Categorie: Ondernemingsrecht

  • Overleg met Bijzonder Beheer van de bank

    Overleg met Bijzonder Beheer

    Bijzonder beheer is veel in het nieuws. En meestal niet al te positief. Zie bijvoorbeeld: http://www.ftm.nl/column/bankiers-van-bijzonder-beheer-ze-bedoelen-het-goed/. Ook is de AFM een onderzoek gestart naar de praktijken bij deze afdeling bij banken. De uitkomsten worden verwacht in april 2015.

    Moeilijke gesprekken met Bijzonder Beheer

    Veel gesprekken tussen ondernemers en dossierbehandelaars van de afdeling Bijzonder Beheer van de bank verlopen moeizaam. Op zichzelf is dat niet gek; er is immers iets aan de hand.

    Maar ook de communicatie verloopt vaak stroef. Dat kan verschillende redenen hebben. Eén van de belangrijkste is dat de gesprekspartners niet precies weten wat ze aan elkaar hebben. De bank heeft een duidelijke visie maar wil zien dat de ondernemer betrouwbaar is en zijn zaakjes op orde heeft.

    De ondernemer aan de andere kant van de tafel wil het liefst zo snel mogelijk weer weg en is niet gewend dat de bank zich ineens zo intensief bemoeit met het bedrijf.

    De gesprekken met de bank zijn echter enorm belangrijk voor de toekomst van het bedrijf. Er is veel aan gelegen dat het gesprek goed verloopt en er een stap voorwaarts wordt gemaakt.

    Adviezen voor overleg met Bijzonder Beheer

    Hieronder daarom een aantal tips om het gesprek makkelijker te laten verlopen en doelmatiger overleg met Bijzonder Beheer.

    1. Ben een betrouwbare gesprekspartner. Dat wil zeggen: kom op tijd, kom afspraken na en doe geen beloftes die niet waargemaakt kunnen worden. Zorg ook voor betrouwbare cijfers; ga niet creatief boekhouden. De bank moet vertrouwen hebben in de ondernemer aan wie het krediet is verleend.
    1. Zorg voor een goede voorbereiding en laat dat zien. Plan een bespreking met uw adviseur en bereid de onderwerpen gezamenlijk voor. Parate kennis van de cijfers, het bedrijf, de knelpunten laten zien dat u weet waar u mee bezig bent.
    1. Vraag de bank om een agenda van de onderwerpen en vraag wie namens de bank aanwezig zijn. Dat geeft u meer inzicht in het te voeren gesprek.
    1. Stel niet te ambitieuze doelen; voorzichtigheid is belangrijk. Het heeft geen zin de bank een te rooskleurig beeld te schetsen. De kans is groot dat u het doel niet haalt en binnen de kortste keren weer bij de bank aan tafel zit. Nu staat u wel 1-0 achter.
    1. Heb oog voor de belangen van de bank. Zorg voor een goede analyse van de positie van de bank. Wanneer u begrijpt waar de mogelijke knelpunten van de bank zitten, dan bent u beter in staat een gezamenlijke oplossing aan te dragen. De kans is groot dat u met een beter plan komt. Het gaat immers om uw bedrijf.
    1. De analyse van de bank is sterk financieel gedreven, betrek zelf ook juist de operationele kant van het probleem in de oplossing. Welke bedrijfsprocessen kunnen verbeterd worden? Is innovatie vereist? Stel vervolgens een duidelijk plan op. Neem daarin ook de gewenste aanpassing van het convenant mee.

     

    Derk van Geel is de schrijver van dit blog
    Derk van Geel is advocaat en partner binnen de sectie insolventierecht. Derk is breed opgeleid maar vooral gespecialiseerd in het faillissementsrecht. Zo treedt Derk vaak op als curator in faillissementen. Derk staat daarnaast vele bedrijven en particulieren bij die vaak ongevraagd met een faillissement te maken krijgen, of dit willen voorkomen.

     

  • Hoe om te gaan met Bijzonder Beheer van de bank?

    Omgaan met Bijzonder Beheer

    Het gaat al een tijdje slechter met de onderneming. Na het aanleveren van de jaarrekening belt een onbekende man van de bank; hij is van bijzonder beheer. U wordt uitgenodigd voor een gesprek.

