Categorie: Corporate Litigation

  • Overmacht vanwege het Coronavirus?

    Overmacht vanwege het Coronavirus?

    Het coronavirus grijpt om zich heen. Het aantal besmettingen loopt sterk op en de overheid heeft vergaande maatregelen afgekondigd om verspreiding van het virus tegen te gaan. Het openbare leven is als gevolg hiervan nagenoeg stilgevallen. Ook het bedrijfsleven heeft te lijden onder de uitzonderlijke situatie waar Nederland en grote delen van de wereld in terecht zijn gekomen. Het ligt in de verwachting dat veel ondernemingen als gevolg daarvan op enig moment hun contractuele verplichtingen niet meer (volledig) zullen kunnen nakomen. Hun wederpartijen zullen daar op hun beurt weer schade van ondervinden.

    De vraag rijst of de coronapandemie en de in verband daarmee opgelegde overheidsmaatregelen een beroep op overmacht rechtvaardigen en, zo ja, welk gevolgen een geslaagd beroep op overmacht met zich brengen.

    1. Wat staat er in de wet over overmacht?
      Als een schuldenaar tekort komt in de nakoming van een verplichting, is volgens de wet sprake van overmacht als de tekortkoming niet aan hem kan worden toegerekend. Dat is het geval als de tekortkoming niet te wijten is aan zijn schuld, en ook niet op grond van het contract of volgens maatschappelijke opvattingen voor zijn rekening komt.
      In de praktijk komt dit er kort gezegd op neer dat de schuldenaar zijn verplichting niet kan nakomen als gevolg van een belemmering die niet aan hem is toe te rekenen.
      [vcex_spacing size=”20px”]
    2. Kunnen partijen in een contract van de wettelijke overmachtregeling afwijken?
      Contractspartijen kunnen ervoor kiezen van de wettelijke regeling omtrent overmacht af te wijken. In de praktijk wordt hier vaak gebruik van gemaakt. In veel (Nederlandse en internationale) contracten wordt omschreven wat partijen onder overmacht verstaan en welke gevolgen zij daaraan verbinden. Partijen kunnen bijvoorbeeld omstandigheden die volgens de wet niet kwalificeren als overmacht toch aanmerken als overmacht. Zo komt het met enige regelmaat voor dat overheidsmaatregelen of overmacht bij toeleveranciers als overmacht wordt gekwalificeerd. Het is dan een kwestie van contractsuitleg of bijvoorbeeld de verplichte sluiting van horecagelegenheden onder het contractuele overmachtsbegrip valt. Als dat zo is, wil dit nog niet meteen zeggen dat een beroep op overmacht succesvol zal zijn. Er moet ook voldoende verband zijn tussen de betreffende omstandigheid (de overheidsmaatregel) en de onmogelijkheid om de betreffende verplichting na te komen. Het gaat daarbij dus steeds om de uitleg van de overeenkomst en de toepassing van de concrete situatie.Als eenmaal is vastgesteld dat volgens het contract sprake is van overmacht, zal bezien moeten worden of het contract afspraken bevat over de gevolgen daarvan. Partijen kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen de bevoegdheden van de wederpartij ten opzichte van de wet in te perken of juist uit te breiden. Dit kan in algemene bewoordingen of juist heel exact zijn omschreven. Te denken valt aan (eenzijdige) wijziging of opzegging van de overeenkomst, maar ook aan de verplichting om wachttermijnen in acht te nemen of maatregelen te nemen om de gevolgen van overmacht zoveel mogelijk te beperken. De contractuele regeling gaat voor op de wet en het is dus van belang daar als eerste naar te kijken.
      [vcex_spacing size=”20px”]
    3. Als in een contract niets is opgenomen over overmacht, geldt dan de wettelijke regeling?
      Bepaalt het contract niets over overmacht, dan is de wettelijke regeling beslissend. Uit de rechtspraak blijkt dat hoge eisen worden gesteld aan overmacht. De belemmering om de verplichting na te komen moet zodanig zijn dat het voor de schuldenaar praktisch onmogelijk is om na te komen, dan wel moet nakoming zo nadelig zijn dat dit niet van de schuldenaar kan worden gevergd. Overmacht dient bewezen te worden door degene die zich daarop beroept. Dat is meestal degene die moet presteren maar dit niet kan, ofwel de schuldenaar.
      [vcex_spacing size=”20px”]
    4. Is de coronacrisis een grond voor overmacht?
      Het is niet op voorhand te zeggen of de coronacrisis of de in verband daarmee genomen overheidsmaatregelen een beroep op overmacht rechtvaardigen. Er zal steeds in elk individueel geval gekeken moeten worden naar de inhoud van de betreffende verplichting, of nakoming daadwerkelijk onmogelijk is en of de oorzaak van die onmogelijkheid gelegen is in de coronacrisis of de in verband daarmee opgelegde maatregelen. Alle concrete omstandigheden dienen daarbij betrokken te worden. Als bijvoorbeeld met gebruik van een hulpmaatregel van de overheid de verplichting wel nagekomen zou kunnen worden, zal een beroep op overmacht vermoedelijk niet slagen. Indien nakoming van de verplichting de gezondheid van de schuldenaar, zoals mogelijk het coronavirus, in gevaar brengt, wordt de kans op een succesvol beroep op overmacht vergroot. Ten tijde van de vogelgriepcrisis in 2005 heeft een rechter overmacht aangenomen toen de schuldenaar vanwege een vervoersverbod van overheidswege niet in staat was eieren van zijn leverancier af te nemen.
      [vcex_spacing size=”20px”]
    5. Wat gebeurt er als vaststaat dat er sprake is van overmacht?
      Als vaststaat dat sprake is van overmacht, kan de schuldeiser geen aanspraak meer maken op nakoming van de betreffende verplichting. Ook kan de schuldeiser geen vergoeding van geleden schade vorderen. Dit geldt zolang de overmachtssituatie voortduurt. De schuldeiser staat echter niet geheel met lege handen. Hij kan er in de regel voor kiezen de overeenkomst dan geheel of gedeeltelijk te ontbinden, zodat hij van zijn eigen verplichtingen bevrijd is. Eventuele vooruitbetalingen kan hij na ontbinding terugeisen. Heeft de schuldenaar een voordeel vanwege het feit dat hij zijn verplichting niet uitvoert, dan kan de schuldeiser in beginsel ook dit voordeel opeisen. Het voordeel wordt wel gemaximeerd op de schade van de schuldeiser en is alleen toewijsbaar voor zover dit redelijk is. Ook hier spelen de concrete omstandigheden een belangrijke rol.

