Categorie: Bestuursrecht

  • Speelgoed behoort niet tot eerste levensbehoeften

    Speelgoed behoort niet tot eerste levensbehoeften

    Er is weer nieuws over branchering, leegstand en bestemmingsplan: een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State van 18 september 2013.

    De casus
    Een aantal bedrijven, waaronder speelgoedwinkel Toychamp, heeft beroep ingesteld tegen bestemmingsplan ‘De Zeeland’. Toychamp gaat in beroep omdat in het bestemmingsplan binnen een afstand van 1km van Toychamp een nieuwe speelgoedwinkel van Intertoys mogelijk wordt gemaakt. Volgens Toychamp zal dat tot ontwrichting van de markt leiden en bestaat er geen marktruimte voor Intertoys. Dit alles zal leiden tot banenverlies en leegstand volgens Toychamp.

    De gemeenteraad stelt daartegenover dat uit distributieplanologisch onderzoek blijkt dat er geen reden bestaat te vrezen voor ontwrichting van de (speelgoedwinkel)markt. Volgens de raad blijft een voldoende voorzieningenniveau behouden en behoeft voor leegstand niet te worden gevreesd.

    Het oordeel van de Afdeling
    De Afdeling herhaalt eerst haar vaste jurisprudentie: de Wro is niet bedoeld om bedrijven tegen concurrentie te beschermen. Concurrentieverhoudingen zijn bij een planologische belangenafweging in beginsel niet relevant, tenzij zich een duurzame ontwrichting van het voorzieningenpatroon zal voordoen.

    Onder duurzame ontwrichting wordt verstaan: dat er zoveel winkels moeten sluiten (door de over-concurrentie) dat voor de inwoners van een bepaald gebied geen voldoende voorzieningenniveau behouden blijft in die zin dat zij op een aanvaardbare afstand van hun woonplaats hun ‘dagelijkse én hun niet–dagelijkse maar wel geregelde inkopen’ kunnen doen.

    In deze uitspraak haalt de Afdeling echter een streep door het criterium van de dagelijkse en niet-dagelijkse maar wel geregelde inkopen. Vanaf nu zijn alleen de eerste levensbehoeften nog relevant, als het gaat om het oordeel of sprake kan zijn duurzame ontwrichting. Spijtig voor Toychamp, want de Afdeling oordeelt dat speelgoed niet tot de eerste levensbehoeften behoort.

    Leegstand
    Maar Toychamp heeft nog een ijzer in het vuur (zie ook mijn blogs van maart en juni). Toychamp heeft namelijk ook vrees voor leegstand aangevoerd. De Afdeling overweegt dan dat onder omstandigheden overcapaciteit inderdaad kan leiden tot (een toename van) leegstand en dat dit tot negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat en het ondernemersklimaat kan leiden. Maar, zo oordeelt de Afdeling, uit de berekeningen van Toychamp blijkt onvoldoende dat de komst van Intertoys zal leiden tot dergelijke leegstand.

    Ook hier vangt Toychamp dus bot.  Op naar de volgende ronde.

    Auteur: Floor Frank
    Voor vragen kunt u zich wenden tot Sascha Stavenuiter of per telefoon via nummer 020-66455111.

  • Actualiseringsplicht bestemmingsplannen

    Actualiseringsplicht bestemmingsplannen

    In ‘gemeenteland’ was 1 juli 2013 een belangrijke datum. Op die datum moesten bestemmingsplannen ouder dan 10 jaar geactualiseerd zijn. Als een gemeente niet tijdig heeft  voldaan aan die plicht, dan staat daar een sanctie op:  de gemeente mag in veel gevallen geen leges vorderen voor  diensten die verband houden met het bestemmingsplan.  Als eenmaal een nieuw bestemmingsplan is vastgesteld dan herleeft de bevoegdheid tot het heffen van leges. Die bevoegdheid ziet dan alleen op verzoeken die betrekking hebben op het nieuwe bestemmingsplan en na de vaststelling van dat nieuwe plan zijn ontstaan.

