Categorie: Ondernemingsrecht

  • Rabobank niet langer veilige haven bij beslag

    Rabobank niet langer veilige haven bij beslag

    De dreiging van beslag op banktegoeden kan schuldenaars flink de stuipen op het lijf jagen. Omgekeerd is beslag onder banken een geliefd (druk)middel van schuldeisers. Door beslag te leggen bij een bank, worden de tegoeden die de schuldenaar op dat moment heeft bevroren. Een juist getimed beslag kan tot grote druk op de liquiditeit leiden en acute betalingsproblemen tot gevolg hebben. Denk bijvoorbeeld aan een beslag kort voordat de salarissen moeten worden betaald.

    Bank onbekend? Leg overal beslag

    Als niet bekend is bij welke bank de schuldenaar bankiert, wordt meestal bij alle grootbanken beslag gelegd. Aangezien Nederland inmiddels niet veel van dergelijke banken meer kent, leidt dit vrijwel altijd tot succes. Bij welke vestiging van een grootbank de bankrekening precies wordt aangehouden, doet namelijk niet ter zake: alle rekeningen bij de desbetreffende bank worden geraakt. Alle locaties van die bank vallen namelijk onder dezelfde bankvergunning.

    Rabobanken namen hier altijd een bijzondere positie in. Elke Rabobank heeft namelijk een eigen bankvergunning. Dat betekent dat een beslag bij Rabobank Amsterdam geen tegoeden raakt die worden aangehouden bij Rabobank Rotterdam. Een geliefde maatregel van schuldenaren was dan ook om bij een Rabobank in een obscuur oord een rekening te openen. Weinig schuldeisers leggen bij alle Rabobanken beslag, zodat de kans groot is dat de tegoeden op de Rabobankrekening blijven gevrijwaard van beslag.

    Rabobank niet langer beslag uitzonderingspositie

    Aan deze “veilige haven” lijkt binnen afzienbare tijd een einde te komen. Op 11 maart 2015 is gesproken over de samenwerking van de lokale banken als één coöperatie, onder één gezamenlijke bankvergunning. Op 20 mei 2015 vergaderen de besturen van de lokale Rabobanken verder over de ingezette hervorming. De verwachting is dat dit later dit jaar definitief zal worden besloten door de algemene vergadering van lokale bankdirecteuren. Vervolgens moeten nog wel alle lokale banken en hun ledenraden instemmen.

    Zo snel zal dus het niet gaan, maar de eerste stap naar het einde van Rabobank als “veilige haven” voor schuldenaren is gezet.

  • Begrippen bij bedrijfsovername en bedrijfsoverdracht: de earn out

    Begrippen bij bedrijfsovername en bedrijfsoverdracht: de earn out

    Begrippen bij bedrijfsovername en bedrijfsoverdracht: earn out

    Bij een bedrijfsovername of bij bedrijfsoverdracht komen vaak veel Engelstalige begrippen en jargon voorbij. Vanuit mijn ondernemingsrechtpraktijk krijg ik veel vragen over wat die begrippen nu precies inhouden. Daarom heb ik besloten om in een serie blogartikelen veelgebruikte begrippen nader toe te lichten. Dus wilt u een bedrijf overnemen of een bedrijf overdragen lees dan vooral verder.

    Wat is een earn out

    Bij een bedrijfsovername is de koopprijs van de onderneming en hoe deze moet worden betaald, een van de belangrijkste onderdelen. Verschillende varianten zijn mogelijk. Neem de earn out.

    Bij deze variant wil de koper een koopprijs betalen die afhankelijk is van de toekomstige resultaten van de onderneming die hij koopt. Aan de andere kant wil de verkoper bij de bedrijfsovername een koopprijs ontvangen waarbij hij, na de verkoop, nog steeds kan profiteren van eventuele goede resultaten.

    Dit is een earn out regeling: een regeling waarbij de koper een deel van de koopprijs pas verschuldigd is nadat een of meer overeengekomen resultaten, de zogenaamde earn out voorwaarden binnen een bepaalde periode (vaak twee tot vijf jaar) na het sluiten van de koopovereenkomst zijn behaald.

    De earn out voorwaarden binnen een earn out constructie zijn te verdelen in twee groepen: 1) financiële earn out voorwaarden en 2) niet-financiële earn out voorwaarden.

    Financiële earn out voorwaarden

    Denk hierbij aan de voorwaarde dat de verkoper het restant van de koopprijs pas ontvangt als na de koop de onderneming een bepaald minimum bedrijfsresultaat of omzet (ook wel ‘milestones‘) heeft behaald.

    Vaak zal een earn out voorwaarde een regeling betreffen, waardoor de nabetaling variabel is en afhankelijk van de mate waarin de milestones worden gehaald.