    Op dit moment zijn er nog geen rechterlijke uitspraken op het gebied van overmacht als gevolg van de corona-uitbraak gepubliceerd. Het is dus afwachten hoe rechters hiermee in het concrete geval zullen omgaan. Wij zullen u hiervan op de hoogte houden.

    Indien u vragen heeft over de gevolgen van de coronacrisis op uw contract, dan kunt u contact opnemen met partner ondernemingsrecht Berth Brouwer via 020-6645111 of berth.brouwer@actlegal-fort.com.

  • Stappenplan tegenstrijdig belang

    Stappenplan tegenstrijdig belang

    In deze tweede blog in de reeks over het tegenstrijdig belang neemt advocaat ondernemingsrecht Laukje van Delft je mee door het volledige stappenplan inclusief voorbeeldsituaties en tips.

    Gebruik de navigatie onderaan het stappenplan om verder in te zoomen en door het stappenplan heen te scrollen.  Lees ook het blog in deze serie over het voorkomen en genezen van een tegenstrijdig belang.

    [pdf-embedder url=”https://www.actlegal-netherlands.com/wp-content/uploads/Blog-Laukje.pdf” title=”Tegenstrijdig belang”]

  • Tegenstrijdig belang – voorkomen en genezen

    Tegenstrijdig belang – voorkomen en genezen

    Een bestuurder heeft de wettelijke taak om de B.V. of de N.V. te vertegenwoordigen. Daarbij dient hij of zij altijd het belang van de vennootschap voorop te stellen. Maar het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een bestuurder bij bepaalde transacties ook een persoonlijk belang heeft. Hoe voorkom je dat je in een tegenstrijdig belang situatie terecht komt? En wat zijn de gevolgen en de stappen die je moet ondernemen als er van tegenstrijdig belang sprake is? 