    Diensten die verband houden met het bestemmingsplan
    Over welke diensten gaat het hier dan? De wet omschrijft dat niet exact, maar denk vooral aan het in behandeling nemen van aanvragen van een omgevingsvergunning waarbij moet worden getoetst aan het  niet tijdig geactualiseerde bestemmingsplan.

    Volgens ons geldt de legessanctie niet alleen voor bouwplannen die binnen het (niet geactualiseerde) bestemmingsplan passen, maar ook voor bouwplannen die niet binnen het bestemmingsplan passen en waarvoor een vergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan nodig is.

    Kortom: de legessanctie geldt indien de legesheffing verband houdt met het niet tijdig geactualiseerde bestemmingsplan, ongeacht de vraag of het bouwplan volgens dat bestemmingsplan wel of niet is toegestaan.

    Tip: mocht u bouwplannen hebben, dan kan het zinvol zijn snel een aanvraag in te dienen voordat een bestemmingsplan geactualiseerd is.

    Auteur: Gerben Schut.

    Voor vragen kunt u zich wenden tot Sascha Stavenuiter of per telefoon via nummer 020-66455111.

  • Verruiming mogelijkheden tijdelijke verhuur

    Verruiming mogelijkheden tijdelijke verhuur

    Het wetsvoorstel Verruiming mogelijkheden tijdelijke verhuur bij leegstand gebouwen en woningen is 18 juni jl. als hamerstuk afgedaan door de Eerste Kamer. De wijziging van de Leegstandwet treedt per 1 juli 2013 in werking.

    Wat maakt de wijziging mogelijk?

    Woonruimte in leegstaande kantoren
    De maximale duur van de vergunning voor de verhuur van leegstaande kantoren wordt verlengd van vijf naar (maximaal) tien jaar. Volgens minister Blok maakt deze verruiming het lonend om bijvoorbeeld leegstaande kantoren om te bouwen naar woonruimte. Eigenaren kunnen hun investeringen immers makkelijker terugverdienen binnen tien jaar dan binnen vijf jaar. Bij een tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan wordt de leegstandsvergunning in één keer verleend voor de duur van de ontheffing van het bestemmingsplan. Dit geldt niet alleen voor leegstaande kantoren, maar ook voor scholen, ziekenhuizen en bijvoorbeeld verpleeghuizen.

    Tijdelijke verhuur te koop staande woning
    Ook na de wijziging van de Leegstandwet is een vergunning van de gemeente vereist voor tijdelijke verhuur. De vergunningverlening garandeert aan de verhurende eigenaar dat de tijdelijke huurovereenkomst daadwerkelijk eindigt als de termijn is verstreken en biedt voor de hypotheekverstrekker de zekerheid dat de woning direct leeg kan worden verkocht. De vergunning wordt in één keer verleend voor de duur van vijf jaar en kan niet worden verlengd. In de wijziging is bovendien geregeld dat een eigenaar (voor zover het geen rechtspersoon betreft) maximaal twee te koop staande woningen tegelijk en tijdelijk kan verhuren.

    Huurwoningen in afwachting van sloop of renovatie
    Op dit moment blijken sloop- en renovatieplannen voor huurwoningen vaak langer te duren dan gepland, daarom is de maximumduur voor tijdelijke verhuur van sloop- en renovatiewoningen verlengd van vijf naar zeven jaar. De panden kunnen nu door de wijziging gedurende de hele periode bewoond blijven.

  • Elke zondag ‘koopzondag’?

    De ‘koopzondag’ is de afwijking van het verbod voor winkeliers om de deuren te openen op zon- en feestdagen. Maar wat is een regel zonder uitzondering? Er bestaan meerdere uitzonderingen op het verbod tot zondagsopenstelling, bijvoorbeeld de vrijstelling door de gemeenteraad voor maximaal 12 zon- en feestdagen per jaar, of de vrijstelling voor toeristische gebieden.

    Over de zondagsopenstelling is al jaren (politiek) gekrakeel. Aanvankelijk leidde dat tot een aanscherping van de regels: een gemeente mocht zichzelf niet al te snel tot toeristisch gebied bestempelen.