    Niet-financiële earn out voorwaarden

    Earn out voorwaarden kunnen ook een niet-financieel karakter hebben. Een veel voorkomende voorwaarde is dat de verkoper of een andere sleutelfiguur (‘keyperson’) gedurende een bepaalde periode werkzaam moet blijven bij de onderneming. Een voorwaarde kan ook zijn dat een bepaalde vergunning moet worden verkregen of dat een bepaald marktaandeel moet zijn bemachtigd.

    De rol van de koper bij een earn out constructie

    De koper heeft in het algemeen een inspanningsverplichting om te zorgen dat de verkoper een maximale earn out behaalt. Overigens zal een verkoper alleen instemmen met een earn out regeling als de verkoper tevreden is met de basiskoopprijs, dus zonder de earn out nabetalingen.

    Het overeenkomen van een earn out regeling kan in bepaalde gevallen aantrekkelijk zijn voor zowel koper als verkoper. Na de koop zien we echter regelmatig dat geruzied wordt over de inhoud van de earn out voorwaarden en of de milestones wel zijn behaald. Het is daarom erg belangrijk de earn out voorwaarden duidelijk op papier te zetten (al dan niet met een rekensommetje ter verduidelijking!).

    Meer informatie over earn out

    Op het gebied van bedrijfsovername en ‘earn out’ is veel informatie beschikbaar via het internet. Hieronder een lijst met handige websites:

    Bedrijfsovername en bedrijfsoverdracht: non-disclosure

    In het komende artikel van de serie “Begrippen bij bedrijfsovername en  bedrijfsoverdracht” ga ik dieper in op het begrip ‘non-disclosure’.

    Auteur: Eileen van Oene. Voor vragen over dit blog kunt u contact opnemen met  Edward van Leeuwen Boomkamp, advocaat binnen de transactiepraktijk van de sectie Ondernemingsrecht. Hij houdt zich voornamelijk bezig met advies omtrent fusies en overnames, (des)investeringen, participaties en joint ventures.

  • Distributieovereenkomst – Juridische ‘Do’s and don’t’s’ bij internationaal ondernemen

    Distributieovereenkomst – Juridische ‘Do’s and don’t’s’ bij internationaal ondernemen

    In dit blog in de serie ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen’ ga ik dieper in op de samenwerking via een distributieovereenkomst. Voor veel ondernemers is het opbouwen van een netwerk, het vergaren van (markt)kennis en de tijdsinvestering om internationaal uit te breiden een hele uitdaging. Samenwerken met een partij gevestigd in het land waar men zaken wil doen, biedt dan wellicht uitkomst. Samenwerking via een distributieovereenkomst is één van de mogelijkheden.

    Internationaal samenwerken: distributieovereenkomst

    Wat is een distributieovereenkomst? Een distributieovereenkomst is een duurovereenkomst waarbij de ene partij, de leverancier, zich verplicht bepaalde producten of diensten te leveren aan zijn wederpartij, de distributeur, met het oog op doorlevering van die producten of diensten aan afnemers van die distributeur voor rekening en risico en in naam van de distributeur. In het kader van internationaal ondernemen heeft samenwerken via een distributieovereenkomst het voordeel dat de ondernemer/leverancier niet zelf de spreekwoordelijke boer op moet in het land waar hij zijn producten wenst te verkopen en van de kennis en het netwerk van de distributeur gebruik kan maken.

    Distributieovereenkomst checklist

    Voordat je kiest voor een distributieovereenkomst is het belangrijk om na te gaan of deze samenwerkingsvorm wel bij jou en jouw bedrijf past. Ga na wat de alternatieven zijn (denk bijvoorbeeld aan samenwerken via een agentuur of aan het opzetten van een joint venture (de joint venture bespreek ik in de komende (derde) blog in deze reeks)). Net als in mijn eerste en tweede blog geef ik hieronder een checklist waar je op moet letten bij het sluiten van een distributieovereenkomst:

    • Exclusiviteit: mag de leverancier ook andere distributeurs inschakelen?
    • Territorium: in welke regio mag de distributeur de producten verkopen?
    • Vergoeding: welke vergoeding krijgt de distributeur en hoe wordt deze bepaald?
    • Promotie en selectieve distributiecriteria: heeft de distributeur een verplichting zich in te spannen de producten te promoten?
    • Concurrentiebeding: mag de distributeur tijdens/na de distributieovereenkomst ook gelijke of soortgelijke producten van derden aanbieden?
    • (Product)aansprakelijkheid: in beginsel is de producent aansprakelijk voor schade (bij derden) veroorzaakt door een gebrek in of aan het product. De benadeelde kan echter veelal ieder in de keten aanspreken tot betaling van de schadevergoeding en de aangesproken partij dient de schade zelf te verhalen bij de producent/fabrikant. Over de risicoverdeling tussen leverancier en distributeur zijn verschillende afspraken te maken.
    • Minimum omzetverplichtingen: moet de distributeur jaarlijks een minimum aan producten afnemen van de leverancier?
    • Duur van de distributieovereenkomst.
    • Toepasselijk recht en bevoegde rechter.

