Categorie: Onderneming & Financiering

  • Conservatoir beslag leggen

    Conservatoir beslag leggen

    Conservatoir beslag leggen

    Conservatoir beslag leggen is in de incassopraktijk een populair instrument. Maar wat is conservatoir beslag leggen precies en hoe wordt conservatoir beslag gelegd? Kortom: hoe werkt conservatoir beslag leggen?

    Conservatoir beslag is het overgaan tot bewaring van goederen van de schuldenaar met verlof van de voorzieningenrechter. Of anders geformuleerd: Met toestemming van de rechter de bankrekeningen, spullen en andere bezittingen van de schuldenaar veilig stellen. De bewaring vindt plaats via de deurwaarder die uitvoering geeft aan het beslag. De deurwaarder doet dat door bijvoorbeeld roerende zaken (auto’s, televisies etc.) letterlijk in beslag te nemen of ervoor te zorgen dat de bank een bankrekening ‘bevriest’ en zo het gebruik daarvan door de schuldenaar onmogelijk maakt.

    Redenen voor conservatoir beslag leggen

    1. Tot zekerheid van betaling van een vordering en het veilig stellen van de goederen van de schuldenaar.
      Het wil nog wel eens gebeuren dat een schuldenaar in het zicht van een procedure die tegen hem wordt ingesteld zijn bezittingen “kwijtraakt” (d.w.z. de schuldenaar verkoopt of verduistert om het mogelijke verhaal van schuldeisers te frustreren). Door conservatoir beslag te leggen wordt het “kwijtraken” onmogelijk gemaakt. Hiermee wordt daarnaast bereikt dat er in het geval er een gunstige uitspraak wordt verkregen, er nog goederen zijn van de schuldenaar om je als schuldeiser op te verhalen.
    1. Als pressiemiddel.
      Conservatoir beslag is bij uitstek geschikt om druk op een wanbetaler uit te oefenen. Beslag op de bankrekening, bedrijfspand en andere activa van de schuldenaar bemoeilijken een normale bedrijfsvoering zodanig dat ze vaak aanleiding vormen om de onbetaalde rekening alsnog snel te betalen.

    Vereisten voor conservatoir beslag leggen

    Voor het leggen van conservatoir beslag is verlof van de voorzieningenrechter vereist. Verlof wordt verzocht door het indienen van een verzoekschrift (ook wel beslagrekest genoemd). Dit beslagrekest kan alleen door een advocaat worden ingediend. In het beslagrekest wordt aangegeven op welke gronden de verzoeker/schuldeiser zijn vordering baseert en op welke goederen van zijn schuldenaar hij conservatoir beslag zou willen leggen. Op dat verzoek wordt de (beoogde) beslagene in principe niet gehoord. Daarom komt conservatoir beslag vaak als een donderslag bij heldere hemel.

    Na een beperkt onderzoek wijst de rechter het verzoek om beslag te mogen leggen toe of af. Indien het verlof wordt verleend, wordt de omvang van de vordering door de rechter vastgesteld (dat wil zeggen, voor hoeveel er beslag gelegd mag worden).

    Een van de voorwaarden om conservatoir beslag te mogen leggen is dat er binnen een door de rechter te bepalen termijn een (bodem)procedure wordt gestart. In die procedure wordt dan vervolgens het geschil afgedaan dat aan de vordering ten grondslag ligt. De termijn om een procedure te beginnen wordt doorgaans op twee weken gesteld. Wordt er binnen deze termijn geen procedure gestart, dan vervalt het beslag.

    Opheffing conservatoir beslag

    Conservatoir beslag eindigt niet alleen als er geen bodemprocedure wordt gestart, maar kan ook worden beëindigd via een opheffingskortgeding op initiatief van de beslagene. Indien het aannemelijk is dat het conservatoir beslag ongegrond gelegd is zal de rechter het beslag opheffen. Dit is het geval als het beslag ondeugdelijk of onnodig is. Conservatoir beslag is ondeugdelijk als de vordering waarvoor het beslag is gelegd niet blijkt te bestaan, en onnodig als de schuldenaar voldoende verhaal biedt, verduistering niet te verwachten is of de vordering door een verzekeringspolis is gedekt. De onnodigheid of ondeugdelijkheid wordt ’summierlijk’ aangetoond, dat betekent dat de rechter de onnodig- en of ondeugdelijkheid van het conservatoir beslag snel bewezen zal achten. Het conservatoir beslag zal ook worden opgeheven als blijkt dat niet aan de vormvereisten van het leggen van het beslag is voldaan. Als laatste zal het stellen van vervangende zekerheid voor een geldvordering aanleiding geven het conservatoir beslag op te heffen.

    Vervangende zekerheid

    Vervangende zekerheid kan worden gesteld door een bankgarantie, pand- of hypotheekrecht. Een bankgarantie is de meest gebruikelijk vorm van vervangende zekerheid. In de rechtspraak is bepaald dat indien de schuldenaar aanbiedt om een bankgarantie te stellen het beslag moet worden opgeheven. Als vast komt te staan dat een beslag zonder gegronde reden gelegd is, is de beslaglegger risicoaansprakelijk voor de door de beslagene, geleden schade. De beslagene moet dan wel schade hebben geleden, een voorbeeld daarvan is dat de partij wiens auto onterecht beslagen is kosten heeft moeten maken voor een alternatief vervoermiddel (bijvoorbeeld treinkaartjes heeft moeten kopen).