    Inmiddels waait er een andere wind: meer vrijheid op dit gebied voor gemeenten om hier hun eigen weg in te kiezen.

    Op 28 mei heeft de Eerste Kamer ingestemd met een initiatief-wetsvoorstel dat de wet wijzigt en de verantwoordelijkheid voor zondagsopenstelling bij gemeenten legt. Waarschijnlijk treedt de wijziging op 1 juli 2013 in werking.

    Maatwerk
    Betekent deze wetswijziging een permanente zondagsopenstelling? Niet per se. De bestaande vrijstellingsmogelijkheden worden uit de wet geschrapt. Gemeenten krijgen meer vrijheid, omdat ze niet meer gebonden zijn aan het maximum van 12 zon- en feestdagen of de toerismebepaling. De wetswijziging geeft de gemeente de mogelijkheid om het koopzondagenbeleid af te stemmen op de lokale economische behoeften en de belangen van de inwoners van die gemeente. Maatwerk is mogelijk.

    Er zal ongetwijfeld wederom veel discussie ontstaan over de invulling van de zondagsopenstelling. Staan we zondagsopenstelling wel of niet toe? Zo ja, welke dagen wel en welke dagen niet? Mogen alle winkels open of slechts bepaalde? Geldt de openstelling voor de hele gemeente of voor een bepaald gebied in de gemeente? En last but not least: hoe wijs je winkels aan die wel/niet de deuren mogen openen op zondag?

    Genoeg vragen die nog beantwoord moeten worden. Een ding is zeker: het begrip ‘koopzondag’ schrappen we voorlopig nog niet uit de Van Dale. Wordt vervolgd.

  • Nieuwsupdate illegale hotels

    Nieuwsupdate illegale hotels

    In Amsterdam doen de Dienst Wonen, Zorg en Samenleven en het Stadsdeel Centrum gezamenlijk onderzoek naar illegale hotels. Uit onderstaand artikel – dat is gepubliceerd op de website van de gemeente Amsterdam – blijkt dat streng wordt gehandhaafd. Bij constatering van een illegaal hotel volgen hoge bestuurlijke boetes.

    Onze tip: maak direct bezwaar tegen een opgelegde boete!

    “Recordboete voor illegaal hotel

    De gemeente Amsterdam heeft de eigenaar en beheerder van een pand aan de Keizersgracht deze week een recordboete van € 144.000 opgelegd voor het illegaal exploiteren van een hotel.

    Eind februari werd het illegale hotel gesloten na een gezamenlijke controle van de dienst Wonen, Zorg en Samenleven (WZS), Stadsdeel Centrum en Brandweer Amsterdam-Amstelland. Tijdens de controle bleken zes brandonveilige appartementen in het pand zonder vergunningen aan toeristen te worden verhuurd.

    Illegale hotels vormen een steeds groter probleem in de stad. Wethouder Freek Ossel (Wonen): “Brandonveiligheid en overlast in de buurt komt nog teveel voor in deze stad. Ook worden duizenden woningen zo vrijwel permanent aan de woningvoorraad onttrokken. Door middel van strenge handhaving willen we dit stevig aanpakken.”

    Door de samenwerking tussen verschillende gemeentelijke onderdelen wordt er strenger gecontroleerd op illegale hotels. Samen met hoge boetes en in veel gevallen sluiting van een pand wil de gemeente eigenaren dwingen om de regels te volgen en de overlast terug te dringen. Vanaf eind 2012 zijn er zes illegale hotels met totaal 42 appartementen gesloten en beboet. Meestal ontbraken essentiële brandveiligheidsvoorzieningen waardoor gebruikers van het pand in geval van brand onvoldoende tijd hebben om veilig buiten te komen. De illegale hotels werden ondermeer gevonden door meldingen en klachten van bewoners, door internetonderzoek en door onderzoek op straat.

    Op dit moment doen de dienst WZS en Stadsdeel Centrum onderzoek naar enkele honderden vermoedelijk illegale hotels in de stad. In de komende weken volgen er meerdere boetes voor eigenaren waarvan de hoogste € 96.000 bedraagt.