    Verschil tussen de agentuur- en de distributieovereenkomst

    In mijn vorige artikel in deze serie schreef ik over de agentuurovereenkomst. Deze overeenkomst en de distributieovereenkomst worden vaak door elkaar gehaald. Niet geheel onbegrijpelijk want er zijn een aantal gelijkenissen, echter ook een aantal belangrijke verschillen, zoals:

    Wie neemt het (financiële) risico?

    Een agent handelt in beginsel in naam van de ‘principaal’ (vgl. opdrachtgever) en treedt voor diens rekening en risico op en bemiddelt bij het totstandkomen van overeenkomsten tussen de principaal en de klant. Een distributeur daarentegen wordt gezien als een zelfstandige onderneming, die voor eigen rekening en risico handelt.

    Klantenvergoeding

    Een ander verschil is dat de agent bij beëindiging van de agentuurovereenkomst in beginsel recht heeft op een klantenvergoeding (ook wel goodwill-vergoeding). De distributeur heeft in beginsel geen recht op een dergelijke vergoeding, waardoor deze overeenkomst zonder vergoedingsplicht door de wederpartij beëindigd kan worden. De reden hiervoor is dat de agent klanten aanbrengt bij de principaal, terwijl de distributeur in eigen naam optreedt en daarbij gebruik maakt van zijn eigen klanten.

    Opzegtermijnen

    Tot slot is een belangrijk verschil dat de opzegtermijn bij een distributieovereenkomst in de regel aanzienlijk langer is dan bij een agentuurovereenkomst. Bij een distributierelatie van bijvoorbeeld 1 jaar geldt (volgens een in de literatuur ontwikkelde vuistregel) een opzegtermijn van 3 maanden. De agentuurovereenkomst kent in dit geval een kortere opzegtermijn van 1 maand.

    Meer informatie over de distributieovereenkomst

    Op het gebied van de distributieovereenkomst en internationaal ondernemen is veel informatie beschikbaar via het internet. Hieronder een lijst met handige websites:

    Juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen

    Internationaal ondernemen is niet langer voorbehouden aan grote multinationals. Meer en meer zie ik dat ook het midden- en kleinbedrijf zich buiten de landsgrenzen begeeft. Niet gek, gezien de kansen die zich in het buitenland voordoen. Op juridisch gebied zijn er genoeg valkuilen te noemen die een succesvolle internationalisering in de weg kunnen staan. Vanuit mijn ondernemingsrechtpraktijk zie ik hiervan dagelijks voorbeelden voorbij komen. Daarom heb ik besloten om in een serie blog artikelen enkele tips te geven aangaande internationaal zaken doen en dan specifiek rondom het uitgangspunt: ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen.

    Internationaal ondernemen: de joint venture

    In het komende artikel van de serie “juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen” ga ik dieper in op de joint venture als samenwerkingsvorm.

    Voor vragen over dit blog kunt u contact opnemen met de sectie  ondernemingsrecht bij FORT Advocaten.

  • Agentuur – Juridische ‘Do’s and don’t’s’ bij internationaal ondernemen

    Agentuur – Juridische ‘Do’s and don’t’s’ bij internationaal ondernemen

    In dit blog in de serie ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen’ ga ik dieper in op de samenwerkingsvorm de agentuur. Voor veel ondernemers is het opbouwen van een netwerk, het vergaren van (markt)kennis en de tijdsinvestering om internationaal uit te breiden een hele uitdaging. Samenwerken met een partij gevestigd in het land waar men zaken wil doen, biedt dan wellicht uitkomst. Samenwerking via een agentuur is één van de mogelijkheden.

    Internationaal samenwerken: agentuur

    Wat is agentuur? Agentuur is een samenwerkingsvorm tussen een ondernemer (ook wel de ‘principaal’) en een handelsagent waarin afgesproken wordt dat de handelsagent bemiddelt bij het totstandkomen van opdrachten tussen de principaal en derden/klanten. Hierbij sluit de handelsagent overeenkomsten in naam van en voor rekening van de principaal. Voor de principaal die het betreffende gebied/de markt niet kent is dit vaak prettig omdat de agent die markt wél kent en (hopelijk…) weet waar potentiele klanten te vinden zijn. Als beloning voor zijn werk krijgt de agent een commissie.