    Conclusie conservatoir beslag leggen

    Aan het leggen van conservatoir beslag zitten de nodige haken en ogen, en hoewel Nederland bekend staat als beslagparadijs, is het de laatste tijd moeilijker geworden om verlof tot conservatoir beslag leggen te krijgen. Beslagrekesten worden strenger getoetst, en er wordt steeds meer bewijsmateriaal verlangd. Een goed opgesteld en onderbouwd verzoekschrift is daarom belangrijker dan ooit! De advocaten van Fort kunnen u daarin van dienst zijn. Onder andere via onze Conservatoir Beslag Leggen formule.

  • Faillissementspauliana en faillissementsfraude

    Faillissementspauliana en faillissementsfraude: bestuurder in het nauw maakt rare sprongen

    Als bestuurder van een vennootschap bent u nauw betrokken bij de onderneming. Het is goed mogelijk dat u ook financiële belangen hebt. Als er dan liquiditeitsproblemen ontstaan en de onderneming afstevent op een faillissement, kan dat ook financiële gevolgen voor u in privé hebben. De verleiding is dan groot om eerst uw eigen belangen of die van bevriende relaties veilig te stellen. Dit komt neer op een vorm van faillissementsfraude. De curator in het faillissement heeft een wettelijk middel tot zijn beschikking, de faillissementspauliana, om deze vorm van faillissementsfraude terug te draaien.

    Onttrekkingen vallen onder faillissementspauliana

    Zo moet u erop bedacht zijn dat het onttrekken van vermogensbestanddelen aan de onderneming kwalificeert als faillissementsfraude en de curator het recht heeft om faillissementspauliana toe te passen. Die auto van de zaak, die u in het dagelijks leven zo nodig hebt, kunt u bijvoorbeeld niet voor de helft van de waarde aan uw echtgenoot verkopen zonder dat daartoe enige verplichting bestaat. En die laptop, die altijd bij u thuis ligt, voelt misschien wel als van u, maar behoort tot het vermogen van de vennootschap. U mag de laptop niet uit het zicht houden van de curator. En zo zijn er veel voorbeelden te bedenken.

    Faillissementspauliana voorkomt verhaalsbenadeling

    Zulke onttrekkingen veroorzaken dat voor schuldeisers de mogelijkheden om verhaal te nemen worden verkleind. Voordat de auto en de laptop werden onttrokken, was het vermogen van de vennootschap immers groter dan erna. U doet daarmee de schuldeisers tekort. Een zodanige benadeling van schuldeisers is niet geoorloofd.

    Onderzoek door de curator naar paulianeus handelen

    Na faillietverklaring zal de curator de omvang van het faillissement inventariseren. Daarbij zal hij onderzoeken welke vermogensveranderingen hebben plaatsgehad in aanloop naar het faillissement. Als blijkt dat vermogensbestanddelen zijn onttrokken, heeft de curator een wettelijk instrument – de faillissementspauliana (Faillissementspauliana: Artikel 42 Fw) – om de oorspronkelijke situatie te herstellen. Zo kan hij de verkoop van de auto vernietigen, waardoor de auto terugkeert in het vermogen van de failliete vennootschap. De koper is dan tot afgifte verplicht.

    Bestuurdersaansprakelijkheid vanwege faillissementspauliana

    Verhaalsbenadeling (ook wel: paulianeus handelen) wordt gezien als een misdrijf. Het kan ertoe leiden dat u daarvoor als bestuurder persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld. Hierdoor kunt u privé behoorlijk in de (financiële) problemen komen. De gevolgen kunnen dan vele malen groter zijn dan de financiële gevolgen die u door de onttrekkingen probeerde te verminderen. In het kader van de faillissementspauliana kan ook strafrechtelijke vervolging worden ingesteld.

    Conclusie faillissementspauliana

    Op het moment dat u als bestuurder rekening moet houden met een faillissement van de vennootschap, is het dus zaak dat u geen verdachte transacties meer verricht, die voor de schuldeisers nadelig kunnen zijn. Deze zal de curator in het kader van de faillissementspauliana onderzoeken en hij zal u wettelijk terugfluiten met alle gevolgen van dien.

     

  • Wat is hoofdelijkheid

    Wat is hoofdelijkheid

    Wat is hoofdelijkheid?

    Hoofdelijkheid is een juridische term die hoort bij een schuld waarvoor twee of meer partijen aansprakelijk zijn. Hoofdelijkheid betekent namelijk dat degenen die hoofdelijk aan een schuld verbonden zijn, daarvoor allemaal volledig aansprakelijk zijn. De schuldeiser kan alle betrokken partijen dwingen tot betaling van het gehele bedrag.

    Stel dat er twee partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor EUR 1.000, dan kan de schuldeiser zowel van de ene als van de andere partij betaling verlangen van EUR 1.000. Pas als één van beide hoofdelijk schuldenaren het volledige bedrag van EUR 1.000 heeft voldaan, is de andere partij niet langer aansprakelijk.

    Het is dus niet zo dat de ene partij EUR 500 moet betalen en de andere ook. Hoofdelijke aansprakelijkheid is voor een schuldeiser dus erg prettig: hij hoeft niet langs twee partijen om betaald te krijgen, maar kan één van beide of allebei om volledige betaling vragen. Het debiteurenrisico wordt daardoor verkleind, evenals de moeite die het een schuldeiser kost om zijn vordering te innen.

    Wanneer is sprake van hoofdelijkheid?