     

    Bron: Gemeente Amsterdam: recordboete illegale hotels

  • Vrees voor leegstand

    Vrees voor leegstand
    Deze week aandacht voor een uitspraak waarin mogelijke leegstand een rol speelt. In dit geval bij de vraag of een eigenaar wegens vrees voor leegstand een beroep kan instellen tegen een bestemmingsplan (27 maart 2013, Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (LJN BZ7507).


    De casus 

    Wereldhave is eigenaar/verhuurder van winkelpanden in een winkelcentrum te Woensel. In dat winkelcentrum is een aantal sportwinkels. Er wordt een bestemmingsplan vastgesteld dat ziet op een plangebied 8 km verderop, waarin de mogelijkheid van een aantal sportwinkels wordt geregeld. Wereldhave stelt beroep in tegen het bestemmingsplan. Ook de VvE van panden in het winkelcentrum stelt beroep in. Zowel Wereldhave als de VvE stellen dat zij belanghebbende zijn bij het bestemmingsplan 8 km verderop, omdat er door dat bestemmingsplan concurrentie zal ontstaan voor de 2 sportzaken die al gevestigd zijn in ‘hun’ winkelcentrum Woensel. Ook stellen zij dat de verhuurbaarheid zal verminderen van de panden die nu als sportzaak worden verhuurd. Oftewel: vermogenssschade door mogelijke leegstand/ lagere huurprijzen.

    Helaas, niet ontvankelijk
    Helaas, dit redt het niet. De Afdeling oordeelt: de mogelijke aantasting van de concurrentiepositie van de 2 sportzaken in het winkelcentrum als gevolg van het bestemmingsplan, is een belang van de exploitanten van de 2 sportzaken. De verminderde verhuurbaarheid van die panden is evenmin voldoende om Wereldhave als belanghebbende aan te merken. Volgens de Afdeling is het mogelijk negatieve effect op de verhuurbaarheid van de panden van Wereldhave – in dit geval – geen rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang. De Afdeling vindt daarbij relevant dat de gevreesde nieuwe concurrentie op 8 km van het winkelcentrum ligt, én dat niet is gebleken dat de 2 panden van Wereldhave uitsluitend voor een sportzaak kunnen worden gebruikt. Kortom, Wereldhave heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij daadwerkelijk schade zal kunnen lijden door het bestemmingsplan. Conclusie: niet ontvankelijk.

    Nu weet ik niet met welke argumenten Wereldhave precies haar beroep heeft onderbouwd. Heeft zij bijvoorbeeld ook als argument naar voren gebracht dat de beide winkels specifiek geschikt zijn (gemaakt) als sportzaak en er daartoe forse investeringen zijn gedaan zodat de exploitatie niet makkelijk inwisselbaar is naar een ander type winkel, zodra de sportzaak weggeconcureerd wordt? Of heeft zij gesteld en onderbouwd (NB dat lijkt mij bijzonder lastig) dat alle andere branches al volop bezet zijn in het winkelcentrum en dat daarom eigenlijk alleen nog behoefte bestaat aan sportzaken? En: zouden die argumenten dan wél hebben geholpen om de Afdeling tot andere gedachten te brengen? Wellicht, maar al met al zal het een lastige kluif zijn.

    Ook de VVE redt het niet. De Afdeling overweegt dat uit de statuten van de VvE wel blijkt dat de vereniging ten doel heeft de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de leden in de ruimste zin des woords. De VVE komt dus op voor het collectief belang. De Afdeling oordeelt echter dat in dit geval de VvE niet is gebleken dat de VVE dat collectieve belang probeert te behartigen; volgens de Afdeling behartigt zij alleen het belang van Wereldhave. De VVE heeft dus geen rechtsreeks belang bij haar beroep en is niet-ontvankelijk.

    Tip
    Uit de uitspraak blijkt niet of ook de exploitanten van de sportzaken beroep hebben ingesteld. Ik weet ook niet of Wereldhave daarop heeft aangedrongen bij deze exploitanten; dat zou in elk geval verstandig zijn geweest. Mijn advies: altijd doen.