    Agentuur checklist

    Voordat je kiest voor agentuur is het belangrijk om na te gaan of deze samenwerkingsvorm wel bij jou en jouw bedrijf past. Ga na wat de alternatieven zijn (denk bijvoorbeeld aan het sluiten van een distributie overeenkomst of aan het opzetten van een joint venture (deze vormen bespreek ik in komende artikelen)). Net als in mijn eerste blog geef ik hieronder een checklist waar je op moet letten bij het sluiten van een agentuurovereenkomst:

    1. Commissie
      De agent heeft recht op een commissie over overeenkomsten die door zijn bemiddeling tot stand zijn gekomen. De afspraken die partijen hierover maken zijn niet altijd even duidelijk. Is de commissie verschuldigd na het sluiten van de overeenkomst, of pas als de klant heeft betaald? En geldt dit ook voor klanten die al tot de klantenkring van de principaal behoorden? En hoe/over welk bedrag wordt die commissie precies berekend?
    1. Exclusiviteit
      De principaal zal daarnaast moeten overwegen of hij zelf gerechtigd wil blijven om, naast de agent, de producten in het aangewezen gebied te verkopen. Vaak spreken partijen namelijk af dat de handelsagent als enige tussenpersoon gerechtigd is overeenkomsten tot stand te brengen in het aangewezen gebied. Als de principaal dan toch buiten de agent om met een klant een overeenkomst sluit, zal hij een schadevergoeding (plus eventueel. een boete) moeten betalen aan de agent.
    1. Concurrentiebeding
      Voor de principaal is het van belang om in de agentuurovereenkomst een non-concurrentiebeding op te nemen. Zo’n beding houdt in dat het de agent verboden is bepaalde werkzaamheden te verrichten/producten te verkopen na beëindiging van de agentuurovereenkomst. Dit (non-)concurrentiebeding is echter alleen geldig als het op schrift is gesteld en ziet op het type werkzaamheden en het werkgebied dat of klantenkring die onder de reikwijdte van de agentuurovereenkomst viel. Let er ook op dat een non-concurrentiebeding slechts maximaal twee jaar geldig is na het einde van de overeenkomst.
    1. Goodwill
      Heeft het werk van de handelsagent geleid tot een omzetstijging van de onderneming van de principaal, dan heeft de handelsagent aan het eind van de overeenkomst recht op een goodwill of klantvergoeding. Dit recht op vergoeding vervalt echter na verloop van een jaar na het einde van de overeenkomst. We zien vaak dat in agentuurovereenkomsten te hoge vergoedingen toegekend worden aan de agent. Deze vergoedingen zijn soms zelfs hoger dan de wettelijke maximumvergoeding van de provisie van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaar.
    1. Beëindiging agentuur
      Tot slot. De principaal en agent kunnen hun overeenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd sluiten. Een overeenkomst voor bepaalde tijd eindigt automatisch na verloop van de overeengekomen periode. Een overeenkomst voor onbepaalde tijd kan worden opgezegd met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn. Hebben partijen geen afspraken gemaakt over opzegging, dan bepaalt de wet dat de opzegtermijn afhankelijk is van de looptijd van de overeenkomst. Indien de overeenkomst korter dan drie jaar heeft geduurd moet een opzegtermijn van vier maanden in acht worden genomen; in geval van een periode van drie tot zes jaar geldt een termijn van vijf maanden en indien de overeenkomst meer dan zes jaar heeft voortgeduurd moet een opzegtermijn van 6 maanden worden aangehouden.

    Meer informatie over de agentuur

    Op het gebied van de agentuur is veel informatie beschikbaar via het internet. Hieronder een lijst met handige websites:

    Juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen

    Internationaal ondernemen is niet langer voorbehouden aan grote multinationals. Meer en meer zie ik dat ook het midden- en kleinbedrijf zich buiten de landsgrenzen begeeft. Niet gek, gezien de kansen die zich in het buitenland voordoen. Op juridisch gebied zijn er genoeg valkuilen te noemen die een succesvolle internationalisering in de weg kunnen staan. Vanuit mijn ondernemingsrechtpraktijk zie ik hiervan dagelijks voorbeelden voorbij komen. Daarom heb ik besloten om in een serie blog artikelen enkele tips te geven aangaande internationaal zaken doen en dan specifiek rondom het uitgangspunt: ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen.

    Internationaal ondernemen: de distributieovereenkomst

    In het komende artikel van de serie “juridische do’s and dont’s bij internationaal ondernemen” ga ik dieper in op distributieovereenkomst.

  • Wordt u vennoot in een bestaande VOF? Pas op!

    Wordt u vennoot in een bestaande VOF? Pas op!

    Een tijdje geleden heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van een ‘nieuwe’ vennoot van een bestaande Vennootschap Onder Firma[i] of Commanditaire Vennootschap (CV) niet alleen ziet op schulden die zijn ontstaan nadat deze vennoot is toegetreden in de vennootschap, maar ook op schulden die daarvóór zijn ontstaan.