    Een veelvoorkomend voorbeeld is wanneer een bestuurder namens de vennootschap een overeenkomst aangaat met een B.V., waarvan hij zelf (mede-)aandeelhouder is. Of wanneer hij namens de vennootschap een managementovereenkomst sluit met zichzelf (of een eigen B.V.) en zichzelf daarbij een vergoeding toekent. Dit zijn in het handelsverkeer gebruikelijke transacties. Toch is het goed om in dit soort situaties alert te zijn op een mogelijk tegenstrijdig belang. De vennootschap kan bij belangenverstrengeling namelijk sterk benadeeld worden. Procedures duren vaak lang en zijn erg kostbaar. Voorkomen is beter dan genezen, maar in deze blog bespreken we het allebei.

    Wat is een tegenstrijdig belang?

    In de rechtspraak is bepaald dat sprake is van een tegenstrijdig belang wanneer de bestuurder door de aanwezigheid van (A) een persoonlijk belang of (B) door zijn betrokkenheid bij een ander met dat van de rechtspersoon niet parallel lopend belang, niet in staat moet worden geacht het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming te bewaken op een wijze die van een integer en onbevooroordeeld bestuurder mag worden verwacht.

    Het feit dat een bestuurder ‘twee petten op heeft’ is vaak onvoldoende voor een tegenstrijdig belang. Er moet daadwerkelijk een belang bestaan dat het onmogelijk maakt voor de bestuurder zich uitsluitend door het belang van de vennootschap te laten leiden. Daarbij wordt gelet op alle omstandigheden van het geval. Hoewel dit in een individueel geval moeilijk is om vooraf te zeggen, zijn er in de rechtspraak wel een aantal omstandigheden te vinden die bij deze beoordeling van belang zijn.

    Het tegenstrijdig belang is niet altijd een direct persoonlijk belang. Een oud voorbeeld uit de rechtspraak van een indirect tegenstrijdig belang is de directeur die zijn zoon een buitensporig loon toekende. De Hoge Raad oordeelde hierover dat de voldoening die een vader haalt uit het feit dat zijn zoon een hoog salaris geniet ook een tegenstrijdig belang kan zijn.

    Voorkomen

    Wanneer mogelijk een tegenstrijdig belang speelt, is het bestuur gehouden de verschillende belangen gescheiden te houden en zoveel mogelijk openheid en zorgvuldigheid te betrachten. Voor het bestuur betekent dit dat waakzaamheid geboden is en dat in de notulen en besluiten secuur moet worden uitgewerkt of en waarom er sprake is van een belangenconflict en hoe daar binnen de vennootschap mee wordt omgegaan. De individuele bestuurder heeft de verplichting om open te zijn over een eventueel tegenstrijdig belang en de overige bestuursleden of de algemene vergadering hier tijdig over te informeren.

    Een bestuurder met een tegenstrijdig belang mag geen deel mag nemen aan de beraadslaging en de besluitvorming over het betreffende onderwerp (artikel 2:239 lid 6 BW). Het komt dan aan op de resterende leden van het bestuur. Wanneer bij alle bestuursleden een tegenstrijdig belang aanwezig is, wordt het besluit genomen door de raad van commissarissen. Wanneer deze er niet is, neemt de algemene vergadering het besluit, tenzij de statuten iets anders bepalen. Bij sommige vennootschappen is in dat geval het tegenstrijdig belang in de statuten weggeschreven en blijft het bestuur bevoegd.

    Wat zijn de gevolgen?

    Als een bestuurder met een tegenstrijdig belang toch heeft deelgenomen aan de beraadslaging en de besluitvorming dan is het besluit vernietigbaar omdat het in strijd met de wet of de statuten tot stand is gekomen (artikel 2:15 lid 1 BW). Iedere persoon die een redelijk belang  heeft kan bij de rechtbank een vordering tot vernietiging instellen. Dat zijn  medebestuurders, commissarissen en aandeelhouders. De vordering moet binnen een jaar na bekend worden met het besluit ingesteld worden. Wanneer de vordering tot vernietiging niet wordt ingesteld, blijft het besluit echter gewoon van kracht. Ook heeft de vennootschap de mogelijkheid een vernietigbaar besluit te bevestigen, waardoor het besluit van begin af aan geldig wordt.

    Dat is anders als het besluit zelf in strijd is met de wet of de statuten. Indien de vennootschap bijvoorbeeld maar één bestuurder heeft en er sprake is van een tegenstrijdig belang, dan mag deze het besluit in het geheel niet nemen. De bevoegdheid tot het nemen van een besluit komt in dat geval op grond van de wet toe aan de algemene vergadering. Is daar bij de besluitvorming geen rekening mee gehouden dan is het besluit nietig en bestaat het juridisch gezien niet.