    Het uitgangspunt van de wet is dat als een prestatie verschuldigd is door twee of meer schuldenaren, zij voor een gelijk deel verbonden zijn. In het bovenstaande voorbeeld zijn de twee schuldenaren dus ieder verplicht tot betaling van EUR 500 en niet tot het gehele bedrag van EUR 1.000. Uit de wet, gewoonte of een rechtshandeling (bijvoorbeeld het aangaan van een contract) kan echter hoofdelijkheid volgen.

    Een wettelijk voorbeeld van hoofdelijkheid is de schadevergoedingsplicht. Als twee of meer partijen verplicht zijn om dezelfde schade te vergoeden, dan zijn zij hoofdelijk verbonden jegens de benadeelde.

    Een ander voorbeeld van een rechtshandeling die tot hoofdelijkheid leidt, is een compte-joint-overeenkomst met een bank (een “en/of rekening”). In veel bedrijvenconcerns is hier sprake van. Alle partijen die rekeninghouder zijn, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen jegens de bank uit hoofde van die rekening.

    Wat is het gevolg van betaling door één van de hoofdelijk schuldenaren voor de anderen?

    Indien één van de hoofdelijk verbonden schuldenaren betaald aan de schuldeiser, voldoet hij daarmee zijn schuld maar ook die van de andere schuldenaren. Of deze partij vervolgens recht heeft op een betaling van zijn medeschuldenaren hangt af van hun onderlinge verhouding. In het meest eenvoudige geval gaat de schuld alle schuldenaren voor een gelijk deel aan, zodat degene die betaalt recht heeft op betaling door de andere partij(en) van hun aandeel naar rato in de schuld (regresrecht). Bij twee hoofdelijk schuldenaren gaat het dus om 50%, bij vier schuldenaren om 25%. Er zijn uiteraard veel meer varianten mogelijk, die tot juridische en rekenkundige hoofdbrekens kunnen leiden. Om problemen met afrekening tussen hoofdelijk schuldenaren te voorkomen, is het handig om zoveel mogelijk vooraf de onderlinge verhouding met betrekking tot de hoofdelijke verbondenheid te regelen, bijvoorbeeld in een contract.

     

  • Rabobank niet langer veilige haven bij beslag

    Rabobank niet langer veilige haven bij beslag

    De dreiging van beslag op banktegoeden kan schuldenaars flink de stuipen op het lijf jagen. Omgekeerd is beslag onder banken een geliefd (druk)middel van schuldeisers. Door beslag te leggen bij een bank, worden de tegoeden die de schuldenaar op dat moment heeft bevroren. Een juist getimed beslag kan tot grote druk op de liquiditeit leiden en acute betalingsproblemen tot gevolg hebben. Denk bijvoorbeeld aan een beslag kort voordat de salarissen moeten worden betaald.

    Bank onbekend? Leg overal beslag

    Als niet bekend is bij welke bank de schuldenaar bankiert, wordt meestal bij alle grootbanken beslag gelegd. Aangezien Nederland inmiddels niet veel van dergelijke banken meer kent, leidt dit vrijwel altijd tot succes. Bij welke vestiging van een grootbank de bankrekening precies wordt aangehouden, doet namelijk niet ter zake: alle rekeningen bij de desbetreffende bank worden geraakt. Alle locaties van die bank vallen namelijk onder dezelfde bankvergunning.

    Rabobanken namen hier altijd een bijzondere positie in. Elke Rabobank heeft namelijk een eigen bankvergunning. Dat betekent dat een beslag bij Rabobank Amsterdam geen tegoeden raakt die worden aangehouden bij Rabobank Rotterdam. Een geliefde maatregel van schuldenaren was dan ook om bij een Rabobank in een obscuur oord een rekening te openen. Weinig schuldeisers leggen bij alle Rabobanken beslag, zodat de kans groot is dat de tegoeden op de Rabobankrekening blijven gevrijwaard van beslag.

    Rabobank niet langer beslag uitzonderingspositie

    Aan deze “veilige haven” lijkt binnen afzienbare tijd een einde te komen. Op 11 maart 2015 is gesproken over de samenwerking van de lokale banken als één coöperatie, onder één gezamenlijke bankvergunning. Op 20 mei 2015 vergaderen de besturen van de lokale Rabobanken verder over de ingezette hervorming. De verwachting is dat dit later dit jaar definitief zal worden besloten door de algemene vergadering van lokale bankdirecteuren. Vervolgens moeten nog wel alle lokale banken en hun ledenraden instemmen.

    Zo snel zal dus het niet gaan, maar de eerste stap naar het einde van Rabobank als “veilige haven” voor schuldenaren is gezet.

  • Begrippen bij bedrijfsovername en bedrijfsoverdracht: de earn out

    Begrippen bij bedrijfsovername en bedrijfsoverdracht: de earn out

    Begrippen bij bedrijfsovername en bedrijfsoverdracht: earn out

    Bij een bedrijfsovername of bij bedrijfsoverdracht komen vaak veel Engelstalige begrippen en jargon voorbij. Vanuit mijn ondernemingsrechtpraktijk krijg ik veel vragen over wat die begrippen nu precies inhouden. Daarom heb ik besloten om in een serie blogartikelen veelgebruikte begrippen nader toe te lichten. Dus wilt u een bedrijf overnemen of een bedrijf overdragen lees dan vooral verder.

    Wat is een earn out

    Bij een bedrijfsovername is de koopprijs van de onderneming en hoe deze moet worden betaald, een van de belangrijkste onderdelen. Verschillende varianten zijn mogelijk. Neem de earn out.

    Bij deze variant wil de koper een koopprijs betalen die afhankelijk is van de toekomstige resultaten van de onderneming die hij koopt. Aan de andere kant wil de verkoper bij de bedrijfsovername een koopprijs ontvangen waarbij hij, na de verkoop, nog steeds kan profiteren van eventuele goede resultaten.