    Persoonlijke aansprakelijkheid van vennoten binnen een VOF

    De wettelijke regeling voor de persoonlijke aansprakelijkheid van vennoten heeft als doel om de schuldeisers van een VOF te beschermen in een situatie waarin het vennootschapsvermogen ontoereikend is om aan alle verplichtingen van de VOF te kunnen voldoen, door hun een verhaalsmogelijkheid te geven op het vermogen van de vennoten zelf. De Hoge Raad ziet geen reden om deze aansprakelijkheid te beperken tot de schulden die zijn ontstaan nadat de vennoot is toegetreden.

    Toetreden tot een bestaande VOF

    Dus…als u overweegt toe te treden tot een bestaande VOF of CV, is het belangrijk om eerst de schulden en overige verplichtingen van de vennootschap in kwestie te onderzoeken. Daarbij adviseren wij u bovendien om u zich – ten aanzien van de al bestaande schulden – door de andere vennoten te laten vrijwaren. Voor claims van derden waarmee u niets te maken heeft, zou u immers niet hoeven op te draaien.

    Dana Hemmink is advocaat ondernemingsrecht bij FORT Advocaten en houdt zich binnen deze praktijk met name bezig met de juridische aspecten van commerciële samenwerkingsvormen. Heeft u een vraag op dit gebied dan kunt u met Dana contact opnemen.

    Wat is een Vennootschap Onder Firma en wat is een Commanditaire Vennootschap

    Een Vennootschap Onder Firma (VOF) is rechtsvorm waarmee twee of meer personen samen een onderneming kunnen oprichten. Alle personen, vennoten brengen iets in bij de VOF, dat kan geld zijn maar ook arbeid of goederen. Een VOF kan worden opgericht door natuurlijke personen of door rechtspersonen. Rechtspersonen kunnen bijvoorbeeld een VOF gebruiken in het kader van een gezamenlijk project.

    De Commanditaire Vennootschap is een bijzondere vorm van de VOF. Bij een CV is er sprake van  twee soorten vennoten: de beherende en stille vennoten. De stille vennoten hebben alleen een financiële inbreng in de CV en worden commanditaire vennoten genoemd. Beherende vennoten hebben de dagelijkse leiding en zijn als zodanig bevoegd om namens de vennootschap te handelen.

    Meer informatie over verschillende rechtsvormen is terug te vinden op de website van de Kamer van Koophandel.

  • Juridische ‘Do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen

    Juridische ‘Do’s and don’t’s’ bij internationaal ondernemen

    Internationaal ondernemen is niet langer voorbehouden aan grote multinationals. Meer en meer zie ik dat ook het Midden- en kleinbedrijf zich buiten de landsgrenzen begeeft. Niet gek, gezien de kansen die zich in het buitenland voordoen. Expansie buiten de nationale afzetmarkt is vaak een bepalende groeifactor voor veel bedrijven. Tel daarbij op dat door de verdere technologische vooruitgang, zoals bijvoorbeeld internetverkopen, de landsgrenzen überhaupt vervagen en je hebt een mix van factoren die een boost geven aan de internationalisering.

    Uiteraard is niet alles pais en vrai in de wereld van het internationaal ondernemen en de internationale handel. Zeker op juridisch gebied zijn er genoeg valkuilen te noemen die een succesvolle internationalisering in de weg kunnen staan. Vanuit mijn ondernemingsrechtpraktijk zie ik hiervan dagelijks voorbeelden voorbij komen. Daarom heb ik besloten om in een Serie blog artikelen enkele tips te geven aangaande internationaal zaken doen en dan specifiek rondom het uitgangspunt: ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen.

    Internationaal ondernemen: zoek de samenwerking

    Internationaal zakendoen vergt vaak een substantiële (financiële) investering en kennis van de lokale markt. Voor veel MKB’ers is het verkrijgen van voldoende financiële middelen, het vergaren van kennis en de tijdsinvestering om internationaal uit te breiden een hele uitdaging. Samenwerken met een partij in het land waar men zaken wil doen biedt dan uitkomst. Voor een dergelijke samenwerking zijn verschillende vormen denkbaar;

    • Agentuur
    • Distributie
    • Joint Venture/BV

    In de komende artikelen van de serie ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen’ zal ik nader ingaan op de verschillende vormen van samenwerking en de bijbehorende voor- en nadelen.