    De aanwezigheid van een tegenstrijdig belang heeft geen invloed op de bevoegdheid van de bestuurder de vennootschap te vertegenwoordigen. Dat betekent dat de door de geconflicteerde bestuurder verrichte transacties geldig zijn. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden zullen de gevolgen van een nadelige transactie afgewend kunnen worden.

    Genezen

    Als de vennootschap schade lijdt door het handelen van een bestuurder bij tegenstrijdig belang, kan de vennootschap deze bestuurder aansprakelijk stellen. Wanneer een bestuurder de regels omtrent het tegenstrijdig belang heeft geschonden, is hij in principe aansprakelijk voor de schade, nu deze regels bedoeld zijn om de vennootschap te beschermen.

    Ook aandeelhouders van de vennootschap die (rechtstreekse of afgeleide) schade hebben geleden door het handelen van de bestuurder, kunnen deze schade van een bestuurder vorderen. In een procedure moeten de aandeelhouders dan aantonen dat de bestuurder een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden die strekt tot bescherming van de belangen van de aandeelhouder.

    Aandeelhouders die ten minste 10% van de aandelen hebben, kunnen ook de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam vragen in te grijpen bij (dreigend) handelen van een bestuurder onder invloed van tegenstrijdige belangen.

    Bij faillissement van de vennootschap kan een curator in het geval van tegenstrijdig belang een nadelige transactie mogelijk vernietigen op grond van de zogeheten faillissementspauliana. Deze vernietiging werkt wel tegenover de wederpartij en de transactie moet bij een ingeroepen vernietiging teruggedraaid worden.

    Conclusie

    Bij een tegenstrijdig belang dienen alle betrokkenen bij de vennootschap goed op te letten dat de regels gevolgd worden. Het volgen van de regels omtrent de besluitvorming moet voorkomen dat er een beslissing wordt genomen die niet in het belang van de vennootschap is. Wanneer de regels niet gevolgd worden en een tegenstrijdig belang zich verwezenlijkt kan de vennootschap, en in sommige gevallen ook de aandeelhouder(s), de schade op de bestuurder verhalen of de Ondernemingskamer vragen in te grijpen.

  • Engelstalig procederen bij het Netherlands Commercial Court

    Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om bij internationale handelsgeschillen in het Engels te procederen bij het Netherlands Commercial Court (‘NCC’) in Amsterdam. Het NCC is een uitkomst voor buitenlandse ondernemingen die een geschil hebben met een Nederlandse partij. Daarnaast biedt het NCC Nederlandse bedrijven die een procedure willen starten tegen een buitenlandse onderneming de mogelijkheid om de zaak in Nederland te laten voorkomen. Het NCC is er op gericht zaken zo snel mogelijk te behandelen. Zowel de zittingen als de uitspraken zijn in het Engels.

  • Een maatschap in het failliet verklaarde MC Slotervaart of IJsselmeerziekenhuizen, wat nu?

    Een maatschap in het failliet verklaarde MC Slotervaart of IJsselmeerziekenhuizen, wat nu?

    Het MC Slotervaart in Amsterdam en de IJsselmeerziekenhuizen in Flevoland zijn failliet verklaard. Het ziekenhuis sluit, de behandelingen stoppen en patiënten worden overgebracht naar andere ziekenhuizen. U bent onderdeel van een maatschap, werkzaam in deze ziekenhuizen en dat betekent dat er een roerige tijd aanbreekt. Maar wat moet u nu doen?

    Beëindiging maatschap bij faillissement

    Bij een faillissement stopt de samenwerking binnen de maatschap en de maatschap stopt met werken in het ziekenhuis. Als medisch specialisten kunt u uw samenwerking niet meer in het ziekenhuis voortzetten, maar mogelijk wel in een ander ziekenhuis. De vraag is dan of u dat opnieuw gezamenlijk, met andere medisch specialisten of individueel wilt gaan doen. Hoe dan ook, moeten daar nieuwe afspraken over worden gemaakt en moet de ‘oude’ maatschap eerst worden beëindigd en verdeeld.

    In principe kan elke medisch specialist de maatschapsovereenkomst beëindigen. Maar dat is nog niet alles. Het vermogen van de maatschap, bestaande uit vorderingen op derden en vorderingen op elkaar,  alsmede de goederen zoals medische apparatuur, moet worden verdeeld. Verdeling van een maatschap is complex, zeker na een plotseling faillissement van een ziekenhuis als het MC Slotervaart in Amsterdam of de IJsselmeerziekenhuizen in Flevoland.