    Omgaan met Bijzonder Beheer: hoe pakt u dat aan?

    Bijzonder beheer

    Allereerst is het goed te realiseren dat het feit dat u bent overgeplaatst naar bijzonder beheer nog niet het einde hoeft te betekenen.

    Er zijn in feite twee typen bijzonder beheer. Bij de eerste variant wil de bank gewoon extra monitoren. Er zijn wat zorgwekkende signalen en de bank wil meer inzicht in haar positie en de problemen die er mogelijk spelen. Het doel is dan om het probleem te analyseren en zo nodig een bepaalde reorganisatie toe te passen. Beoogd wordt om daarna weer terug te gaan naar het reguliere beheer.

    De andere variant is zorgwekkender. De bank ziet weinig toekomst meer in de onderneming en is erop gericht het uitstaande krediet terug te halen. Dat heet ook wel de afdeling ‘recovery’. Het doel van de bank is, in tegenstelling tot de eerste variant, veel minder gericht op continuïteit van de onderneming maar voornamelijk op haar eigen belang. De achtergrond van de gesprekken en maatregelen is fundamenteel anders.

    Het is daarom belangrijk dat u zich afvraagt bij welke variant u wordt geplaatst om ook de belangen van de onderneming te waarborgen.

    Vertrouwen, vertrouwen, vertrouwen

    Zoals het bij vastgoed veelal draait om locatie, zo draait het bij bijzonder beheer om vertrouwen. De bank zegt ook wel: ‘de vent is de tent’. Met andere woorden, de bank wil weten of het management goed en betrouwbaar is. Het loodsen van de onderneming door zwaar weer vereist immers goede stuurmanskunsten van het bestuur. Of het krediet wordt terugbetaald hangt mede af van die stuurmanskunsten.

    Vertrouwen kweken bij de bank is belangrijk en niet eenvoudig. Hier een paar tips:

    • schets altijd realistische scenario’s: het is verleidelijk de bank een positieve lijn voor te spiegelen. Maar als deze vervolgens niet wordt gehaald, twijfelt de bank aan uw inschattingsvermogen. Realiteitszin is cruciaal.
    • zorg voor ter zake kundige adviseurs. De bank begrijpt dat u zich in een bijzondere situatie bevindt. De bank begrijpt dat u niet overal verstand van kunt hebben. Het getuigt van leiderschap en wekt vertrouwen wanneer u inziet dat het inschakelen van deskundige adviseurs in sommige gevallen nodig is.
    • kom gemaakte afspraken stipt na: ook al gaat het om de meest futiele afspraken, kom deze na.
    • vertrouwen komt te voet en gaat te paard: het opbouwen van vertrouwen is moeilijker dan u denkt, maar schade is zo aangericht.

    Tot slot, probeer altijd meerdere scenario’s op te stellen en leg deze naast elkaar. Weeg de gevolgen en risico’s goed af. Wellicht komt u met de bank tot hetzelfde scenario. Mogelijk ook niet. Als dat het geval is hebt u een conflict met de bank. In de volgende blog daarover meer.

     

    Derk van Geel is de schrijver van dit blog
    Derk van Geel is advocaat en partner binnen de sectie insolventierecht. Derk is breed opgeleid maar vooral gespecialiseerd in het faillissementsrecht. Zo treedt Derk vaak op als curator in faillissementen. Derk staat daarnaast vele bedrijven en particulieren bij die vaak ongevraagd met een faillissement te maken krijgen, of dit willen voorkomen.

     

  • Kopen van de curator: garantie tot aan de deur!

    Gaat u een bedrijf kopen van de curator? Reken dan niet op garanties, verklaringen en andere risicobeperkende faciliteiten zoals die bij een reguliere overname wel aan bod zouden komen.

    In vrijwel elk faillissement zal de curator op zoek gaan naar een koper voor het failliete bedrijf. De verkoop van het bedrijf, geheel of in afgeslankte vorm ‘going concern’, wordt een doorstart genoemd. Naast een volledige doorstart kan de curator ook besluiten het bedrijf in afzonderlijke delen te verkopen.