    Dit is een earn out regeling: een regeling waarbij de koper een deel van de koopprijs pas verschuldigd is nadat een of meer overeengekomen resultaten, de zogenaamde earn out voorwaarden binnen een bepaalde periode (vaak twee tot vijf jaar) na het sluiten van de koopovereenkomst zijn behaald.

    De earn out voorwaarden binnen een earn out constructie zijn te verdelen in twee groepen: 1) financiële earn out voorwaarden en 2) niet-financiële earn out voorwaarden.

    Financiële earn out voorwaarden

    Denk hierbij aan de voorwaarde dat de verkoper het restant van de koopprijs pas ontvangt als na de koop de onderneming een bepaald minimum bedrijfsresultaat of omzet (ook wel ‘milestones‘) heeft behaald.

    Vaak zal een earn out voorwaarde een regeling betreffen, waardoor de nabetaling variabel is en afhankelijk van de mate waarin de milestones worden gehaald.

    Niet-financiële earn out voorwaarden

    Earn out voorwaarden kunnen ook een niet-financieel karakter hebben. Een veel voorkomende voorwaarde is dat de verkoper of een andere sleutelfiguur (‘keyperson’) gedurende een bepaalde periode werkzaam moet blijven bij de onderneming. Een voorwaarde kan ook zijn dat een bepaalde vergunning moet worden verkregen of dat een bepaald marktaandeel moet zijn bemachtigd.

    De rol van de koper bij een earn out constructie

    De koper heeft in het algemeen een inspanningsverplichting om te zorgen dat de verkoper een maximale earn out behaalt. Overigens zal een verkoper alleen instemmen met een earn out regeling als de verkoper tevreden is met de basiskoopprijs, dus zonder de earn out nabetalingen.

    Het overeenkomen van een earn out regeling kan in bepaalde gevallen aantrekkelijk zijn voor zowel koper als verkoper. Na de koop zien we echter regelmatig dat geruzied wordt over de inhoud van de earn out voorwaarden en of de milestones wel zijn behaald. Het is daarom erg belangrijk de earn out voorwaarden duidelijk op papier te zetten (al dan niet met een rekensommetje ter verduidelijking!).

    Meer informatie over earn out

    Op het gebied van bedrijfsovername en ‘earn out’ is veel informatie beschikbaar via het internet. Hieronder een lijst met handige websites:

    Bedrijfsovername en bedrijfsoverdracht: non-disclosure

    In het komende artikel van de serie “Begrippen bij bedrijfsovername en  bedrijfsoverdracht” ga ik dieper in op het begrip ‘non-disclosure’.

    Auteur: Eileen van Oene. Voor vragen over dit blog kunt u contact opnemen met  Edward van Leeuwen Boomkamp, advocaat binnen de transactiepraktijk van de sectie Ondernemingsrecht. Hij houdt zich voornamelijk bezig met advies omtrent fusies en overnames, (des)investeringen, participaties en joint ventures.

  • Distributieovereenkomst – Juridische ‘Do’s and don’t’s’ bij internationaal ondernemen

    Distributieovereenkomst – Juridische ‘Do’s and don’t’s’ bij internationaal ondernemen

    In dit blog in de serie ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen’ ga ik dieper in op de samenwerking via een distributieovereenkomst. Voor veel ondernemers is het opbouwen van een netwerk, het vergaren van (markt)kennis en de tijdsinvestering om internationaal uit te breiden een hele uitdaging. Samenwerken met een partij gevestigd in het land waar men zaken wil doen, biedt dan wellicht uitkomst. Samenwerking via een distributieovereenkomst is één van de mogelijkheden.

    Internationaal samenwerken: distributieovereenkomst

    Wat is een distributieovereenkomst? Een distributieovereenkomst is een duurovereenkomst waarbij de ene partij, de leverancier, zich verplicht bepaalde producten of diensten te leveren aan zijn wederpartij, de distributeur, met het oog op doorlevering van die producten of diensten aan afnemers van die distributeur voor rekening en risico en in naam van de distributeur. In het kader van internationaal ondernemen heeft samenwerken via een distributieovereenkomst het voordeel dat de ondernemer/leverancier niet zelf de spreekwoordelijke boer op moet in het land waar hij zijn producten wenst te verkopen en van de kennis en het netwerk van de distributeur gebruik kan maken.

    Distributieovereenkomst checklist

    Voordat je kiest voor een distributieovereenkomst is het belangrijk om na te gaan of deze samenwerkingsvorm wel bij jou en jouw bedrijf past. Ga na wat de alternatieven zijn (denk bijvoorbeeld aan samenwerken via een agentuur of aan het opzetten van een joint venture (de joint venture bespreek ik in de komende (derde) blog in deze reeks)). Net als in mijn eerste en tweede blog geef ik hieronder een checklist waar je op moet letten bij het sluiten van een distributieovereenkomst:

    • Exclusiviteit: mag de leverancier ook andere distributeurs inschakelen?
    • Territorium: in welke regio mag de distributeur de producten verkopen?
    • Vergoeding: welke vergoeding krijgt de distributeur en hoe wordt deze bepaald?
    • Promotie en selectieve distributiecriteria: heeft de distributeur een verplichting zich in te spannen de producten te promoten?
    • Concurrentiebeding: mag de distributeur tijdens/na de distributieovereenkomst ook gelijke of soortgelijke producten van derden aanbieden?
    • (Product)aansprakelijkheid: in beginsel is de producent aansprakelijk voor schade (bij derden) veroorzaakt door een gebrek in of aan het product. De benadeelde kan echter veelal ieder in de keten aanspreken tot betaling van de schadevergoeding en de aangesproken partij dient de schade zelf te verhalen bij de producent/fabrikant. Over de risicoverdeling tussen leverancier en distributeur zijn verschillende afspraken te maken.
    • Minimum omzetverplichtingen: moet de distributeur jaarlijks een minimum aan producten afnemen van de leverancier?
    • Duur van de distributieovereenkomst.
    • Toepasselijk recht en bevoegde rechter.