    Auteur: Floor Frank

    Voor vragen kunt u zich wenden tot Sascha Stavenuiter of per telefoon via nummer 020-66455111.

     

  • Bestuurlijke chaos dreigt in Amsterdam

    Opheffing stadsdelen
    Oud-minister Donner heeft enkele jaren geleden in de stroom der bezuinigingsdriften een voorstel tot wijziging van de gemeentewet voorgelegd aan de Tweede Kamer, inhoudende dat per maart 2014 de wettelijke basis aan deelgemeenten zou komen te ontvallen. In maart 2014 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Dit wetsvoorstel is aangenomen door de Tweede en inmiddels ook de Eerste Kamer. Per maart 2014 zullen derhalve de stadsdelen in Amsterdam en de deelgemeenten in Rotterdam en Den Haag geschiedenis zijn en zullen de stadsdeelraadsleden ook niet meer gekozen hoeven te worden.

    Bestuurscommissies
    In Amsterdam is dit aanleiding geworden tot een zeer heftige politieke discussie omtrent de vormgeving en inrichting van het stadsbestuur na maart 2014. De sinds jaar en dag grootste partij in Amsterdam, de PvdA, heeft het plan gelanceerd “taakrijke bestuurscommissies” te installeren. De leden van deze bestuurscommissies zouden wellicht zelfs gekozen kunnen worden door de inwoners van de betreffende wijken (welke uiteraard territoriaal overeenkomen met de huidige stadsdeelgrenzen).

    Constitutionele rommelpot
    Op verzoek van de politieke splinterpartij Red Amsterdam heeft de hoogleraar Jan Elzinga van de Rijksuniversiteit Groningen ter zake een advies uitgebracht. Hij komt tot de conclusie dat het Rijk hoogstwaarschijnlijk een stokje zal steken voor deze “uiterst merkwaardige mengfiguur” die zal leiden tot een “constitutionele rommelpot”. Immers, Amsterdam probeert op deze wijze via een U-bocht de stadsdelen te laten voortbestaan in een ander jasje. Ook de VU heeft al eerder geadviseerd omtrent het idee van taakrijke bestuurscommissies. Zij kwam tot de conclusie dat de gemeenteraad bestuurstaken, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen en het begrotingsrecht, niet mag overdragen aan dergelijke commissies. Dit betekent dat dergelijke commissies politiek krachteloos zullen zijn.

    Controle
    Bovendien dringt zich de vraag op wie dergelijke bestuurscommissies controleert. Is dat de gemeenteraad? In dat geval worden de raadsleden extra belast, hetgeen de kwaliteit van het werk van die leden niet zal bevorderen. De vraag is ook hoe het centraal gezag (lees: de huidige minister van binnenlandse zaken Plasterk – PvdA) met installering van taakrijke bestuurscommissies zal omgaan en of hij deze zal accepteren. Het doel van de wetgever is immers het aantal bestuurslagen te verminderen. Verwezenlijking van dat doel lijkt Amsterdam niet na te streven.

    Conclusie
    Dit onderwerp zal de komende maanden zeker tot verdere verhitte discussies in de gemeenteraad en daar buiten leiden. Maar, dat er een oplossing gevonden moet worden is wel duidelijk; dat die oplossing er bovendien ruim voor de verkiezingen van maart 2014 moet zijn is eveneens duidelijk. Zelf zou ik er voorstander van zijn als de bestuurscommissies op wijk- of stadsdeelniveau ambtelijk bemand worden, aangestuurd vanuit het college van B en W en gecontroleerd door de Raad. Dat het takenpakket van de Raad zich hiermee aanzienlijk uitbreidt pleit voor verbreding van de Raad, bijvoorbeeld door middel van vergroting van het aantal duo’s.

    Rob IJsendijk

  • Leegstand en bestemmingsplan: een ander perspectief

    Leegstand en bestemmingsplan: een ander perspectief

    In mijn eerdere blog over leegstand en bestemmingsplan gaf ik al aan dat het argument dat een bestemmingsplan geen leegstand mag bevorderen tegenwoordig meer kans op succes heeft bij de bestuursrechter.

     

    Andere relatie tussen leegstand en bestemmingsplan

    Recent kwam de relatie tussen leegstand en bestemmingsplan op een andere manier aan de orde bij de rechtbank Haarlem:

    LJN: BZ3736,Voorzieningenrechter Rechtbank Haarlem, 7 maart 2013).

    Partijen: New Style Meubelen Woonboulevard Cruquius B.V. en het College van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer.

    Waar ging het om?

    New Style heeft in haar bedrijfspand een aantal appartementen gevestigd. De gemeente ontdekt dat, wil geen legaliserende ontheffing verlenen voor de appartementen en gaat over tot handhaving.

    New Style is het daar niet mee eens. Zij stelt dat de gemeente beter had moeten onderzoeken of legalisatie mogelijk is. New Style stelt dat het College had moeten meenemen dat het bestemmingplan het onmogelijk maakt om nog op een zinvolle wijze gebruik te maken van het bedrijfspand. New Style wijst daarbij op de huidige economische situatie die een gevaar voor leegstand met zich brengt. Zelf heeft New Style minder vloeroppervlak in gebruik moeten nemen en hebben andere detailhandelsbedrijven die ruimte van haar huurden, de huur opgezegd. Volgens New Style is het niet realistisch te denken dat bedrijven die vallen binnen de branches genoemd in het bestemmingsplan, het bedrijfspand van New Style zullen willen huren. Ook stelt New Style dat er landelijk meer wordt toegelaten op bedrijventerreinen om leegstand boven winkels tegen te gaan; door ingebruikname van de leegstaande ruimte in haar pand als woonruimte wordt leegstand tegengegaan en wordt ook nog eens tegemoetgekomen aan de grote tekorten op de woningmarkt, aldus New Style.

    Afdeling gaat niet mee

    De Afdeling geeft New Style uiteindelijk geen gelijk. Op zich is het standpunt van New Style wel relevant, maar de Afdeling vindt dat onvoldoende is aangetoond dat een zinvol gebruik overeenkomstig het bestemmingsplan objectief gezien niet meer mogelijk is.

    De Afdeling stelt (vaste jurisprudentie) dat er alleen dan sprake kan zijn van een bijzondere omstandigheid op grond waarvan van handhaving moet worden afgezien, indien voldoende aannemelijk is dat exploitatie van een detailhandelsbedrijf conform bestemmingsplan vanuit economisch perspectief uitgesloten is.

    Dat laatste is volgens de Afdeling onvoldoende gebleken. New Style heeft weliswaar betoogd dat zij problemen heeft leeggekomen bedrijfsruimte te verhuren aan bedrijven, maar zij heeft niet bewezen dat geen enkel perspectief bestaat op rendabele bedrijfsvoering van een dergelijk detailhandelsbedrijf. Ook het feit dat een aantal andere panden op de meubelboulevard leeg staat, kan niet leiden tot de conclusie dat het pand van New Style objectief gezien niet meer voor detailhandel zou kunnen worden gebruikt.

    New Style vangt bot

    Kortom, New Style vangt bot wegens vermeend gebrek aan bewijs. Dit neemt niet weg dat het een goede poging is van New Style om zich te verweren tegen handhaving. Je kunt immers zeker betogen dat het onredelijk is en geen goed bestuur om een ontheffing te weigeren en te eisen dat een perceel wordt gebruikt conform het bestemmingsplan, indien dat gebruik vrijwel onmogelijk is door een totaal gebrek aan vraag vanuit de markt.

    Voor vragen over dit blog kunt u contact opnemen met de sectie Bestuursrecht.

    Auteur, Floor Frank

     

  • Leegstand en bestemmingsplan: een onafscheidelijk duo?

    Leegstand en bestemmingsplan zijn goed op weg een onafscheidelijk duo te worden in de rechtspraak.

    Indien, bijvoorbeeld, veel m2 nieuwe detailhandel wordt bestemd in een bestemmingsplan, dan probeert de concurrentie dat van oudsher vaak tegen te gaan met het argument dat dit zal leiden tot overmatige concurrentie en dus tot leegstand. Het argument is dan dat de gemeente niet de leegstand mag bevorderen door het bestemmen van overmatig veel m2 detailhandel omdat dit geen goede ruimtelijke ordening is. Het bestemmingsplan mag dus niet op die manier worden vastgesteld.

    Duurzame ontwrichting?

    Dit argument haalde het lange tijd niet bij de rechter, omdat de bestuursrechter alleen maar keek naar de vraag of er sprake was van ‘ duurzame ontwrichting’ (= zodanig veel concurrentie en daardoor faillerende ondernemingen, dat er voor de consument geen dagelijkse winkels op redelijke ‘dagelijkse winkel’-afstand overbleef).

    Bestemmingsplan mag leegstand niet bevorderen

    Maar inmiddels heeft de bestuursrechter ietwat de deur opengezet voor het argument dat een bestemmingsplan geen leegstand mag bevorderen. Voor meer informatie: zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 december 2012 (LJN BY5093) De Afdeling overwoog dat leegstand leidt tot verslechtering van het woon- en leefklimaat en het ondernemersklimaat en dat is in strijd met de beginselen van een goede ruimtelijke ordening. De gemeente diende alsnog te onderbouwen dat de leegstand niet optreedt danwel dat leegstand zal optreden op een ‘normaal’, ruimtelijk aanvaardbaar niveau.

    Ook in het Bro, artikel 3.1.6 lid 2 (per 2012 in werking) staat inmiddels het nodige over de verplichting voor een gemeente om goed te onderbouwen wat de gevolgen zijn van het bestemmen van nieuwe stedelijke ontwikkelingen.

    Tip: doe tijdig uw huiswerk. Als een bestemmingsplan wordt gewijzigd en u bent het er niet mee eens, ga dan al in de voorontwerpfase op dit punt in discussie met de gemeente.

    Auteur: Floor Frank

    Voor vragen kunt u zich wenden tot Sascha Stavenuiter of Rob Ijsendijk of per telefoon via nummer 020-66455111.

  • Realisatie bouwplan onmogelijk, dus: geen belanghebbende?

    In een eerder blog schreef ik over een zeer nuttige tentamentraining die ging over kernbegrippen in het bestuursrecht. Namelijk besluit en belanghebbende. Die begrippen staan altijd garant voor discussie, zoals ook weer blijkt uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 14-11-2012. In deze uitspraak staan de begrippen besluit en belanghebbende centraal.

    De belanghebbende

    De appellant (een persoon die hoger beroep instelt) had bij het college van B&W van Nederlek een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een steiger met loopbrug.

    Nu bleek dat B&W al een omgevingsvergunning aan iemand anders hadden verleend. Bovendien was de appellant niet de eigenaar van het perceel waarop de steiger gebouwd moest worden. Ook beschikte hij niet over toestemming van het hoogheemraadschap om een aanlegvoorziening op het perceel (waarvan het hoogheemraadschap eigenaar was) op te richten. Volgens de Afdeling is het duidelijk dat onder deze omstandigheden het bouwplan nooit gerealiseerd kan worden; om die reden kan de appellant niet als belanghebbende worden aangemerkt.

    Besluit

    Als de appellant geen belanghebbende is, kan het verzoek van de appellant ook niet worden aangemerkt als een aanvraag. Want: onder een aanvraag wordt verstaan ‘een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen’. Daarom is volgens de Afdeling de afwijzing van het verzoek geen besluit, aangezien de wet alleen de afwijzing van een aanvraag gelijk stelt met een besluit. B&W hadden dus terecht het door de appellant ingestelde bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

    Per definitie geen belanghebbende?

    Betekent dit nu dat je per definitie geen belanghebbende bent als je niet de (volledige) eigendom hebt van een perceel? Nee. In de uitspraak waar de Afdeling naar verwijst heeft zij bepaald dat het gaat om de vraag of het bouwplan nooit gerealiseerd kan worden. Dat je een perceel niet (volledig) in eigendom hebt, is daarbij slechts 1 van de omstandigheden om te bepalen of een bouwplan nooit gerealiseerd kan worden.