nederland tegen de Staat der Nederlanden in verband met de verhoging van de accijnzen op benzine en diesel.

  • Overzicht registratie UBO-register

    Overzicht registratie UBO-register

    Overzicht registratie UBO-register

    6 oktober 2020, door Laukje van Delft

     

    Sinds 27 september 2020 zijn bijna alle Nederlandse rechtspersonen verplicht om hun UBO’s – Ultimate Beneficial Owners oftewel uiteindelijk belanghebbenden – te registreren in het UBO-register. Het UBO-register is onderdeel van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Alle wijzigingen dienen ook daar doorgevoerd te worden. Maar wie is een UBO en welke informatie moet wanneer worden ingeschreven? Je leest het in onderstaand schema.

  • Tijdelijke Betalingsuitstelwet 2020

    Tijdelijke Betalingsuitstelwet 2020

    “De grootste crisis buiten oorlogstijd”. Met deze woorden wordt de huidige situatie rondom COVID-19 vaak beschreven. Toch ziet het kabinet zich genoodzaakt om oorlogsmaatregelen te nemen. Ruim 100 jaar geleden brak de Eerste Wereldoorlog uit en naar aanleiding hiervan tuigde de toenmalige Minister van Justitie de “Betalingsuitstelwet” op. In de volksmond ook wel ‘oorlogssurséance’ genoemd. Anno 2020 heeft de Minister voor Rechtsbescherming een voorontwerp van de Tijdelijke Betalingsuitstelwet 2020 ter internetconsultatie voorgelegd. Een wet die grote gelijkenissen vertoont met de oorlogssurséance.

    Wat betekent dit?

    De voorgestelde regeling voorziet erin dat een faillissementsverzoek kan worden aangehouden voor maximaal zes maanden als de betalingsonmacht van de schuldenaar het gevolg is van de coronacrisis. Het is dus geen algemeen middel dat ervoor zorgt dat bedrijven in het algemeen betalingsuitstel kunnen krijgen. Het voorziet voornamelijk op de situatie dat faillissement is aangevraagd. Tijdens de aanhouding van het faillissementsverzoek kan de schuldeiser die het faillissement aanvraagt, geen betaling afdwingen en ook geen beroep doen op opschorting, ontbinding of beëindiging van de overeenkomst. Bovendien kan een schuldeiser ook geen verhaal halen op goederen van de schuldenaar. Eventuele beslagen worden opgeheven en executies worden opgeschort. Dit laatste kan een schuldenaar ook zonder een faillissementsverzoek aan de rechtbank verzoeken.

    Hiermee wordt beoogd dat ondernemingen die in de kern gezond zijn maar door corona in liquiditeitsproblemen zijn gekomen, ademruimte krijgen. Bedrijven waar het al slecht mee ging en nu het laatste zetje hebben gekregen, vallen buiten de regeling.

    Wanneer wordt een verzoek toegewezen?

    Een verzoek tot aanhouding van het faillissement, opheffing van een beslag of opschorting van de executie wordt toegewezen als is voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • voor de beperkende maatregelen waren er voldoende inkomsten om aan opeisbare schulden te voldoen;
    • sinds de beperkende maatregelen is er een omzetverlies van minstens 20%;
    • na de termijn van de aanhouding, opheffing of opschorting is er vooruitzicht dat schuldeisers betaald worden;
    • de schuldeiser wie het faillissementsverzoek indient niet wezenlijk en onredelijk in zijn belang wordt geschaad.

    Het ijkpunt voor de beperkende maatregelen is 16 maart 2020. Daarnaast heeft de minister er gemakshalve voor gekozen om bij het tweede criterium aan te sluiten bij de NOW-regeling.

    Welke gevolgen?

    Na toewijzing van de aanhouding van het faillissementsverzoek zal dit in eerste instantie twee maanden zijn. Dit kan vervolgens tot twee keer toe worden verlengd met twee maanden. In totaal kan een aanhouding van het faillissement, opheffing van beslag of opschorting van executie zes maanden duren. Vanzelfsprekend wordt bij elke verlenging wel weer getoetst aan de hierboven opgesomde voorwaarden.