    Verschil tussen de agentuur- en de distributieovereenkomst

    In mijn vorige artikel in deze serie schreef ik over de agentuurovereenkomst. Deze overeenkomst en de distributieovereenkomst worden vaak door elkaar gehaald. Niet geheel onbegrijpelijk want er zijn een aantal gelijkenissen, echter ook een aantal belangrijke verschillen, zoals:

    Wie neemt het (financiële) risico?

    Een agent handelt in beginsel in naam van de ‘principaal’ (vgl. opdrachtgever) en treedt voor diens rekening en risico op en bemiddelt bij het totstandkomen van overeenkomsten tussen de principaal en de klant. Een distributeur daarentegen wordt gezien als een zelfstandige onderneming, die voor eigen rekening en risico handelt.

    Klantenvergoeding

    Een ander verschil is dat de agent bij beëindiging van de agentuurovereenkomst in beginsel recht heeft op een klantenvergoeding (ook wel goodwill-vergoeding). De distributeur heeft in beginsel geen recht op een dergelijke vergoeding, waardoor deze overeenkomst zonder vergoedingsplicht door de wederpartij beëindigd kan worden. De reden hiervoor is dat de agent klanten aanbrengt bij de principaal, terwijl de distributeur in eigen naam optreedt en daarbij gebruik maakt van zijn eigen klanten.

    Opzegtermijnen

    Tot slot is een belangrijk verschil dat de opzegtermijn bij een distributieovereenkomst in de regel aanzienlijk langer is dan bij een agentuurovereenkomst. Bij een distributierelatie van bijvoorbeeld 1 jaar geldt (volgens een in de literatuur ontwikkelde vuistregel) een opzegtermijn van 3 maanden. De agentuurovereenkomst kent in dit geval een kortere opzegtermijn van 1 maand.

    Meer informatie over de distributieovereenkomst

    Op het gebied van de distributieovereenkomst en internationaal ondernemen is veel informatie beschikbaar via het internet. Hieronder een lijst met handige websites:

    Juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen

    Internationaal ondernemen is niet langer voorbehouden aan grote multinationals. Meer en meer zie ik dat ook het midden- en kleinbedrijf zich buiten de landsgrenzen begeeft. Niet gek, gezien de kansen die zich in het buitenland voordoen. Op juridisch gebied zijn er genoeg valkuilen te noemen die een succesvolle internationalisering in de weg kunnen staan. Vanuit mijn ondernemingsrechtpraktijk zie ik hiervan dagelijks voorbeelden voorbij komen. Daarom heb ik besloten om in een serie blog artikelen enkele tips te geven aangaande internationaal zaken doen en dan specifiek rondom het uitgangspunt: ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen.

    Internationaal ondernemen: de joint venture

    In het komende artikel van de serie “juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen” ga ik dieper in op de joint venture als samenwerkingsvorm.

    Voor vragen over dit blog kunt u contact opnemen met de sectie  ondernemingsrecht bij FORT Advocaten.

  • Het AFM rapport Bijzonder Beheer

    Het AFM rapport Bijzonder Beheer

    Op 26 maart 2015 presenteerde de AFM het rapport Bijzonder Beheer over de praktijken van de afdelingen Bijzonder Beheer van Nederlandse banken. Aanleiding voor het rapport was de toegenomen en soms felle kritiek uit met name het MKB over de werkwijze van deze afdelingen van banken. Websites als Follow The Money hebben al veelvuldig kritische artikelen gepubliceerd en ook het televisieprogramma Zembla heeft een uitzending gewijd aan dit thema.

    Kritiek vanuit MKB aanleiding voor rapport Bijzonder Beheer

    Veelgehoorde kritiek vanuit het MKB is bijvoorbeeld dat een levensvatbare organisatie ‘over het randje wordt geduwd’ door de bank. Andere kritieken die de AFM heeft vastgesteld zijn:

    • De getroffen maatregelen zoals de rekening blokkeren;
    • Het eisen van aanvullende zekerheden;
    • Hoge kosten van taxatie, renteopslag, behandelfees, of van ‘verplichte’ externe adviseurs;
    • Passieve opstelling door de bank; ofwel niet oplossingsgericht handelen;
    • Intimidatie en onheuse bejegening van de klant door de bank en geen ruimte voor discussie.

    Genoeg reden voor een grondig onderzoek, zou je zeggen.

    Uitkomsten verkennend onderzoek in rapport Bijzonder Beheer

    Het is dan ook teleurstellend dat de AFM slechts een ‘verkennend onderzoek’ heeft gedaan waaraan maar vier Nederlandse banken vrijwillig hebben meegewerkt. De AFM benadrukt dat zij geen dwangmiddelen heeft om onderzoek te doen. Het doel van het onderzoek was inzicht te krijgen in de werking van de afdeling Bijzonder Beheer en vaststellen wat de mogelijke risico’s en aandachtspunten zijn. Er is maar zeer beperkt gekeken of de misstanden waar melding van wordt gemaakt, staande praktijk zijn, of uitzondering.