    Afspraken binnen een maatschap

    Medisch specialisten werken vaak samen met vakgenoten met hetzelfde specialisme. Het is gebruikelijk samen een maatschap te vormen en afspraken vast te leggen in een maatschapsovereenkomst. In die overeenkomst wordt doorgaans vastgelegd in welk ziekenhuis de medisch specialisten hun beroep uitoefenen. Het ziekenhuis waar de medisch specialisten patiënten behandelen, speelt vaak een grote rol bij de afspraken en de samenwerking. Alle medisch specialisten brengen bij de samenwerking in de maatschap iets in, arbeid, geld en/of goederen. De medisch specialisten delen vervolgens het voordeel van het samenwerken.

    Vaak gelden naast de maatschapsovereenkomst ook andere regelingen, zoals een vakgroepreglement. De medisch specialisten maken afspraken over bijvoorbeeld:

    • wie de maten van de maatschap zijn en wat ze inbrengen, zoals geld, arbeid of goederen;
    • hoe de winst wordt verdeeld; en
    • wie wat mag doen, zoals wie dure aankopen mag doen.

    (Dreigend) conflict

    Bij het beëindigen van een maatschap kan de verdeling van datgene wat is ingebracht conflicten opleveren. Dergelijke maatschapsconflicten worden bij voorkeur in onderling overleg opgelost, omdat de wettelijke regeling complex, ouderwets en lang niet altijd duidelijk is. Bij beëindiging en vereffening komt het meestal aan op uitleg van de maatschapsovereenkomst.

    Bij een (dreigend) conflict binnen een maatschap is het dan ook verstandig om in een vroeg stadium duidelijkheid te hebben over de juridische positie en de verhoudingen niet te laten escaleren. Procederen is soms noodzakelijk, maar is vanwege de vertraging, de hoge kosten en de onvoorspelbare uitkomst beter om te vermijden.

    Vraag tijdig advies

    Onze afdeling Corporate & Commercial Litigation heeft veel expertise in het afwikkelen van maatschappen van medisch specialisten en het beslechten van maatschapsconflicten. Wij kunnen u adviseren over uw juridische positie en u ondersteunen gedurende de onderhandelingen. Ook met het procederen over maatschapscontracten, zowel in arbitrage als bij overheidsrechtbanken, hebben wij veel ervaring.

    Mocht u vragen hebben over de beëindiging van uw maatschap of een maatschapsconflict? Neem dan (vrijblijvend) contact op met Berth Brouwer, Partner Corporate & Commercial Litigation, tel. +31 6 43 52 24 14 of via brouwer@fortadvocaten.nl.

  • Investeer in een vaststellingsovereenkomst om een geschil te beëindigen

    Investeer in een vaststellingsovereenkomst om een geschil te beëindigen

    De vaststellingsovereenkomst biedt een goedkope en snelle manier om een geschil te voorkomen of te beëindigen. De bekendste verschijningsvorm is wellicht de beëindigingsovereenkomst in het arbeidsrecht, maar ook buiten het arbeidsrecht wordt de vaststellingsovereenkomst vaak gebruikt.

    De vaststellingsovereenkomst is in de wet als volgt gedefinieerd:

    Bij een vaststellingsovereenkomst binden partijen, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, zich jegens elkaar aan een vaststelling daarvan, bestemd om ook te gelden voor zover zij van de tevoren bestaande rechtstoestand mocht afwijken.

    De vaststelling is – onder voorwaarden – ook geldig als deze in strijd is met regels van dwingend recht. Geschillen gaan immers nu eenmaal vaak over hoe de wet moet worden uitgelegd. De wetgever vond het daarom niet wenselijk als partijen na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst de mogelijkheid zouden hebben om de inhoud daarvan aan de rechter voor te leggen (behoudens in uitzonderlijke gevallen). De mogelijkheden om door middel van een vaststellingsovereenkomst een geschil te voorkomen of te beëindigen zijn dus zeer ruim maar toch wordt er ook over vaststellingsovereenkomsten genoeg geprocedeerd. Onlangs nog oordeelde de Hoge Raad bijvoorbeeld dat het gerechtshof Den Haag niet de juiste maatstaf hanteerde bij beoordeling van een vaststellingsovereenkomst.

    Een goed advies bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst blijkt vaak een nuttige investering.