    Internationaal ondernemen checklist

    Als startpunt voor internationaal ondernemen of internationale handel raad ik iedereen aan om de volgende Gebruik-je-boerenverstand-checklist aan te houden:

    1. Verdiep je in het land waarmee je internationaal zaken wil gaan doen.
      Kijk wat de (cultuur)verschillen zijn met ons land maar kijk ook naar het rechtssysteem. Is het rechtssysteem gebaseerd op het in veel Engelstalige landen gebruikte “gewoonterecht” (‘common law’) of, net als bij ons op het gecodificeerd recht (‘civil law’)? Rechtssystemen gebaseerd op gewoonterecht staan meer open voor interpretatie, iets wat uiteraard grote weerslag heeft op de bewoordingen van de zakelijke afspraken en hoe deze tot stand komen.
    1. Met wie ga je zakendoen?
      Misschien wel de allerbelangrijkste stap in het internationaal ondernemen, weet met wie je zaken doet. Ga op onderzoek uit en stel jezelf enkele vragen: heeft je partner een (bestaand!) bedrijf met een goede staat van dienst? Is hij solvabel? Doet hij zaken met andere (Nederlandse) ondernemers? Etc. etc. Al deze informatie is meestal redelijk makkelijk boven tafel te krijgen bijvoorbeeld bij de plaatselijke kamer van koophandel of de Nederlandse ambassade . Ook ons netwerk van buitenlandse advocaten zou hulp kunnen bieden. Grondig vooronderzoek naar je potentiële business partner voorkomt een hoop ellende in de toekomst.
    1. Geheim van de smid.
      Ga je gesprekken aan over je dienst of product welke je in het buitenland wilt slijten, zorg er dan voor dat de partij(en) waarmee je in gesprek gaat een geheimhoudingsverklaring onderteken(t)en (ook wel ’non-disclosure agreement’, afgekort: NDA). Hiermee voorkom je dat zij, op straffe van een fikse boete, met jouw idee of je product aan de haal gaan. Wees niet bang dat een NDA je mogelijke partner afschrikt. Het laat juist zien dat je een serieuze partij bent en dat je je zaakjes goed op orde hebt.
    1. Intenties en geen bindend contract.
      Leg initieel afspraken vast in een intentieverklaring (‘letter of intent’: LOI). In zo’n LOI geven de betrokken partijen aan dat ze de intentie hebben om op een bepaalde manier samen te werken of zaken te doen. Doordat de intentie wordt uitgesproken zit er wel een formeel tintje aan de afspraken maar met de benodigde voorbehouden is deze intentieverklaring nog geen wurgcontract waar je later spijt van zou kunnen krijgen.
    1. Kies voor een manier van samenwerken die bij je past.
      Zoals eerder aangegeven zijn er verschillende vormen om internationaal samen te werken. Kies altijd een vorm die het beste past bij jou en je bedrijf. Begin dus met het nodige onderzoek te doen naar internationale samenwerkingsvormen zodat je weet wat er allemaal mogelijk is. In de komende artikelen van de serie “juridische do’s and dont’s bij internationaal ondernemen” zal ik nader ingaan op de verschillende vormen van samenwerking en de bijbehorende voor- en nadelen.

    De meeste punten in de bovenstaande “checklist internationaal ondernemen” hebben een hoog Opendeurgehalte, echter het zijn vaak juist deze punten waar ik het in mijn Ondernemingsrecht praktijk fout zie gaan.

    Internationaal ondernemen: De agentuur

    In het komende artikel van de serie “juridische do’s and dont’s bij internationaal ondernemen” ga ik dieper in op de samenwerkingsvorm “agentuur”.

    Meer informatie over internationaal ondernemen

    Op het gebied van internationaal ondernemen en internationale handel is veel informatie beschikbaar via het internet. Hieronder een lijst met handige websites:

  • Ervaringen met Bijzonder Beheer? Meld deze bij de AFM!

    De Autoriteit Financiële Markten (AFM) voert momenteel een verkennend onderzoek uit naar de werkwijze van de afdelingen Bijzonder Beheer bij banken. De focus ligt daarbij op het MKB (Midden- en kleinbedrijf). Met het onderzoek wil de AFM inzicht krijgen in de manier waarop de afdelingen Bijzonder Beheer van de verschillende banken te werk gaan en hoe (lees: of) zij daarbij het belang van de klant centraal stellen. Zie ook: http://www.afm.nl/nl/nieuws/2014/sep/bijzonder-beheer-mkb.aspx.

    Het antwoord op die vraag lijkt overigens eenvoudig te geven: nee.

    Het belang van de bank

    Natuurlijk stelt de bank het belang van de klant niet centraal. De bank stelt immers haar eigen belang centraal. Dat neemt niet weg dat het belang van de klant belangrijk is voor de bank. In veel gevallen is sprake van een gezamenlijk belang. De uitkomsten van een dossier voor de bank hangen niet zelden af van de overlevingskansen van de klant. De klant en de bank trekken daarom lange tijd samen op in het streven naar een effectieve sanering. Mocht echter duidelijk zijn dat de klant het niet gaat redden, dan gaat het roer om. Het dossier komt dan voor de bank in de recovery-fase. Voor veel ondernemers blijkt pas op dat moment hoede belangenverdeling werkelijk is. Ondernemers komen hier vaak pas laat achter.