    AFM constateert in rapport Bijzonder Beheer het bekende verhaal

    De bevindingen uit het rapport Bijzonder Beheer van de AFM zullen het MKB bekend in de oren klinken. Zo stelt de AFM vast dat: ‘De afdeling bijzonder beheer is primair gericht op het beheersen van het kredietrisico van de bank.’ Ook ziet de AFM dat er een spanningsveld ontstaat tussen bank en klant. Volgens de AFM ervaren klanten de maatregelen vaak als onrechtvaardig en heeft dit vooral met uitleg en communicatie door de bank te maken. Volgens de AFM doet de bank in de regel niets verkeerd en handelt volgens de contractuele regels.

    Wat mij betreft komt hier het echte probleem om de hoek kijken: contractueel heeft de bank in principe alles in haar voordeel vastgelegd. Bij het aangaan van het krediet wordt de ondernemer al in een harnas van regels gedrukt, die vrijwel zonder uitzondering ten voordele van de bank zijn. Het krachtenveld is op voorhand al verstoord.

    Ook zegt de AFM in het rapport Bijzonder Beheer dat het bij het uitvoeren van het onderzoek het moeilijk is geweest echte patronen te herkennen omdat bijna alle dossiers een specifieke casus inhouden en het dus snel appels met peren vergelijken is.

    Verbeterpunten uit rapport Bijzonder Beheer

    De AFM geeft in het rapport Bijzonder Beheer ook verbeterpunten aan voor de bank. Het zijn echter tandeloze tijgers, zoals verbeterde communicatie over maatregelen en kosten. De klant zal hier echter weinig aan hebben: de maatregelen en de kosten komen er toch wel.

    Voor mij brengt het rapport Bijzonder Beheer niets nieuws. De klant doet er verstandig aan direct bij overplaatsing naar bijzonder beheer een eigen koers te varen. Wanneer de klant meegaat in het ritme van de bank, is het nauwelijks mogelijk daar nog uit te komen.

    Hier kunt u het rapport Bijzonder Beheer van de AFM downloaden.

  • Agentuur – Juridische ‘Do’s and don’t’s’ bij internationaal ondernemen

    Agentuur – Juridische ‘Do’s and don’t’s’ bij internationaal ondernemen

    In dit blog in de serie ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen’ ga ik dieper in op de samenwerkingsvorm de agentuur. Voor veel ondernemers is het opbouwen van een netwerk, het vergaren van (markt)kennis en de tijdsinvestering om internationaal uit te breiden een hele uitdaging. Samenwerken met een partij gevestigd in het land waar men zaken wil doen, biedt dan wellicht uitkomst. Samenwerking via een agentuur is één van de mogelijkheden.

    Internationaal samenwerken: agentuur

    Wat is agentuur? Agentuur is een samenwerkingsvorm tussen een ondernemer (ook wel de ‘principaal’) en een handelsagent waarin afgesproken wordt dat de handelsagent bemiddelt bij het totstandkomen van opdrachten tussen de principaal en derden/klanten. Hierbij sluit de handelsagent overeenkomsten in naam van en voor rekening van de principaal. Voor de principaal die het betreffende gebied/de markt niet kent is dit vaak prettig omdat de agent die markt wél kent en (hopelijk…) weet waar potentiele klanten te vinden zijn. Als beloning voor zijn werk krijgt de agent een commissie.

    Agentuur checklist

    Voordat je kiest voor agentuur is het belangrijk om na te gaan of deze samenwerkingsvorm wel bij jou en jouw bedrijf past. Ga na wat de alternatieven zijn (denk bijvoorbeeld aan het sluiten van een distributie overeenkomst of aan het opzetten van een joint venture (deze vormen bespreek ik in komende artikelen)). Net als in mijn eerste blog geef ik hieronder een checklist waar je op moet letten bij het sluiten van een agentuurovereenkomst:

    1. Commissie
      De agent heeft recht op een commissie over overeenkomsten die door zijn bemiddeling tot stand zijn gekomen. De afspraken die partijen hierover maken zijn niet altijd even duidelijk. Is de commissie verschuldigd na het sluiten van de overeenkomst, of pas als de klant heeft betaald? En geldt dit ook voor klanten die al tot de klantenkring van de principaal behoorden? En hoe/over welk bedrag wordt die commissie precies berekend?
    1. Exclusiviteit
      De principaal zal daarnaast moeten overwegen of hij zelf gerechtigd wil blijven om, naast de agent, de producten in het aangewezen gebied te verkopen. Vaak spreken partijen namelijk af dat de handelsagent als enige tussenpersoon gerechtigd is overeenkomsten tot stand te brengen in het aangewezen gebied. Als de principaal dan toch buiten de agent om met een klant een overeenkomst sluit, zal hij een schadevergoeding (plus eventueel. een boete) moeten betalen aan de agent.
    1. Concurrentiebeding
      Voor de principaal is het van belang om in de agentuurovereenkomst een non-concurrentiebeding op te nemen. Zo’n beding houdt in dat het de agent verboden is bepaalde werkzaamheden te verrichten/producten te verkopen na beëindiging van de agentuurovereenkomst. Dit (non-)concurrentiebeding is echter alleen geldig als het op schrift is gesteld en ziet op het type werkzaamheden en het werkgebied dat of klantenkring die onder de reikwijdte van de agentuurovereenkomst viel. Let er ook op dat een non-concurrentiebeding slechts maximaal twee jaar geldig is na het einde van de overeenkomst.
    1. Goodwill
      Heeft het werk van de handelsagent geleid tot een omzetstijging van de onderneming van de principaal, dan heeft de handelsagent aan het eind van de overeenkomst recht op een goodwill of klantvergoeding. Dit recht op vergoeding vervalt echter na verloop van een jaar na het einde van de overeenkomst. We zien vaak dat in agentuurovereenkomsten te hoge vergoedingen toegekend worden aan de agent. Deze vergoedingen zijn soms zelfs hoger dan de wettelijke maximumvergoeding van de provisie van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaar.
    1. Beëindiging agentuur
      Tot slot. De principaal en agent kunnen hun overeenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd sluiten. Een overeenkomst voor bepaalde tijd eindigt automatisch na verloop van de overeengekomen periode. Een overeenkomst voor onbepaalde tijd kan worden opgezegd met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn. Hebben partijen geen afspraken gemaakt over opzegging, dan bepaalt de wet dat de opzegtermijn afhankelijk is van de looptijd van de overeenkomst. Indien de overeenkomst korter dan drie jaar heeft geduurd moet een opzegtermijn van vier maanden in acht worden genomen; in geval van een periode van drie tot zes jaar geldt een termijn van vijf maanden en indien de overeenkomst meer dan zes jaar heeft voortgeduurd moet een opzegtermijn van 6 maanden worden aangehouden.

