Categorie: Ondernemingsrecht

  • Tips voor werknemers (6): Moet u als werknemer een aanbod van de doorstartpartij accepteren?

    Uw werkgever is failliet en u wordt geconfronteerd met een doorstart. Het is goed om te weten dat de doorstartende partij niet verplicht is alle werknemers een nieuwe arbeidsovereenkomst aan te bieden. Maar wat als u als werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst wordt aangeboden onder dezelfde arbeidsvoorwaarden. Moet of mag u deze als werknemer dan accepteren?

    U hebt als werknemer een vrije keuze. U kunt immers niet worden verplicht om bij een werkgever in dienst te treden als u dat niet wilt. Wel kan het niet accepteren gevolgen hebben voor de loongarantieregeling en een eventuele opvolgende ww-uitkering indien u als gevolg van uw keuze om het aanbod niet te accepteren werkeloos wordt. De keuze is daarmee toch minder vrij dan dat deze lijkt.

    Gaat u in op het aanbod van de doorstarter dan krijgt u een nieuw arbeidscontract met nieuwe afspraken over functie, salaris en arbeidsduur. Als u bij de nieuwe werkgever hetzelfde werk blijft doen, kan het zijn dat de nieuwe werkgever als ‘opvolgende werkgever’ wordt beschouwd. Dit kan gevolgen hebben voor de vraag of u een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd moet worden aangeboden.

    Leest u ook onze andere blogs met tips voor werknemers:

    Blog 1: uw werkgever is failliet verklaard.
    Blog 2: ontslag tijdens faillissement
    Blog 3: misbruik faillissementsaanvraag
    Blog 4: werking concurrentiebeding tijdens faillissement
    Blog 5: De bestuurder en de loongarantieregeling in faillissement

    In de volgende blog in de reeks “tips voor werknemers” ga ik nader in op wat er met opvolgend werkgeverschap wordt bedoeld.

    Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met Duco van Dongen. Duco van Dongen werkt sinds mei 2014 als advocaat bij Fort Advocaten binnen de sectie Faillissementsrecht.

  • Tips voor werknemers (5): De bestuurder en de loongarantieregeling in faillissement

    U bent directeur-grootaandeelhouder (dga) en uw bedrijf raakt in faillissement. Wat nu?

    De wetgever heeft voor werknemers waarvan de werkgever failliet is verklaard de loongarantieregeling in het leven geroepen. Op grond van deze regeling kan een werknemer recht hebben op uitkering van loon. Bij faillissement gaat het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) tot uitkering over indien aan de toepasselijke voorschriften is voldaan. De  omvang van de faillissementsboedel is hiervoor niet relevant.

    U komt als directeur-grootaandeelhouder in faillissement echter niet voor de loongarantieregeling in aanmerking. Slecht nieuws dus als u een directeur-grootaandeelhouder bent. De relatie van een directeur-grootaandeelhouder tot de vennootschap kan volgens de wet niet worden aangemerkt als een dienstbetrekking in de zin van de Werkloosheidswet.

    Wat zijn nu de criteria om als directeur-grootaandeelhouder te worden beschouwd?

    1. U bent de bestuurder en u houdt, al dan niet samen met uw echtgeno(o)t(e), meer dan de helft van de stemgerechtigde aandelen; of
    2. U bent de bestuurder en u houdt, als dan niet samen met uw echtgeno(o)t(e), een zodanig aandelenpakket dat u, gelet op de statutaire vereisten, niet tegen uw wil geschorst of ontslagen kan worden; of
    3. U bent een nevengeschikte bestuurder-aandeelhouder die een (nagenoeg) gelijk aantal stemmen kan uitbrengen als de andere nevengeschikte bestuurder-aandeelhouder; of
    4. U bent een bestuurder van een vennootschap waarvan tenminste tweederde deel van de aandelen in handen is van een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad.

    Het UWV is bevoegd om van bovenstaande regels af te wijken als u als bestuurder door feiten en omstandigheden kunt aantonen daadwerkelijk ondergeschikt te zijn aan de aandeelhouders van de vennootschap.

    Bent u wel bestuurder van een vennootschap, maar geen aandeelhouder, dan kunt u overigens wel in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de loongarantieregeling.

    In de volgende blog in de reeks “tips voor werknemers” gaan we in op de vraag of een werknemer een aanbod van de doorstartpartij moet accepteren.