    De activaovereenkomst

    De verkoop van het bedrijf of van (een deel van) de boedel wordt vastgelegd in een activaovereenkomst of doorstartovereenkomst. In die overeenkomst worden doorgaans alle risico’s van de transactie naar de koper geschoven. Curatoren hanteren in veel gevallen standaardmodellen.

    De curator verkoopt ‘voetstoots’. Dit betekent dat wordt verkocht zonder dat de koper er op terug kan komen. De curator staat niet in voor een bepaalde omzet, de waarde van activa of het afbreukrisico vanwege het faillissement. Wanneer het bedrijfsonderdeel later toch niet beantwoordt aan de verwachtingen van de koper, kan hij daar niet op terugkomen. In de activaovereenkomst worden bepaalde zaken steevast opgenomen, zoals:

    • Voetstootse verkoop en levering;
    • Geen recht op teruggaaf van de koopsom bij teleurgestelde verwachtingen;
    • Uitsluiting van aansprakelijkheid van de curator;
    • Dat de curator geen enkele garantie geeft;
    • De koper alle risico’s kent en die accepteert;
    • Ontbinding, dwaling en andere reguliere mogelijkheden om de overeenkomst aan te tasten, worden uitgesloten;
    • De koopsom mag niet worden verrekend of opgeschort.

    Het is verstandig bewust te zijn van de inhoud van de te sluiten overeenkomst. Dat kan van invloed zijn op de bieding die wordt gedaan, of op de risicoanalyse voorafgaand aan het bod. Over de punten die hier zijn genoemd kan meestel niet worden onderhandeld. Op andere punten wel. Bijzonderheden van een bepaalde transactie vergen immers een taylormade aanpak. Dat biedt ruimte.

    De essentie zal echter altijd blijven: garantie tot aan de deur!

    Derk van Geel  is advocaat binnen de sectie Ondernemingsrecht van FORT. Hij is gespecialiseerd in faillissementsrecht en treedt vaak op als curator in faillissementen. Voor vragen is hij bereikbaar op 020 – 664 5111 of via mail

    Duco van Dongen  is advocaat binnen de sectie Ondernemingsrecht van FORT. Hij is gespecialiseerd in faillissementsrecht en treedt vaak op als curator in faillissementen. Voor vragen is hij bereikbaar op 020 – 664 5111 of via mail.

  • Voorkomen van een faillissement via een akkoord

    Een van de manieren waarop bedrijven proberen een faillissement te voorkomen, is door schuldeisers te vragen akkoord te gaan met het (gedeeltelijk) kwijtschelden van de schuld: een herstructurering. De aanbieder van een zogenaamd buitengerechtelijk akkoord laat zijn schuldeisers dan vaak weten dat indien niet alle schuldeisers akkoord gaan, faillietverklaring volgt. Het gevolg van de  faillietverklaring is dat gewone schuldeisers niets krijgen, omdat bijvoorbeeld de Belastingdienst voorgaat. Voor gewone schuldeisers is “iets” vaak beter dan niets en zij doen daarom aan het akkoord mee.

    In de praktijk blijkt dit buitengerechtelijk akkoord vaak niet haalbaar, omdat één enkele rancuneuze schuldeiser het akkoord kan torpederen. De wet geeft geen mogelijkheden om de dwarsliggende schuldeiser aan boord te krijgen. Rechters zijn slechts onder zeer bijzondere omstandigheden bereid om een dwarsligger te dwingen aan het akkoord mee te werken.

    Er is dus grote behoefte aan een dwangakkoord. Bij de opfrisbeurt van de Faillissementswet (programma Herijking Faillissementsrecht) wordt hier ook aandacht aan besteed. Daarom is er nu een wetsvoorstel dat beoogt de herstructurering via een akkoord buiten faillissement te bespoedigen en met zo min mogelijk formaliteiten, kosten en onzekerheden gepaard te laten gaan. De voorgestelde regeling verschilt niet veel van een faillissementsakkoord: indien het akkoord door de meerderheid van schuldeisers wordt ondersteund, kunnen schuldeisers die zich er op onredelijke gronden tegen verzetten, worden gedwongen door een algemeen verbindend verklaring door de rechter. In het voorstel zijn waarborgen opgenomen, zodat schuldeisers hun stem kunnen laten horen bij eventuele onregelmatigheden. De inhoud van het akkoord is vormvrij, waardoor de voorwaarden van het akkoord per geval kunnen verschillen.