    Mogelijk leveren de onderzoeksresultaten uit het verkennend onderzoek van de AFM zodanige resultaten op dat een grondig vervolgonderzoek wordt gestart. Onderzoek naar het functioneren van belangrijke spelers in de maatschappij en de economie kan alleen maar worden toegejuicht.

    Deelname verkennend onderzoek

    U kunt overigens deelnemen aan het verkennend onderzoek. De AFM heeft een desk geopend om de ervaringen van MKB-ondernemingen met de afdelingen Bijzonder Beheer te vernemen. Hoe meer gegevens en ervaringen de AFM verkrijgt, des te beter het onderzoek. Ervaringen kunnen worden gemeld via: mkb@afm.nl

    Doet u mee?

  • Gebruik maken van meerdere sets algemene voorwaarden

    Maakt u gebruik van twee of meerdere sets algemene voorwaarden bij het sluiten van een overeenkomst en zijn deze algemene voorwaarden niet gelijkluidend, let dan goed op!

    De deels conflicterende sets algemene voorwaarden kunnen in principe tegelijk onderdeel zijn van een overeenkomst, mits iedere set van toepassing is op duidelijk onderscheiden situatie(s) en de contractpartij redelijkerwijs bekend is met het onderscheid.

    Als het op het moment van de totstandkoming van de overeenkomst voor de contractspartij niet duidelijk is welke van de twee sets voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst, dan volgt uit de uitspraak van de Hoge Raad van 28 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2507 (Visser/Avéro) dat geen van de onderling verschillende sets van algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst.

    Stel uw bedrijf biedt zowel laad en los diensten als opslagdiensten. Voor beide diensten hanteert u een andere set algemene voorwaarden. Die dus niet hetzelfde zijn. Een klant maakt gebruik van beide diensten en u sluit één overeenkomst. U verklaart beide sets algemene voorwaarden van toepassing op de overeenkomst. U dient zich er nu van bewust te zijn dat het voor uw klant precies duidelijk moet zijn welke set algemene voorwaarden op welk onderdeel van de overeenkomst van toepassing is. Anders loopt u het risico dat geen van de door u gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing is op de door u geboden diensten!

    Dit kan erg vervelend zijn. Uw klant kan bijvoorbeeld failliet gaan en u ziet zich dan geconfronteerd met een curator die zich op het standpunt stelt dat geen van de sets algemene voorwaarden van toepassing is.

    Dit overkwam een stuwadoorsbedrijf. Zij hield zich bezig met het laden en lossen van (bulk)goederen van schepen en met de opslag van de door haar te laden of geloste goederen op haar terrein. Ze hanteerde twee sets algemene voorwaarden. In één set algemene voorwaarden was een bepaling opgenomen ter zake de verpanding van de door haar opgeslagen goederen. Een klant van het stuwadoorsbedrijf ging failliet en het stuwadoorsbedrijf stelde zich op het standpunt dat zij een vuistpandrecht had gekregen op de opgeslagen goederen van de klant. De curator stelde zich op het standpunt dat niet duidelijk was welke set algemene voorwaarden van toepassing was en de rechtbank Midden Nederland in de uitspraak van 23 juli 2014, was het met hem eens. De conclusie van de rechter was dat het niet duidelijk was welke set van toepassing was op de overeenkomst en dat zodoende geen van de sets algemene voorwaarden van toepassing waren. Een beroep van het stuwadoorsbedrijf op het vuistpand kon daarom niet slagen.

    Wies van Kesteren  is de auteur van dit blog.
    Voor vragen kunt u contact opnemen met Duco van Dongen op 020 – 664 5111 of via mail.

  • Belangrijke crediteuren bij een doorstart

    Een van de belangrijke voordelen van een doorstart is dat de over te nemen onderneming schuldenvrij is. Bij een doorstart vanuit faillissement worden immers de bedrijfsmiddelen, klanten en andere goederen (tezamen de ‘onderneming’) overgenomen. De schulden blijven achter in het faillissement en wikkelt de curator af. Dat betekent dat ongunstige contracten, zoals een dure huurovereenkomst, leaseovereenkomsten of distributieovereenkomsten in principe niet worden overgenomen. De onderneming begint als het ware met een schone lei.

    Dwangcrediteuren

    Er kunnen echter partijen bestaan die wezenlijk zijn voor de voortzetting van de onderneming. Te denken valt aan belangrijke leveranciers. Ook de schulden aan deze partijen blijven achter in het faillissement. De doorstartende partij is niet verplicht die te betalen.