    Leest u ook onze andere blogs met tips voor werknemers:

    Blog 1: uw werkgever is failliet verklaard.
    Blog 2: ontslag tijdens faillissement
    Blog 3: misbruik faillissementsaanvraag
    Blog 4: werking concurrentiebeding tijdens faillissement

    Dagmar Meijers- Ploegmakers en Euredice Terborg – Wijnaldum

    Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met Duco van Dongen. Duco van Dongen werkt sinds mei 2014 als advocaat bij Fort Advocaten binnen de sectie Faillissementsrecht.

  • Het opschorten van je prestatie

    “Ik ben niet tevreden met de geleverde prestatie!”

    Wat nu? Het komt wel eens voor dat u moet betalen voor een dienst of een product waar u helemaal niet tevreden mee bent. Het product voldoet kort gezegd niet aan de overeenkomst die u heeft gesloten met uw contractspartij. Wat als degene die de dienst heeft geleverd nu om betaling vraagt?  Mag u dan weigeren om te betalen totdat uw ontevredenheid is weggenomen?

    Jazeker! U kunt uw verplichting om te betalen onder omstandigheden opschorten!

    Wat is opschorten?

    Als uw contractspartij zijn verplichting niet nakomt, kunt u om de druk op te voeren ook uw prestatie (tijdelijk) achterwege laten. Men noemt dit juridisch gezien opschorten. Opschorting heeft tot gevolg dat de wederpartij je niet tot nakoming kan verplichten en ook geen schadevergoeding kan vorderen, omdat je niet tot nakoming over gaat.

    Wanneer kan je opschorten?

    Men kan een verplichting die men tegenover de contractspartij heeft opschorten op het moment dat men een opeisbare vordering heeft op de contractspartij.  Opeisbaar wil zeggen dat de prestatie van de contractspartij al plaats had moeten vinden. Bijvoorbeeld op het moment dat de betaaltermijn is verstreken of het moment dat hij de afgesproken dienst of product had moeten leveren.

    Mag je blijven opschorten op het moment dat de wederpartij je een passende oplossing biedt?

    Het weigeren van een behoorlijk aanbod tot nakoming kan leiden tot schuldeisersverzuim (zie binnenkort mijn volgende blog over schuldeisersverzuim).  Hieruit volgt overigens niet dat een enkel aanbod met zich meebrengt dat je niet meer mag opschorten. Je zal pas de bevoegdheid verliezen om op te schorten op het moment dat er daadwerkelijk wordt nagekomen door de andere contractspartij.

    Auteur: mr. Euredice Terborg-Wijnaldum. 

    Voor vragen over dit onderwerp kunt u terecht bij Duco van Dongen. Duco is advocaat binnen de sectie Insolventierecht van FORT. Hij is gespecialiseerd in faillissementsrecht en treedt vaak op als curator in faillissementen. Voor vragen is hij bereikbaar op 020 – 664 5111 of via mail.

  • Doorstart Neckermann; faillissement als wondermiddel

    Op 24 juni 2014 publiceert nieuwswebsite Nu.nl om 15:32 uur dat die dag het faillissement is uitgesproken van postorderbedrijf Neckermann.

    Dezelfde dag om 17:32 uur publiceert dezelfde website dat het failliete bedrijf een doorstart heeft gemaakt.

    Heeft de curator in twee uren tijd de markt onderzocht om kopers te vinden, is hij daarmee in onderhandeling getreden en is een fraaie deal uitonderhandeld? De vraag stellen is hem beantwoorden.

    Stille bewindvoering / Pre Pack

    Hier is wederom sprake van ‘stille bewindvoering’ ook wel ‘Pre Pack’ genoemd. Het nieuwe fenomeen waarbij de toekomstige curator enkele weken voor het faillissement al aan tafel zit bij de onderneming zodat onder zijn ogen een transactie kan worden voorgekookt. Op het ogenblik dat het faillissement wordt uitgesproken, wordt de overeenkomst getekend en is de doorstart een feit.

    Legale concurrentievervalsing

    Deze wijze van reorganisatie blijkt een ideale manier om snel, definitief en goedkoop van lasten af te komen. Het faillissement heeft als ‘voordeel’ dat oude schulden en contracten niet mee over gaan. Er kan dus schoon schip gemaakt worden. Neckemann komt zo eenvoudig van ruim honderd vijfentachtig van haar ruim tweehonderd werknemers af. Zo meldt Nu.nl.

    Een merkwaardig effect is dat hierdoor de zwakkere branchepartijen hun sterkere broeders voorbij kunnen streven. De partijen die het eigenlijk het beste doen, en dus geen faillissement nodig hebben, maar toch ook last hebben van de crisis of bepaalde marktontwikkelingen, zijn niet in staat om buiten faillissement dezelfde reorganisatie door te voeren. Hoewel deze vorm van reorganisatie volkomen legaal is, ligt concurrentievervalsing dus op de loer.

    Faillissement loont

    Al veel bekende bedrijven zijn Neckermann voorgegaan. Dat is logisch: faillissement loont. Momenteel ligt er een wetsvoorstel om deze praktijk een wettelijke basis te geven. De methode heeft echter al vaste voet aan de grond gekregen.

    Bedenk u dus geen minuut. Laat u vandaag nog voorlichten over dit wondermiddel. Want als u het niet doet, doet uw concurrent het en dan hebt u het nakijken.

    Derk van Geel  is advocaat binnen de sectie Ondernemingsrecht van FORT. Hij is gespecialiseerd in faillissementsrecht en treedt vaak op als curator in faillissementen. Voor vragen is hij bereikbaar op 020 – 664 5111 of via mail.

     

  • Voorkomen van overdracht van een vordering

    Wilt u niet dat uw schuldeiser zijn vordering op u overdraagt (of verpand) aan een ander? Bijvoorbeeld omdat u niet met een andere (meer agressieve) schuldeiser te maken wilt krijgen. Neem dan in de overeenkomst de volgende tekst op:

    De vorderingen die ontstaan uit deze overeenkomst zijn, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de wederpartij, noch geheel noch gedeeltelijk overdraagbaar. Partijen beogen deze bepaling goederenrechtelijke werking toe te kennen.”

    De tweede zin is nieuw. De Hoge Raad heeft namelijk bepaald dat uitsluiting van de overdraagbaarheid (en/of de mogelijkheid daarop een pandrecht te vestigen) duidelijk uit de tekst moet blijken. Wanneer achteraf de vraag wordt gesteld wat partijen nu hebben bedoeld moet de rechter de bepaling gaan uitleggen. Als uit de tekst blijkt dat partijen hebben beoogd de overdraagbaarheid uit te sluiten, kan de rechter niet anders dan daarin mee te gaan.

    De tekst is natuurlijk aan te passen aan de concrete situatie. Maar als u deze bewoordingen aanhoudt, dan zit u goed.

    Veel van deze bedingen zijn in algemene voorwaarden opgenomen. Vooral in de bouw komt dit veel voor. Het is dan verstandig uw algemene voorwaarden op dit punt na te lopen en zo nodig de bovenstaande tekst op te nemen.

    Derk van Geel   is advocaat binnen de sectie Ondernemingsrecht van FORT. Hij is gespecialiseerd in faillissementsrecht en treedt vaak op als curator in faillissementen. Voor vragen is hij bereikbaar op 020 – 664 5111 of via mail.

  • Hoge Raad heeft oog voor verhoudingen in familiebedrijven

    Uit een publicatie van een arrest van de Hoge Raad eind 2013 blijkt dat ook onze hoogste rechters oog hebben voor speciale verhoudingen die spelen bij familiebedrijven. Het feit dat familiebedrijven niet altijd op een overzichtelijke en eenduidige manier zijn gestructureerd en voor de buitenwereld als zodanig (juridisch) kenbaar zijn leidt in dit geval (uiteindelijk) niet tot een nadeliger uitkomst voor betrokkenen dan indien dit wel het geval zou zijn.

    Uit de hieronder aangehaalde zaak blijkt echter dat het wel degelijk van belang is goed en tijdig na te denken over hoe bedrijfsopvolging uitgevoerd moet worden.

    Casus: bedrijfsschade van de zonen

    In de betreffende zaak ging het om onteigening door een gemeente van bij de vader in eigendom zijnde gronden. Deze gronden waren door de vader (zonder dat dit schriftelijk op enige wijze vast was gelegd) in gebruik gegeven aan zijn twee zonen om op die gronden het familiebedrijf (een tuinbouwbedrijf) uit te oefenen. Voorheen nam ook de vader deel aan de bedrijfsvoering, maar dit was al enige tijd niet meer zo.

    De zonen hebben vanwege de onteigening bedrijfsschade geleden (inkomensschade en kosten van verplaatsing van het bedrijf), maar deze schade komt volgens de rechtbank in de betreffende zaak op grond van de Onteigeningswet niet voor vergoeding in aanmerking.

    Gunstig oordeel van de Hoge Raad

    De Hoge Raad denkt hier anders over. Hij overweegt dat “in het licht van de omstandigheden moet worden geoordeeld dat een door de Onteigeningswet verlangde volledige vergoeding van de schade die het rechtstreeks en noodzakelijk gevolg is van de eigendomsontneming, naar redelijkheid tevens vergoeding van de bedrijfsschade van de zonen omvat.” Het gaat volgens de Hoge Raad hier immers “om onteigening van gronden die blijvend waren bestemd tot uitoefening van het tuinbouwbedrijf in familieverband, aanvankelijk door de vader en de zonen, en na het terugtreden van de vader vanwege zijn leeftijd alleen nog door de zonen.”

    De Hoge Raad oordeelt verder dat hoewel de vader “niet meer zelf participeert in het bedrijf noch op enigerlei andere wijze baat heeft van de bedrijfsuitoefening op zijn gronden” dit niet wegneemt dat “hij als eigenaar er belang bij heeft dat de gronden ter beschikking blijven staan voor de bedrijfsuitoefening in familieverband door zijn zonen.” Een volledige schadeloosstelling op grond van de Onteigeningswet brengt daarom mee dat de vader ”door de schadeloosstelling financieel in staat wordt gesteld de bedrijfsactiviteiten van de zonen op andere gronden te laten voortzetten, ook al is hij daartoe jegens zijn zonen juridisch niet verplicht.”

    De Hoge Raad oordeelt dus dat de vader in staat dient te worden gesteld de schade van de zonen te vergoeden door de vader deze schadevergoeding toe te kennen.

    Les voor familiebedrijven: zet op papier!

    De Hoge Raad heeft dus oog voor de feitelijke gang van zaken en de verhoudingen in de praktijk en de familie komt ondanks het gebrek aan juridisch heldere verhoudingen, in dit geval, goed weg. Het is echter verstandiger de verhoudingen duidelijk – voor de toekomst – op papier te zetten. In dit geval was geen sprake van een regeling omtrent de bedrijfsopvolging. De zonen gebruikten de gronden voor de bedrijfsvoering zonder dat daar enige vergoeding tegenover staat en volgens de Hoge Raad “kennelijk in het vooruitzicht dat deze gronden te zijner tijd door middel van erfopvolging aan hen zullen toevallen.”

    Te denken valt dat wanneer de familie uit meerdere personen bestaat die erfgerechtigd zijn, niet zonder meer voor de hand ligt dat bij erfopvolging het bedrijf zal kunnen worden voortgezet. Daarvoor is het maken van afspraken in een bedrijfsopvolgingsplan, waarbij uiteraard ook goed gekeken moet worden naar hoe de testamenten zijn ingericht, van groot belang. In de praktijk is het dan ook regelmatig nodig dat tegelijkertijd met het vastleggen van de wijze van bedrijfsopvolging, testamenten moeten worden aangepast. Bij wat uitgebreidere familiestructuren is het opstellen van een familiestatuut, waarin – naast de meer bedrijfsmatige en organisatorische invulling van het familiebedrijf voor de toekomst – ook de erfopvolging aan bod komt, vaak aan te bevelen.

    Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met Annemiek Nass. Annemiek is sinds november 2015 werkzaam binnen de procespraktijk van de sectie Ondernemingsrecht.

  • Optreden als gevolmachtigde

    Treedt u weleens als gevolmachtigde op? Dan wil ik u graag wijzen op het volgende.

    Aan het optreden als gevolmachtigde zijn namelijk een aantal risico’s verbonden. Zo moet u nagaan of de (rechts)persoon namens wie u optreedt daadwerkelijk bestaat en controleren of de volmacht die u hebt voldoende toereikend is om de rechtshandelingen namens uw volmachtgever te verrichten.

    Indien u als gevolmachtigde niet kunt instaan voor de volmacht loopt u het risico om aansprakelijk te worden gesteld. Hieruit vloeit voort dat u als gevolmachtigde een schadevergoeding moet betalen. U moet de wederpartij dan in de toestand brengen die er zou zijn als de overeenkomst wel bevoegd was gesloten (artikel 3:70 BW).

    Bewijs

    Aanleiding van deze blog is het arrest van de Hoge Raad van 22 november 2013, NJ 2014/114. De Hoge Raad heeft daarbij voor het eerst uitdrukkelijk bepaald dat het aan de gevolmachtigde is om te bewijzen dat de (rechts)persoon namens wie hij handelt en de volmacht daadwerkelijk bestaan.

    kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

    Neem voor meer informatie over het optreden namens een volmachtgever en aansprakelijkheid contact op met Duco van Dongen. Duco van Dongen werkt sinds mei 2014 als advocaat bij Fort Advocaten binnen de sectie Faillissementsrecht.

  • Bank kan niet zomaar van trustkantoor af

    Het beleid van een bank is niet heilig. Uit een recente uitspraak volgt dat een bank vanwege gewijzigd beleid niet snel de relatie met een cliënt kan opzeggen. Het is een steun in de rug voor partijen die geconfronteerd worden met de opzegging van de relatie door hun bank.

    Wat speelde er?
    Het ging hier om een klein trustkantoor -twee werknemers- dat is gevestigd in Amsterdam en de gebruikelijke trustactiviteiten verricht. Na verschillende onderzoeksrapportages van DNB (De Nederlandse Bank) over integriteitsrisico’s bij kleine trustkantoren, heeft ING Bank haar beleid gewijzigd. Dat nieuwe beleid komt erop neer dat de bank alleen nog grotere trustkantoren als klant wil hebben. Enerzijds om te voorkomen dat zij zelf slachtoffer wordt van integriteitrisico’s van kleine trustkantoren en anderzijds vanwege de toenemende compliancekosten bij de kleine trustkantoren. Overigens is gelijksoortig beleid door andere grote banken (ABN AMRO, SNS, Rabobank) ook toegepast.

    De bank was op grond van de overeenkomsten die met het trustkantoor waren gesloten, bevoegd om de overeenkomst om welke reden dan ook op te zeggen als er maar een opzegtermijn van 60 dagen in acht werd genomen. Dat heeft de bank gedaan. De bank heeft onder verwijzing naar haar gewijzigde beleid met 60 dagen de relatie opgezegd.

    Het trustkantoor kwam in het geweer en voerde aan dat zij daardoor onrechtvaardig werd getroffen in haar belangen. Het trustkantoor stelde dat het voor haar van groot belang is om aangesloten te zijn bij een grote (systeem)bank als ING Bank. Daaruit ontleent zij ook integriteit en dat is voor haar als trustkantoor belangrijk. Bovendien zou het trustkantoor klanten verliezen als zij naar een kleinere bank moest verhuizen. In de kern commerciële belangen dus.

    Oordeel rechter
    De rechter oordeelde, na afweging van de belangen, dat het de bank niet vrij stond om vanwege haar gewijzigde beleid de relatie op te zeggen. Met name was van belang dat bij het trustkantoor geen sprake was van twijfel aan de integriteit en de rechter oog had voor de commerciële belangen van het trustkantoor aangesloten te zijn bij een systeembank.

    Hoewel ook de belangen van ING Bank (toenemende kosten en integriteit) gerechtvaardigd zijn, meende de rechter dat het belang van het trustkantoor voorrang moest krijgen boven dat van de bank. De bank mocht dus niet opzeggen en moest de relatie voortzetten.

    Opzegging
    Over de opzegging van de (krediet)relatie door banken is de laatste tijd veel te doen. Denk aan Deutsche Bank. Ook daar lag een beleidsbeslissing ten grondslag aan de opzegging van veel relaties. Uit verschillende uitspraken blijkt dat een bank niet zomaar mag opzeggen. Er moet goed rekening worden gehouden met de belangen van de cliënt. De maatschappelijke positie van de bank brengt dat met zich mee. Iedereen moet in principe toegang hebben tot het bancaire systeem.

    Ook deze uitspraak toont aan dat als een opgezegde cliënt van een bank kan onderbouwen wat de vergaande gevolgen zijn van de opzegging, hij een goede kans maakt om de opzegging aan te vechten.

    Derk van Geel  is advocaat binnen de sectie Ondernemingsrecht van FORT. Hij is gespecialiseerd in faillissementsrecht en treedt vaak op als curator in faillissementen. Voor vragen is hij bereikbaar op 020 – 664 5111 of via mail.

  • Fiscale tips: (4) Verliescompensatie

    Tips voor verliescompensatie

    Als uw onderneming winst maakt, bent u vennootschapsbelasting verschuldigd over die winst. Als de onderneming verlies lijdt, dan hoeft u uiteraard geen vennootschapsbelasting te betalen. U kunt het verlies zelfs gebruiken om de belasting terug te vragen, die u in voorgaande jaren heeft betaald of in toekomstige jaren moet gaan betalen. Dit wordt verliescompensatie genoemd.

    Verliescompensatie: carry back en carry forward

    Verliescompensatie kan twee kanten op: vooruit en achteruit in de tijd. Als vennootschapsbelasting is betaald in jaar 1 en er wordt verlies geleden in jaar 2 dan kunt u dit verlies verrekenen met de winst uit jaar 1. De winst uit jaar 1 wordt zo gedrukt door het verlies uit jaar 2. De vennootschapsbelasting die u teveel heeft betaald in jaar 1 kunt u terugvragen. Dit wordt carry back of achterwaartse verliesverrekening genoemd. Verliescompensatie kan ook vooruit, namelijk doordat u in jaar 1 verlies maakt en in jaar 2 winst. U kunt dan in jaar 2 de winst verrekenen met het verlies uit jaar 1 en zo de belastingdruk verlagen. Dit heet carry forward of voorwaartse verliesverrekening.

     Termijnen carry back en carry forward

    De termijn voor carry back is 1 jaar. Als crisismaatregel is de termijn in de belastingjaren 2009 tot en met 2011 verruimd tot 3 jaar. Sinds 2012 is de termijn weer 1 jaar. In 2014 kunt u dus voor het laatst uw winst uit 2011 gebruiken om deze te verrekenen met uw winst in 2014. De termijn voor carry forward is 9 jaar, maar als u gebruik maakt van de verlengde carry-back-termijn over 2009 tot en met 2011 wordt de termijn voor de carry forward verkort met het aantal jaren dat u gebruik maakt van die verlengde termijn.

    De maximale compensatie is EUR 10 miljoen per jaar, als er meer verlies is kunt u die niet verrekenen.

    Verval van compensabel verlies

    Het opgebouwde fiscaal compensabele verlies kan overigens vervallen, onder andere indien het aandelenbelang in de onderneming met 30% of meer wijzigt, of als de werkzaamheden afnemen tot minder dan 30% van de originele activiteiten.

  • Rechtsbijstandverzekerde mag eigen advocaat kiezen!

    Het komt vaak voor dat particulieren en bedrijven met een rechtsbijstandverzekering toch voor een advocaat willen kiezen van wie zij via via de (goede) naam hebben gehoord. Zij willen dan dat hun rechtsbijstandverzekeraar de rekening van die advocaat betaalt.

    Tot voor kort was het zo dat in ieder geval in die gevallen waarin voor de behandeling van een geschil geen advocaat hoeft te worden ingeschakeld (vooral procedures bij de kantonrechter en de bestuursrechter) de rechtsbijstandverzekeraar op grond van de polisvoorwaarden de verzekerde geen toestemming gaf een advocaat in te schakelen. De verzekerde kon in zo’n geval slechts kiezen voor bijstand van een medewerker van de rechtsbijstandverzekeraar zelf, bij gebreke waarvan hij de gekozen advocaat zelf moest betalen.

    Op 21 februari 2014 heeft de Hoge Raad (naar aanleiding van een prejudiciële vraag aan het Europese Hof van Justitie) in een baanbrekende uitspraak geoordeeld dat een bepaalde Europese richtlijn zich er tegen verzet dat een rechtsbijstandverzekeraar niet bereid is de kosten van een door een verzekerde zelf uitgekozen advocaat te betalen. Daarbij maakt het (aldus de betreffende uitspraak) dus niet uit of het gaat om het behandelen van een zaak waarvoor geen advocaat nodig is.

    Inmiddels heeft de betrokken rechtsbijstandverzekeraar (DAS) haar polisvoorwaarden wel aangepast en de verwachting is dat andere verzekeraars daarin zullen volgen. Daarbij gaat het voornamelijk over de invoering van een eigen risico en een maximale vergoeding van de advocaatkosten per rechtsgebied. Op die wijze proberen de rechtsbijstandverzekeraars naar eigen zeggen een substantiële stijging van de verzekeringspremie te voorkomen.

    Bedrijven en particulieren met een rechtsbijstandverzekering dienen zich in ieder geval goed te realiseren dat hun polis er niet aan in de weg staat dat zij zelf een advocaat kiezen en de daarmee gemoeide kosten (in ieder geval voor een belangrijk deel) door de verzekeraar betaald zullen moeten worden.

    Marco Meijer is auteur van dit blog.