    Voor de schuldeiser die het faillissement heeft aangevraagd, betekent dit dat hij voor minstens twee maanden geen betaling kan afdwingen bij zijn schuldenaar. Daar komt bovenop dat hij geen beroep kan doen op opschorting, ontbinding of beëindiging van de overeenkomst.

    Merk hierbij op dat het dus niet voor álle schuldeisers geldt. Onder andere hierdoor onderscheidt de regeling zich van de surseance van betaling. Bovendien geldt het betalingsuitstel alleen voor schulden die voor het faillissementsverzoek opeisbaar zijn geworden. Schulden die ontstaan tijdens de aanhouding moeten gewoon worden betaald door de schuldenaar.

    Wanneer eindigt het?

    Blijkt na toewijzing van het verzoek tot aanhouding dat een schuldenaar zijn schuldeisers heeft benadeeld of niet meer aan de voorwaarden voldoet, dan zal de rechtbank het faillissementsverzoek alsnog met spoed behandelen.

    Tot slot

    De minister heeft een regeling gecreëerd die schuldenaren met liquiditeitsproblemen moet beschermen tegen een onnodig faillissement, maar tegelijkertijd ook moet voorkomen dat schuldeisers zelf failliet gaan omdat ze hun vorderingen niet betaald krijgen door het uitstel. Het betreft een tijdelijke regeling tot 1 oktober 2020, maar kan verlengd worden. Het voorstel is nu ter consultatie aangeboden. Kort daarna zal het in werking treden.

    Het ligt ter consultatie, dus als u wilt meepraten, dan kunt u nog een reactie indienen.

  • Start-up krijgt ruimte van de rechter

    Het bestuur van een start-up krijgt van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch ruimte om te handelen, ondanks haar financiële onzekerheid. Start-ups zijn bijna altijd afhankelijk van financiering van haar aandeelhouders en veelal vinden er meerdere investeringsronden plaats. Steeds is er dan weer de onzekerheid of de volgende fase wordt bereikt. Dat geeft ook financiële onzekerheid, want als aandeelhouders niet meer funden, dan droogt het geld op en kunnen lopende kosten niet meer worden betaald. Niet zelden volgt dan faillissement.

    Het risico van een contract

    Een veel voorkomend probleem: het bestuur wil contracten af kunnen sluiten omdat die nodig zijn voor de bedrijfsvoering. Daarbij ontstaat een risico, want volgens de rechtspraak mag je als bestuurder geen contract sluiten waarvan je wist of moest weten dat je de betalingsverplichtingen niet zou kunnen nakomen. Dat geeft een dilemma dat zich bij uitstek voordoet bij start-ups, die afhankelijk zijn van toekomstige, onzekere financieringsronden. Sluit je toch contracten af, dan kan je persoonlijk aansprakelijk zijn.

    Bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk

    In een recente zaak oordeelt het Gerechtshof nu, dat het bestuur in zo’n geval niet aansprakelijk is. Het ging om een payroll bedrijf dat een werknemer had gedetacheerd bij de start-up. De start-up ging failliet en het payroll bedrijf werd uiteindelijk niet betaald. Het Payroll bedrijf stelde dat het bestuur beter had moeten weten. Er was nimmer winst gemaakt en het voortbestaan was onzeker. Dat maakte – volgens het payroll bedrijf – dat het bestuur niet zomaar de detachering had mogen aangaan (en op enig moment voortzetten).

    Het Gerechtshof oordeelde anders en nam daarin mee dat enige onzekerheid inherent is aan het wezen van een start-up. Daarbij was het zo dat tot een laat stadium er nog gesprekken liepen met investeerders. Ook dat is eigen aan een start-up. Het bestuur had gaandeweg zelf ook een aantal keer geld in het bedrijf gestopt om tussentijds salarissen te betalen. In die omstandigheden, was het bestuur niet aansprakelijk.

    Begrip binnen de rechtspraak

    Dit zal natuurlijk niet in alle situaties gelden. Het geeft wel aan dat er binnen de rechtspraak begrip is voor start-ups en dat partijen die met een start-up contracteren, zelf dienen te realiseren dat als zij daarmee contracteren, er onzekerheden zijn. Dat geeft het bestuur van een start-up ruimte.