    Het zal u alleen niet verbazen dat dergelijke partijen niet staan te springen om weer te gaan leveren. Zeker niet aan de doorgestarte partij. Dezelfde onderneming heeft ze immers juist schade toegebracht. In veel gevallen zullen dit soort partijen uitsluitend weer gaan leveren indien de ‘oude’ schuld wordt betaald of overgenomen. Een doorstartende partij zal zich dit moeten realiseren. Het is verstandig bij het opmaken van de investeringsberekening wanneer er een doorstartplan wordt ontwikkeld, goed te bekijken welke partijen nodig zijn voor een geslaagde doorstart. Het is daarom ook belangrijk bij de curator na te gaan wat de schuldenlast van het failliete bedrijf is en welke belangrijke crediteuren wat te vorderen hebben.

    Overnemen van contracten

    Hetzelfde speelt bij het overnemen van contracten. Veelal worden bepaalde contracten, met name ten behoeve van de infrastructuur zoals telecom, internet, website etc., overgenomen. Om dat te realiseren is een zogenaamde contractsoverneming nodig. Dit wordt veelal gerealiseerd met behulp van standaardformulieren. Belangrijk hierbij is wederom te realiseren dat de leverancier medewerking zal moeten verlenen aan de contractsoverneming en in de regel als voorwaarde zal stellen dat eventueel achterstallige facturen alsnog worden betaald.

    Het is daarom ook verstandig een lijstje te maken van over te nemen contracten en in kaart te brengen wat de eventuele achterstand is. Ook dit dient te worden betrokken bij de doorstartkosten of reorganisatiekosten.

    Derk van Geel  is advocaat binnen de sectie Ondernemingsrecht van FORT. Hij is gespecialiseerd in faillissementsrecht en treedt vaak op als curator in faillissementen. Voor vragen is hij bereikbaar op 020 – 664 5111 of via mail

  • Hoe verpand ik een vordering?

    Hoe verpand ik een vordering – Wat is een pandrecht?

    Een pandrecht is na het eigendomsrecht het sterkste recht dat ons rechtsstelsel kent. Degene die een pandrecht geeft, wordt de pandgever genoemd. Degene die het pandrecht krijgt, heet de pandhouder. Een pandrecht kan gevestigd worden op alle roerende zaken en vorderingen (inclusief aandelen) van de pandgever. In dit blog beperk ik me verder tot een pandrecht op vorderingen op derden (debiteuren).

    Stil pandrecht en openbaar pandrecht

    Een pandrecht op vorderingen kan stil of openbaar gevestigd worden. Als het een stil pandrecht betreft, wordt er geen mededeling van de verpanding gedaan aan de debiteuren. Als het pandrecht openbaar is, ontvangen de debiteuren wel mededeling van de verpanding. Een stil pandrecht kan worden omgezet in een openbaar pandrecht. Dat gebeurt door mededeling te doen aan de debiteur van het pandrecht. Hiertoe is de pandhouder in elk geval bevoegd als de pandgever zijn afspraken niet nakomt of aanleiding bestaat om daarvoor te vrezen.

    Betaling aan pandhouder

    Het gevolg van de omzetting van een stil pandrecht in een openbaar pandrecht is dat de debiteuren vanaf dat moment alleen nog bevrijdend kunnen betalen aan de pandhouder. Als het pandrecht van het begin af aan openbaar is, moeten de debiteuren sowieso betalen aan de pandhouder. Als de debiteuren ondanks de mededeling van het pandrecht aan de pandgever betalen, kan de pandhouder hen dwingen nogmaals aan hem te betalen. De betalingen die de pandhouder ontvangt van de debiteuren mag hij verrekenen met zijn vordering op de pandgever.

    Faillissement is niet van invloed

    Als de pandgever failliet gaat, wordt het pandrecht daardoor niet geraakt. De pandhouder mag nog steeds de verpande vorderingen incasseren. Als sprake is van een stil pandrecht, mag de pandhouder ook nog steeds zijn pandrecht omzetten in een openbaar pandrecht door mededeling te doen aan de debiteuren. Het geld dat de pandhouder rechtstreeks van de debiteuren incasseert, hoeft hij niet af te staan aan de curator. De pandhouder kan zich blijven gedragen alsof er geen faillissement is.

    Hoe verpand ik een vordering?

    Een pandrecht is dus een sterk recht. Hoe vestig je een pandrecht op een vordering? Voor een openbaar pandrecht vereist de wet een onderhandse akte (schriftelijk document) en mededeling aan de debiteuren. Voor een stil pandrecht hoeft geen mededeling aan de debiteuren te worden gedaan, maar moet de onderhandse akte wel worden geregistreerd bij de Belastingdienst. Beide pandrechten kunnen ook worden gevestigd via een notariële akte. In de akte moet de pandgever verklaren dat hij bevoegd is tot de verpanding en dat er geen beperkte rechten rusten op de vorderingen of welke beperkte rechten dat zijn.