    Meer informatie over de agentuur

    Op het gebied van de agentuur is veel informatie beschikbaar via het internet. Hieronder een lijst met handige websites:

    Juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen

    Internationaal ondernemen is niet langer voorbehouden aan grote multinationals. Meer en meer zie ik dat ook het midden- en kleinbedrijf zich buiten de landsgrenzen begeeft. Niet gek, gezien de kansen die zich in het buitenland voordoen. Op juridisch gebied zijn er genoeg valkuilen te noemen die een succesvolle internationalisering in de weg kunnen staan. Vanuit mijn ondernemingsrechtpraktijk zie ik hiervan dagelijks voorbeelden voorbij komen. Daarom heb ik besloten om in een serie blog artikelen enkele tips te geven aangaande internationaal zaken doen en dan specifiek rondom het uitgangspunt: ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen.

    Internationaal ondernemen: de distributieovereenkomst

    In het komende artikel van de serie “juridische do’s and dont’s bij internationaal ondernemen” ga ik dieper in op distributieovereenkomst.

  • Wordt u vennoot in een bestaande VOF? Pas op!

    Wordt u vennoot in een bestaande VOF? Pas op!

    Een tijdje geleden heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van een ‘nieuwe’ vennoot van een bestaande Vennootschap Onder Firma[i] of Commanditaire Vennootschap (CV) niet alleen ziet op schulden die zijn ontstaan nadat deze vennoot is toegetreden in de vennootschap, maar ook op schulden die daarvóór zijn ontstaan.

    Persoonlijke aansprakelijkheid van vennoten binnen een VOF

    De wettelijke regeling voor de persoonlijke aansprakelijkheid van vennoten heeft als doel om de schuldeisers van een VOF te beschermen in een situatie waarin het vennootschapsvermogen ontoereikend is om aan alle verplichtingen van de VOF te kunnen voldoen, door hun een verhaalsmogelijkheid te geven op het vermogen van de vennoten zelf. De Hoge Raad ziet geen reden om deze aansprakelijkheid te beperken tot de schulden die zijn ontstaan nadat de vennoot is toegetreden.

    Toetreden tot een bestaande VOF

    Dus…als u overweegt toe te treden tot een bestaande VOF of CV, is het belangrijk om eerst de schulden en overige verplichtingen van de vennootschap in kwestie te onderzoeken. Daarbij adviseren wij u bovendien om u zich – ten aanzien van de al bestaande schulden – door de andere vennoten te laten vrijwaren. Voor claims van derden waarmee u niets te maken heeft, zou u immers niet hoeven op te draaien.

    Dana Hemmink is advocaat ondernemingsrecht bij FORT Advocaten en houdt zich binnen deze praktijk met name bezig met de juridische aspecten van commerciële samenwerkingsvormen. Heeft u een vraag op dit gebied dan kunt u met Dana contact opnemen.

    Wat is een Vennootschap Onder Firma en wat is een Commanditaire Vennootschap

    Een Vennootschap Onder Firma (VOF) is rechtsvorm waarmee twee of meer personen samen een onderneming kunnen oprichten. Alle personen, vennoten brengen iets in bij de VOF, dat kan geld zijn maar ook arbeid of goederen. Een VOF kan worden opgericht door natuurlijke personen of door rechtspersonen. Rechtspersonen kunnen bijvoorbeeld een VOF gebruiken in het kader van een gezamenlijk project.

    De Commanditaire Vennootschap is een bijzondere vorm van de VOF. Bij een CV is er sprake van  twee soorten vennoten: de beherende en stille vennoten. De stille vennoten hebben alleen een financiële inbreng in de CV en worden commanditaire vennoten genoemd. Beherende vennoten hebben de dagelijkse leiding en zijn als zodanig bevoegd om namens de vennootschap te handelen.

    Meer informatie over verschillende rechtsvormen is terug te vinden op de website van de Kamer van Koophandel.