    De komende periode kunnen partijen hun visie geven op het wetsvoorstel. Het voorstel zal daarom niet voor 2015 in werking treden. Bij het aanbieden van een buitengerechtelijk akkoord kan natuurlijk wel al verwezen worden naar de aanstaande wetgeving.

  • Nieuw wetsvoorstel bestuursverbod

    Minister Opstelten heeft op 27 augustus het gewijzigde wetsvoorstel tot het invoeren van het civielrechtelijke bestuursverbod aan de Tweede kamer gezonden.

    Wanneer dit wetsvoorstel wordt geaccepteerd is het straks voor de curator mogelijk de rechter te vragen een bestuurder van een failliete BV te verbieden nog bestuurder te zijn.

    Bestrijding fraude

    Het doel van het verbod is om faillissementsfraude en onregelmatigheden rondom het faillissement te bestrijden. Het wetsvoorstel maakt deel uit van het wetgevingsprogramma herijking van faillissementsrecht. Dat programma bestaat nog uit twee andere onderdelen, namelijk de herziening van strafbaarstelling van faillissementsfraude en het wetsvoorstel tot versterking van de positie van de curator. Op korte termijn wordt op dat vlak ook een voorstel verwacht.

    Wanneer kan het worden opgelegd?

    Het verbod kan worden opgelegd als de bestuurder in de drie jaren voorafgaand aan het faillissement:

    –       aansprakelijk is als bedoeld in artikel 2:248 BW (bestuurdersaansprakelijkheid voor het tekort in de boedel);

    –       doelbewust handelingen heeft verricht die de schuldeisers hebben benadeeld (pauliana);

    –       weigert de curator te informeren of zijn medewerking te verlenen;

    –       tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement en hem daarvan een persoonlijk verwijt treft;

    Maximaal vijf jaar

    De bestuurder kan dan voor maximaal vijf jaren worden verboden bestuurder te zijn van een rechtspersoon. Het bestuursverbod wordt ingeschreven in het Handelsregister, zodat dit voor iedereen te raadplegen is. Zelfs kan de rechtbank ter handhaving van het verbod, een dwangsom opleggen.

    Het bestuursverbod kan ook worden uitgesproken tegen voormalige bestuurders, commissarissen en feitelijk bestuurders.

     

  • Schuldeisersverzuim

    Schuldeisersverzuim

    Schuldeisersverzuim: “Mijn wederpartij maakt het mij onmogelijk om het contract na te komen, wat nu?”

    In mijn vorige blog over het opschorten van je prestatie beloofde ik u het begrip schuldeisersverzuim (ook crediteursverzuim) nader uit te leggen.

    Het komt namelijk wel eens voor dat u een contract met iemand sluit en diegene ervoor zorgt dat u het contract niet kunt nakomen. Dat is natuurlijk een vervelende situatie. Maar wat kan je er aan doen?

    Volgens het geldend recht is het in beginsel niet mogelijk om medewerking van de schuldeiser te eisen of af te dwingen.

    Het leerstuk schuldeisersverzuim kan wel een oplossing bieden in het geval u in de problemen dreigt te raken doordat u het contract niet kan nakomen door toedoen van de wederpartij.

    In de praktijk wordt met zekere regelmaat een beroep gedaan op crediteursverzuim. Maar wat is schuldeisersverzuim eigenlijk en welke gevolgen worden er door de wet aan verbonden? In dit blogje zal ik een korte toelichting geven op de werking van het crediteursverzuim. Ook zal ik bespreken op welk moment het crediteursverzuim tot een einde komt.

    Wat is schuldeisersverzuim?

    Schuldeisersverzuim is een juridische term om aan te duiden dan niet de schuldenaar, maar de schuldeiser ervoor zorgt dat bijvoorbeeld een contract niet kan worden nagekomen. De gedachte achter het feit dat men in schuldeisersverzuim kan raken is dat de schuldeiser dient mee te werken aan de nakoming van de prestatie door de schuldenaar. Indien hij dat niet doen dan komen de gevolgen voor zijn risico.

    Wat zijn de gevolgen van schuldeisersverzuim?

    Het schuldeisersverzuim heeft tot gevolg dat de nadelen voor de schuldenaar die ontstaan doordat medewerking van de schuldeisers achterwege blijft niet voor rekening van de schuldenaar dienen te blijven.

    Schuldeisersverzuim levert voor de schuldenaar overmacht op om te presteren. Dat brengt mee dat de schuldenaar eventuele vorderingen van de schuldeiser tot nakoming of schadevergoeding kan afweren.

    Goed nieuws voor de schuldenaar is dus dat hij zelf niet meer in verzuim raken indien de schuldeiser al in verzuim is. Crediteursverzuim en schuldenaarsverzuim sluiten elkaar dus uit.

    Een schuldenaar kan ook recht hebben op vergoeding van de (redelijke) kosten die als gevolg van het crediteursverzuim zijn gemaakt.

    De schuldenaar moet er wel rekening mee blijven houden dat het schuldeisersverzuim elk moment kan eindigen. Vanaf dat moment moet de schuldenaar weer gaan nakomen. Dit is lastig, want een schuldenaar verkeert op deze manier in onzekerheid of, en zo ja, wanneer het crediteursverzuim zal eindigen.

    Op welk moment eindigt het schuldeisersverzuim?

    Schuldeisersverzuim eindigt pas op het moment dat een schuldenaar daadwerkelijk tot nakoming van zijn verplichting kan overgaan en dat alle belemmeringen die door het crediteursverzuim zijn ontstaan zijn opgelost.

    Als een schuldeiser zich bereid verklaard tot medewerking van de verplichting van de schuldenaar en de schuldenaar niet meteen kan presteren, maar daarvoor redelijkerwijs nog enige voorbereidingstijd nodig heeft, eindigen de gevolgen van het verzuim pas zodra de schuldenaar redelijkerwijs weer tot nakoming in staat is.

    Pas op dat moment zijn de gevolgen van crediteursverzuim uitgewerkt. Niet vereist voor het eindigen van het verzuim is dat de schuldeiser daadwerkelijk aan de nakoming heeft meegewerkt. Zou echter de schuldeiser ten onrechte zijn medewerking aan de uitvoering van het contract weigeren, dan raakt hij vanaf dat moment opnieuw in schuldeisersverzuim. [1]

    Auteur: Euredice Terborg-Wijnaldum.

    Voor vragen over dit onderwerp kunt u terecht bij Duco van Dongen .

    Uitspraak Hoge Raad 11 juli 2014

  • Incassokosten vorderen van consumenten: één brief is genoeg

    Iedere ondernemer krijgt er wel eens mee te maken: wanbetalers. Wanbetalers veroorzaken bij bedrijven grote financiële schade en zorgen voor veel ergernis. Ondernemers hoeven echter niet lijdzaam toe te kijken of zij hun geld wel krijgen. Er staan hun verschillende (juridische) instrumenten ter beschikking in de strijd tegen wanbetaling. Zo heeft de wederpartij van een (rechts)persoon die zijn betalingsverplichting niet nakomt naast  recht op betaling van zijn factuur en wettelijke rente, onder omstandigheden ook recht op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

    [space5]

    Incassokosten zijn de redelijke kosten die de schuldeiser heeft moeten maken om te zorgen dat hij zijn factuur betaald zal krijgen.
    [space5]

    Voordat een schuldeiser aanspraak kan maken op vergoeding van incassokosten is echter vereist dat zijn schuldenaar ‘in verzuim’ verkeert. Daartoe moet die schuldenaar een aanmaning hebben ontvangen waarin hem een redelijke termijn is geboden om alsnog aan zijn verplichting te voldoen.

    [space5]

    Als de schuldenaar een consument is, dan bepaalt de wet tevens dat die schuldenaar na het intreden van verzuim opnieuw moet worden aangemaand om binnen een termijn van veertien dagen tot betaling over te gaan.

    [space5]

    Tot voor kort bestond er onduidelijkheid over de vraag hoe vaak een consument-schuldenaar moest worden gewaarschuwd voordat incassokosten verschuldigd werden. Rechters oordeelden vaak dat na genoemde veertiendagenbrief nog een laatste aanmaning moest volgen.

    [space5]

    De Hoge Raad heeft onlangs (in juni 2014) een einde gemaakt aan die onduidelijkheid. Bij het uitblijven van betaling na het verstrijken van de veertiendagentermijn mag een schuldeiser direct incassokosten vorderen, zonder dat hij daarvoor nog andere incassohandelingen hoeft te verrichten.

    [space5]

    De exacte vergoeding waarop een schuldeiser aanspraak kan maken, is afhankelijk van de hoogte van zijn vordering en is in het besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten’ opgenomen. Een link naar dit besluit vindt u hier.

    [space5]

    Voor vragen over dit blog kunt u contact opnemen met Annemiek Nass.

    Annemiek Nass  is advocaat binnen de procespraktijk van de sectie Ondernemingsrecht. Annemiek houdt zich voornamelijk bezig met ondernemingsrechtelijke geschillen en procedures. Annemiek studeerde Nederlands recht, afstudeerrichtingen Aansprakelijkheidsrecht en Ondernemingsrecht, aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is in 2013 op beide richtingen afgestudeerd. Tevens behaalde zij in 2011 haar bachelor Notarieel recht en volgde de master Notarieel recht.

     

  • Mag je een BV ontbinden als er schulden zijn?

    Mag je een BV ontbinden als er schulden zijn?

    Het antwoord is als zo vaak: het kan, maar pas op.

    Ontbinding van een BV

    De aandeelhouders mogen op zich gewoon besluiten tot ontbinding van de BV. In de statuten staat veelal vermeld op welke manier dat moet gebeuren.

    Nadat het besluit is genomen is de vennootschap direct ontbonden. Het bestuur hoeft daarbij in wezen niets te doen. De BV verkeert dan in liquidatie.  Deze nieuwe toestand moet ook worden ingeschreven in het handelsregister.

    Vereffening van een BV

    Vanaf dat moment krijgt de bestuurder een andere pet, namelijk die van vereffenaar. De vereffenaar is belast met de vereffening van het vermogen van de ontbonden BV.

    De vereffenaar moet vervolgens inventariseren welke baten en schulden er zijn. Daarna dient hij de activa (ofwel baten) te gelde te maken. Uit het saldo dat wordt gerealiseerd dienen allereerst de schulden te worden betaald. Zodra het vermogen is uitgekeerd en er dus geen activa meer zijn, houdt de vennootschap op te bestaan en kan worden uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel.

    Als er meer baten dan schulden aanwezig zijn is er geen probleem; er blijft dan geld over. Dat saldo kan worden uitgekeerd zoals in de statuten staat vermeld. Meestal aan de aandeelhouders.

    Als de schulden precies gelijk zijn aan de baten is er ook niets aan de hand; na betaling van de schulden is het geld op en houdt de BV ook weer direct op te bestaan.

    Meer schulden dan baten

    Zijn er meer schulden dan uit de baten kunnen worden voldaan? Dan is de vereffenaar verplicht aangifte van faillissement te doen. Doet hij dit niet dan loopt hij de kans aansprakelijk te zijn.

    Hij zal naar de rechtbank moeten om aangifte te doen.

    Akkoord schuldeisers

    Het faillissement kan alleen achterwege blijven wanneer er met de schuldeisers overeenstemming wordt bereikt.  Zo’n ‘schuldeisersakkoord’ komt in de praktijk vaak voor. Schuldeisers wordt een percentage van de vordering geboden tegen verlening van kwijting van het meerdere. Voor de meeste gewone crediteuren is dit het maximaal haalbare omdat hun vooruitzichten bij faillissement slecht zijn. Het onderzoeken van deze mogelijkheid is dan ook veelal zinvol.

    Als dit is gelukt, houdt de BV eveneens op te bestaan en kan deze worden uitgeschreven uit het handelsregister.

  • Frauderende klant failliet. Wat te doen?

    Faillissementsfraude kent vele verschillende vormen. Het resultaat is altijd dat de schuldeisers worden benadeeld. Al jarenlang blijkt in minstens een kwart van de faillissementen sprake te zijn van fraude. Een voorzichtige schatting is dat de jaarlijkse schade meer dan € 1 miljard bedraagt.

     

    Op verschillende manieren wordt de fraude bestreden. Het openbaar ministerie pakt steeds vaker met succes de fraudeur aan. Het verduisteren van goederen maar ook het wegmaken van de administratie is uiteraard strafbaar. Ook de curator heeft verschillende middelen om de fraudeur te bestrijden. Zo kan de fraudeur als directeur aansprakelijk worden gesteld voor de schade van de schuldeisers. Ook kan de curator er voor zorgen dat weggemaakte goederen weer terug bij de failliet komen.

     

    De handelspartner van de fraudeur kan, onder omstandigheden, de fraudeur ook zelf aanpakken. Bijvoorbeeld als de directeur wist dat hij de bestelde goederen niet kon betalen. Of als hij vennootschap heeft leeg getrokken en de schuldeisers daardoor niet kan betalen. De misleide handelspartner heeft dan een rechtstreekse vordering op de directeur. Hij kan dan de directeur aansprakelijk stellen voor de schade, namelijk de onbetaalde facturen. Dat kan soms de pijn van de onbetaald gelaten transactie wat verzachten.

     

    Voor tips om vorderingen te innen kijk je hier: tips-om-vorderingen-te-innen

     

  • Tips om vorderingen te innen

    Veel bedrijven komen in de problemen of gaan zelfs failliet doordat zij vorderingen op hun klanten niet kunnen innen.

    Er ontstaat een geschil over de rekening of de klant / debiteur blijkt financieel niet bij macht te zijn om de factuur te kunnen betalen.

    In dat geval kan faillissement worden aangevraagd. Maar dit levert in de praktijk weinig tot niets op. Zelden leidt een faillissement tot betaling van de vordering van de ‘gewone’ schuldeisers, laat staan volledige betaling.

    Het credo luidt dan ook:  voorkomen is beter dan genezen.

    Hier 10 tips voor een betere incasso van vorderingen:

    1. Doe onderzoek naar de klant vóórdat een relatie wordt aangegaan. Zijn jaarrekeningen gepubliceerd? Wat staat daar in? Vraag nadere financiële gegevens op. Is er een ‘credit rating’ beschikbaar?
    2. Stel paal en perk aan het leverancierskrediet (de hoogte van het maximaal acceptabele openstaande bedrag). Baseer dit op de gegevens die worden verkregen uit het onderzoek.
    3. Zorg voor goede vastlegging van de overeenkomst en de betalingsafspraken.
    4. Zorg voor goede algemene leveringsvoorwaarden. En, misschien belangrijker, pas deze op de goede manier toe op de relatie.
    5. Zorg voor een strikte debiteurenbewaking. Voorkomen dient te worden dat er alweer vier leveringen hebben plaatsgevonden terwijl de eerste nog niet betaald is.
    6. Probeer zekerheden te bedingen, zoals een voorschot, eigendomsvoorbehoud, bankgarantie, escrow, pandrecht of een borg / garantie van een derde.
    7. Zorg voor een goede incassobrief. Een goede incassobrief vormt een effectieve prikkel om te betalen en vormt tegelijkertijd voor de basis voor een eventueel daarna te voeren procedure.
    8. Bepaal het debiteurenbeleid op het grote geheel. De kosten van het treffen van maatregelen tegen een debiteur kan in een individueel geval per saldo misschien niets opleveren. Het is echter ook verstandig zo nu en dan ‘je tanden te laten zien’. Dit werkt ook preventief.
    9. Wanneer de incasso van een vordering uit handen wordt gegeven; spreek dan een heldere koers en tarief af. Welke maatregelen worden genomen? Wat zijn daarvan de kosten? Zo worden verrassingen voorkomen.
    10. Wanneer ervoor wordt gekozen rechtsmaatregelen te nemen, zorg dan dat voldoende verhaalsinformatie beschikbaar is. Waar bevindt zich het vermogen? Bij welke bank bankiert de debiteur? Bezit de debiteur onroerende zaken? Niets is zo vervelend als een vonnis dat niet kan worden geëxecuteerd.

    Derk van Geel  is advocaat binnen de sectie Ondernemingsrecht van FORT. Hij is gespecialiseerd in faillissementsrecht en treedt vaak op als curator in faillissementen. Voor vragen is hij bereikbaar op 020 – 664 5111 of via mail.