  • Juridische ‘Do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen

    Juridische ‘Do’s and don’t’s’ bij internationaal ondernemen

    Internationaal ondernemen is niet langer voorbehouden aan grote multinationals. Meer en meer zie ik dat ook het Midden- en kleinbedrijf zich buiten de landsgrenzen begeeft. Niet gek, gezien de kansen die zich in het buitenland voordoen. Expansie buiten de nationale afzetmarkt is vaak een bepalende groeifactor voor veel bedrijven. Tel daarbij op dat door de verdere technologische vooruitgang, zoals bijvoorbeeld internetverkopen, de landsgrenzen überhaupt vervagen en je hebt een mix van factoren die een boost geven aan de internationalisering.

    Uiteraard is niet alles pais en vrai in de wereld van het internationaal ondernemen en de internationale handel. Zeker op juridisch gebied zijn er genoeg valkuilen te noemen die een succesvolle internationalisering in de weg kunnen staan. Vanuit mijn ondernemingsrechtpraktijk zie ik hiervan dagelijks voorbeelden voorbij komen. Daarom heb ik besloten om in een Serie blog artikelen enkele tips te geven aangaande internationaal zaken doen en dan specifiek rondom het uitgangspunt: ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen.

    Internationaal ondernemen: zoek de samenwerking

    Internationaal zakendoen vergt vaak een substantiële (financiële) investering en kennis van de lokale markt. Voor veel MKB’ers is het verkrijgen van voldoende financiële middelen, het vergaren van kennis en de tijdsinvestering om internationaal uit te breiden een hele uitdaging. Samenwerken met een partij in het land waar men zaken wil doen biedt dan uitkomst. Voor een dergelijke samenwerking zijn verschillende vormen denkbaar;

    • Agentuur
    • Distributie
    • Joint Venture/BV

    In de komende artikelen van de serie ‘juridische do’s and don’t’s bij internationaal ondernemen’ zal ik nader ingaan op de verschillende vormen van samenwerking en de bijbehorende voor- en nadelen.

    Internationaal ondernemen checklist

    Als startpunt voor internationaal ondernemen of internationale handel raad ik iedereen aan om de volgende Gebruik-je-boerenverstand-checklist aan te houden:

    1. Verdiep je in het land waarmee je internationaal zaken wil gaan doen.
      Kijk wat de (cultuur)verschillen zijn met ons land maar kijk ook naar het rechtssysteem. Is het rechtssysteem gebaseerd op het in veel Engelstalige landen gebruikte “gewoonterecht” (‘common law’) of, net als bij ons op het gecodificeerd recht (‘civil law’)? Rechtssystemen gebaseerd op gewoonterecht staan meer open voor interpretatie, iets wat uiteraard grote weerslag heeft op de bewoordingen van de zakelijke afspraken en hoe deze tot stand komen.
    1. Met wie ga je zakendoen?
      Misschien wel de allerbelangrijkste stap in het internationaal ondernemen, weet met wie je zaken doet. Ga op onderzoek uit en stel jezelf enkele vragen: heeft je partner een (bestaand!) bedrijf met een goede staat van dienst? Is hij solvabel? Doet hij zaken met andere (Nederlandse) ondernemers? Etc. etc. Al deze informatie is meestal redelijk makkelijk boven tafel te krijgen bijvoorbeeld bij de plaatselijke kamer van koophandel of de Nederlandse ambassade . Ook ons netwerk van buitenlandse advocaten zou hulp kunnen bieden. Grondig vooronderzoek naar je potentiële business partner voorkomt een hoop ellende in de toekomst.
    1. Geheim van de smid.
      Ga je gesprekken aan over je dienst of product welke je in het buitenland wilt slijten, zorg er dan voor dat de partij(en) waarmee je in gesprek gaat een geheimhoudingsverklaring onderteken(t)en (ook wel ’non-disclosure agreement’, afgekort: NDA). Hiermee voorkom je dat zij, op straffe van een fikse boete, met jouw idee of je product aan de haal gaan. Wees niet bang dat een NDA je mogelijke partner afschrikt. Het laat juist zien dat je een serieuze partij bent en dat je je zaakjes goed op orde hebt.
    1. Intenties en geen bindend contract.
      Leg initieel afspraken vast in een intentieverklaring (‘letter of intent’: LOI). In zo’n LOI geven de betrokken partijen aan dat ze de intentie hebben om op een bepaalde manier samen te werken of zaken te doen. Doordat de intentie wordt uitgesproken zit er wel een formeel tintje aan de afspraken maar met de benodigde voorbehouden is deze intentieverklaring nog geen wurgcontract waar je later spijt van zou kunnen krijgen.
    1. Kies voor een manier van samenwerken die bij je past.
      Zoals eerder aangegeven zijn er verschillende vormen om internationaal samen te werken. Kies altijd een vorm die het beste past bij jou en je bedrijf. Begin dus met het nodige onderzoek te doen naar internationale samenwerkingsvormen zodat je weet wat er allemaal mogelijk is. In de komende artikelen van de serie “juridische do’s and dont’s bij internationaal ondernemen” zal ik nader ingaan op de verschillende vormen van samenwerking en de bijbehorende voor- en nadelen.

    De meeste punten in de bovenstaande “checklist internationaal ondernemen” hebben een hoog Opendeurgehalte, echter het zijn vaak juist deze punten waar ik het in mijn Ondernemingsrecht praktijk fout zie gaan.

    Internationaal ondernemen: De agentuur

    In het komende artikel van de serie “juridische do’s and dont’s bij internationaal ondernemen” ga ik dieper in op de samenwerkingsvorm “agentuur”.

    Meer informatie over internationaal ondernemen

    Op het gebied van internationaal ondernemen en internationale handel is veel informatie beschikbaar via het internet. Hieronder een lijst met handige websites: